Milieuconvenanten werken juist wel heel goed

Om de milieudoelen te halen zijn convenanten met het bedrijfsleven wel degelijk een goed middel. Dat heeft de geschiedenis bewezen, stelt Bernard Wientjes.

Met de uitspraak „vrijwilligheid werkt niet bij klimaatdoelen” zet directeur Mirjam de Rijk van Natuur en Milieu een geschiedenis van 15 jaar succesvolle milieuconvenanten bij het grof vuil (NRC Handelsblad, 1 oktober). Volgens haar bieden alleen harde wetten en regels uitkomst. Feiten en argumenten doen er niet meer toe. Convenanten deugen gewoon niet, kernenergie is taboe en het zwerfafvalprobleem is alleen op te lossen met statiegeld. En zo kan de gebedsmolen uit Utrecht nog wel een tijdje doordraaien.

Een vreemde reactie, want enkele jaren geleden kregen we van Natuur en Milieu – toen onder een andere directeur – nog een applausje voor onze milieuconvenanten. Ook uit andere onverdachte hoek horen wij veel waardering voor de Nederlandse aanpak. De Californische milieudenktank Resource Renewal Institute roemt het Nederlandse leiderschap bij milieuconvenanten. Er komen regelmatig delegaties om dit van dichtbij te bekijken. De Europese Commissie noemt in een recent groenboek dat Nederland een van de meest energie-efficiënte economieën ter wereld is, dankzij convenanten. De Universiteit Twente komt in een brede studie naar milieuconvenanten in opdracht van VROM tot een overwegend positief oordeel. Kennelijk zien al deze partijen het verkeerd in de ogen van Natuur en Milieu.

Natuurlijk is er op een totaal van meer dan 100 vrijwillige afspraken altijd wel een voorbeeld te vinden waar het wat minder succesvol is geweest. De Rijk noemt het Verpakkingenconvenant. Maar dat is nu net het verkeerde voorbeeld. Dit convenant heeft juist wél goed gewerkt. Zie de verslagen van de onafhankelijke toezichthouder Commissie Verpakkingen. De problemen zijn pas ontstaan nadat vorig jaar het convenant vervangen werd door een wettelijke regeling!

Het Convenant Benchmarking Energie-Efficiency is zeer succesvol. Wij hebben daarvoor lovende woorden mogen ontvangen van minister Pronk – toch niet bepaald scheutig met complimentjes aan het bedrijfsleven. Volgens De Rijk is de effectiviteit van dat convenant teruggelopen. Zij vergeet dat van meet af aan in dit convenant een keuzemogelijkheid is ingebouwd om verdergaande energie-efficiency te vervangen door andere manieren van CO2-reductie, zodra er een Europees systeem van CO2-emissiehandel zou zijn.

Convenanten zijn voor mij ook niet alleen zaligmakend. Een goede mix van wetgeving, economische instrumenten, zoals emissiehandel en convenanten, is de manier waarop we de milieuproblemen te lijf moeten. Wetgeving omdat dit ook aan bedrijven de nodige zekerheid biedt. Economische instrumenten omdat deze op een efficiënte manier gebruikmaken van de marktwerking. En convenanten omdat deze flexibiliteit bieden en prikkelen tot innovatie. Innovatie is de sleutel om de zeer ambitieuze energie en klimaatdoelstellingen de baas te worden. Zonder medewerking van het bedrijfsleven gaat dat niet lukken. Convenanten zijn onontbeerlijk om draagvlak te kweken bij bedrijven. Laten we voortbouwen op deze rijke traditie met een ‘Duurzaamheidakkoord’ tussen overheid en bedrijfsleven.

Duurzaamheid komt alleen van de grond wanneer overheid en bedrijfsleven elkaars partners zijn en zeker niet als de plannen van een radicaliserende milieubeweging worden gevolgd. Dat levert een armetierig land op waar vele bedrijven zich niet meer welkom voelen.

Bernard Wientjes is voorzitter van ondernemingsorganisatie VNO-NCW.