Kraakbeengeknoei

Volgens Brits onderzoek ontbreekt de werkzame stof in pillen met kraakbeen. De pillen werken toch niet en het onderzoek is verdacht.

Deze Pil van de Week gaat over een pil die niet werkt, en nu blijkt dat de niet-werkzame component er ook vaak niet in zit.

Dat kan niet. Want wat op het etiket staat moet er in zitten. „Er mag geen sprake zijn van misleiding,” zegt Annemieke Herberigs van de Voedsel en Waren Autoriteit. „Het is overigens niet onze verantwoordelijkheid, maar die van de branche-organisatie. Wij houden in de gaten of de branche-organisatie maatregelen neemt.”

Dat is in dit geval Natuur- en gezondheidsproducten Nederland (NPN). Die ‘is geschrokken van een persbericht van de University of Lancaster met betrekking tot chondroïtinesulfaat,’ staat in een persbericht van de NPN.

Dr. Bob Lauder van de Biomedical Sciences Unit in Lancaster had van zeven in Nederland verkrijgbare chondroïtinepreparaten het gehalte bepaald. In vijf van de zeven potjes had Lauder die kraakbeenverbinding niet kunnen vinden. In twee van de zeven zat wél de hoeveelheid die het etiket aangaf. Voor de Volkskrant was het eergisteren voorpaginanieuws.

Het gaat om chondroïtine, een stof die wordt gewonnen uit kraakbeen. Haaienkraakbeen is beroemd, maar in de praktijk komt het kraakbeen vaak uit slachtafval. In de alternatieve geneeskunde en in de wereld van de voedingssupplementen gaat de mare dat chondroïtine (liefst in combinatie met glucosamine) goed is voor menselijk kraakbeen. Sommige mensen met gewrichtsontstekingen (reuma), gewrichtsslijtage (artrose) en ook wel sporters zweren erbij. Maar onderzoekende dokters zijn er minder over te spreken. In een artikel uit april van dit jaar waarin alle onderzoeken naar chondroïtine bij gewrichtsklachten worden samengevat staat: ‘Grootschalige, goed opgezette onderzoeken laten zien dat de ziektesymptomen door chondroïtine niet of nauwelijks verbeteren. Het gebruik van chondroïtine moet daarom worden ontmoedigd.’

De NPN, die de chondroïtineverkopers vertegenwoordigt, heeft andere wetenschappelijke vragen. De organisatie vraagt zich af of de analysemethode van de universiteit van Lancaster wel betrouwbaar is. En verder, zegt de NPN in een persbericht, ‘hebben wij aanwijzingen dat het persbericht in Nederland wordt verspreid door een niet bij de NPN noch bij Neprofarm aangesloten voedingssupplementenleverancier.’ De NPN vraagt zich af of er sprake is van misleiding.

Misschien is de wetenschap gebruikt voor een ordinaire concurrentiestrijd om de 28 miljoen die in Nederland jaarlijks omgaat in de kraakbeenbusiness.

Wim Köhler