Nuggers willen werken

Van alle mensen die nu baan noch uitkering hebben, blijkt een onverwacht groot deel best aan de slag te willen.

Maar dan wel op hun eigen voorwaarden.

Niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden (‘nuggers’) zijn meestal vrouwen die vanwege kinderen parttime willen werken. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 28-06-2006 De 'Bos en Vaart' Buurt in Haarlem. Veel Amsterdammers komen in Haarlem wonen omdat men hier een ruim huis met tuin kan kopen. Het zijn vooral mensen met kinderen. Kindje in een bakfiets in de Westerhoutstraat. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Ze zijn goed opgeleid, krijgen geen uitkering, voor het geld hoeven ze het niet te doen. En hoewel ze nu geen baan hebben, willen ze wel werken.

Nog belangrijker: ze zijn met velen. Bijna een half miljoen mensen die niet als werkzoekend te boek staan, willen toch betaald werk doen, blijkt uit onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). Ter vergelijking: de huidige beroepsbevolking – iedereen die werkt of als werkloze geregistreerd is – bestaat uit ruim zeven miljoen mensen.

Dat lijkt goed nieuws voor een arbeidsmarkt waar veel sectoren al zuchten onder een tekort aan werknemers, en die de komende jaren alleen maar krapper wordt. Zal deze groep inderdaad zorgen voor een explosie van het aantal werknemers?

Voor het antwoord op die vraag is belangrijk te weten waarom deze mensen nu niet werken. De RWI draagt verschillende verklaringen aan. Sommigen schatten hun kansen op de arbeidsmarkt ten onrechte te laag in. Ook zijn er die weinig recente werkervaring hebben. En, een belangrijke reden volgens het rapport: „Ze houden er vaak specifieke werkwensen op na.” Lees: het zijn vrouwen die parttime willen werken. En inderdaad, tweederde van de ‘nuggers’ (niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden) is vrouw. De meesten wonen samen of zijn getrouwd, en zij willen vrijwel allemaal in (kleine) deeltijdbanen werken.

De vergelijking met de situatie rond de eeuwwisseling dringt zich op. Toen kwamen er in Nederland tussen 1996 en 2002 1,2 miljoen banen bij, een ongekende groei in zo’n korte periode. Voor het scheppen van de ‘vorige’ 1,2 miljoen banen had Nederland bijna drie keer zo lang nodig, van 1980 tot 1996. De motor was rond het jaar 2000, net als nu, de economische groei. Het waren de jaren van de ‘nieuwe economie’ en de dotcom-boom. De nieuwe banen, zo’n 200.000 per jaar, werden voor een deel ingenomen door schoolverlaters en werklozen.

Maar bijna de helft van het extra werk werd gedaan door vrouwen die voorheen niet werkten. De arbeidsparticipatie van vrouwen steeg in die tijd tot boven het Europees gemiddelde. Wel werkt driekwart van de vrouwen in Nederland in deeltijd. Nederland werd zo Europees kampioen deeltijdwerken, een ontwikkeling die in de jaren tachtig was ingezet. Ook mannen werken meer in deeltijd dan in ons omringende landen.

Dit betekent ook dat werkgevers bereid waren tegemoet te komen aan de wensen van de werknemers, daartoe gedwongen door de economische omstandigheden. Nu is het de vraag of de werkgevers bereid zijn nog een slag te maken. Er kan immers van worden uitgegaan dat de huidige groep toetreders nog kieskeuriger is over werktijden dan degenen die rond de eeuwwisseling gingen werken.

Alle werknemers die bereid zijn zich te voegen in het aanbod aan deeltijdarrangementen dat toen ontstond, werken zo langzamerhand wel. Om ook de huidige nuggers tot werken te bewegen, zullen werkgevers opnieuw naar hun arbeidsorganisatie moeten kijken.

In sectoren waar traditioneel veel vrouwen werken, zoals gezondheidszorg en onderwijs, zijn bedrijven en instellingen gewend te goochelen met roosters om de uiteenlopende deeltijdwensen van de werknemers in te willigen. Hoofd personeelszaken Jakob Kamphuis van een groot ziekenhuis in Purmerend vergeleek roosters maken onlangs met een hogere vorm van wiskunde. Hij wist ook dat hij geen keuze had.

Maar in andere sectoren zijn werkgevers daartoe vooralsnog minder bereid. Zoals een woordvoerder van ondernemingsvereniging VNO-NCW het zei: „De wensen van de werknemers moeten wel in de processen van het bedrijf te passen zijn.”

Maar de werkgevers zijn niet blind voor de realiteit van een krappe arbeidsmarkt. „Het vinden van geschikt personeel is een van de meest acute problemen voor werkgevers. Zij zullen hun afwegingen moeten maken”, aldus VNO-NCW.

De druk om creatief om te gaan met het creëren van kleine banen neemt toe, erkent VNO-NCW. Het tekort aan personeel is in Nederland sinds 1970 niet zo groot geweest. Eind juni 2007 stonden er 225.000 vacatures open, weer 8.000 meer dan het kwartaal ervoor. De stijgende vraag naar personeel valt samen met een grote uitstroom van ouderen; in 2008 zal de grootste groep werknemers ooit met pensioen gaan.

En dat is goed nieuws voor de kieskeurige toetreder. VNO-NCW: „Dat het in de toekomst veel meer maatwerk wordt, dat mogen we aannemen.”

Lees het rapport na op www.rwi.nl