Leidt meer geld tot betere kunst?

Voorstellen om de kunstsubsidies te herzien – meer geld voor minder kunstenaars, bijvoorbeeld, en meer geld naar instellingen – hebben tot ophef geleid. „Er zijn te veel potjes waar geld uit moet.”

„Ik zou mezelf kunstenaar noemen”, zo stelde fotograaf en columnist Hans Aarsman zichzelf gisteren voor tijdens het debat over kunstsubsidies in de Bibliotheek van Amsterdam, „als ik niet overal in Nederland van die lelijke beelden zag staan. Er zijn te veel potjes waar geld uit moet. Er zijn ook te veel academies, die kunstenaars toelaten van wie iedereen weet dat het nooit wat zal worden. Dat er in Nederland iets heel erg mis is in de beeldende kunst, daarvan ben ik zeker.”

Het openbare debat, georganiseerd door de twee grootste verstrekkers van kunstsubsidies, de Mondriaan Stichting en het Fonds BKVB, begon in een sombere stemming. Tachtig miljoen euro gaat er jaarlijks aan subsidies naar de beeldende kunsten, zo vertelde Fonds-directeur Lex ter Braak. En toch kampen veel kunstinstellingen met grote tekorten en leven kunstenaars al jaren op of onder het bestaansminimum. Voor Ter Braak was het in mei van dit jaar reden om aan de bel te trekken. Samen met directeur Gitta Luiten van de Mondriaan Stichting- publiceerde hij de bundel Second Opinion, een pleidooi voor een herziening van het Nederlandse stelsel van kunstsubsidies.

Die bundel bracht nogal wat beroering teweeg, vooral onder kunstenaars die vrezen voor hun inkomsten. In augustus stuurde een groep van 370 kunstenaars een brief aan het Fonds BKVB omdat zij zich zorgen maakten over de in gang gezette ontwikkelingen. „Zelfs de opheffing van de BKR in 1987 leidde tot minder ophef”, merkte gesprekleider George Lawson gisteren op.

„De actiebereidheid is heel erg groot”, voegde de Rotterdamse kunstenaar Bert Sissingh er vanuit het publiek dreigend aan toe. “In Rotterdam noemen wij dit Amsterdams gedoe. Maar ook bij de lokale afdelingen zijn de plannen hard aangekomen.”

Het grootste deel van de avond werd er gediscussieerd aan de hand van twee uit Second Opinion gedestilleerde stellingen. Er moet meer geld naar minder kunstenaars, was de eerste.

„Maar leidt dat wel tot kwalitatief betere kunst?”, vroeg kunstenaar Jerome Symons zich af. „Het is een misvatting om te denken dat als je een biotoop kleiner maakt, de diertjes groter worden.”

Volgens Symons zou er eerst beter onderzoek moeten worden gedaan voordat zo’n principiële koerswijziging in gang wordt gezet. Want gaat het wel zo slecht met de kunst in Nederland? „Er is een gebrek aan feiten en cijfers”, zei ook Ann Demeester, directeur van De Appel. „We discussiëren hier op basis van een onderbuikgevoel.”

De tweede stelling luidde dat er meer geld als honorariumbudget naar de instellingen moet. Want, zei Gitta Luiten, „curatoren zijn met hun expertise uitstekend in staat om goede kunstenaars te selecteren”. Het is sowieso beschamend, vond Luiten, dat in een land als Nederland, musea nog steeds geen fatsoenlijk honorarium betalen aan kunstenaars.

Maar Demeester, zelf directeur van een kunstcentrum, verwees die stelling direct naar de prullenbak. „Het klinkt als een vader die zakgeld geeft aan zijn oudste zoon en dan zegt: koop ook maar iets moois voor je broertje.”

Een groep van inmiddels 420 kunstenaars heeft de website www.kunstsubsidiedebat.nl gelanceerd als discussieplatform en als archief.