Kindermars lijkt betoging

Een demonstratie in de VS moet je een beetje opleuken.

Dus trokken elf kinderen door Washington uit protest tegen het veto van Bush.

In Lafayette Park, vijf minuten van het Witte Huis, hadden ze een metershoog plastic kruis neergezet. Een megafoon lag op de grond, spandoek ernaast. Dit moest een demonstratie zijn. Kinderen in merkkleding zaten zich te vervelen in het gras. De tekst op het kruis maakte duidelijk dat het vandaag om hen draaide. In bijna alle westerse landen, stond er, is het aantal kinderen zonder ziektekostenverzekering nul. „In de VS: 9.000.000.”

Ze gingen afgelopen maandagmorgen demonstreren tegen president Bush. Hij dreigde deze week zijn veto uit te spreken – een dreigement dat gisteren werkelijkheid werd – over een wet die kinderen uit de laagste inkomensgroepen een verzekering tegen ziektekosten garandeert. Volgens Bush kent de wet dat recht aan te veel kinderen toe, zodat ook ouders die het zelf kunnen betalen profiteren. Maar het Congres wil elk risico uitsluiten dat kinderen nog zonder ziektepolis door het leven gaan.

Nu is demonstreren in de VS ingewikkeld. Het publiek trekt er zijn neus voor op. De kunst is dus de traditionele protesttocht op te leuken. En de organisatoren van dit evenement waren op de geweldige vondst gekomen er een kindermars van te maken. Klein nadeel: kinderen moeten op maandagmorgen naar school.

Zodoende was er lichte paniek uitgebroken. Vrijdags voor de demonstratie was zelfs een e-mail gestuurd naar alle buitenlandse journalisten in Washington: hadden zij misschien nog kinderen die voor het goede doel konden worden vrijgemaakt?

Helaas. De mars bestond uit elf kinderen. Wat maakte het ook uit. De PR was goed geweest, het effect was bereikt: acht fotografen en vier televisieploegen waren erop afgekomen. Zorg is hot is de VS: het is drama, het is Hillary Clinton, en het is een alibi om de nationale vermoeidheid met de Republikeinen te onderstrepen.

Een mevrouw in een scherp uitgesneden kostuum dankte de kinderen (You are ssó great!), adviseerde hen niet met verslaggevers te praten, en legde uit waarom de woordspeling in de leuze zo leuk was, Care for kids.

De kinderen trokken elk een karretje met handtekeningen van verontruste burgers. Camera’s werden op afstand gehouden, en registreerden niet wat de kinderen met elkaar bespraken. De zorg hield hen niet erg bezig. Wel de Power Rangers, en hoe hard een brandweer kan, en wat er eigenlijk gebeurt als je een vlammetje onder een megafoon houdt.

Bij het Witte Huis volgde een hoogtepunt. Er kwam zelfs een ploeg van het conservatieve Fox News aanrennen. Een moeder uit Baltimore, Carolyne Taylor, en haar zoon Keith waren aan het vertellen hoe belangrijk een goede verzekering voor ze is. Achter hen ontstond rumoer. Een grijze man met een stok kwam aanschuifelen: senator Ted Kennedy. Hij vond het zo opbeurend, zei hij. Zo geweldig. Het waren nu eens niet de volwassenen die aandrongen op een ziekteverzekering voor kinderen. Neen! Het waren de kinderen zelf!

Gedragen legde hij uit dat het voor gewone mensen om 423 dollar gaat. Dat kost het om ’s nachts naar het ziekenhuis te gaan. En daar komen onverzekerde Amerikanen terecht als ze naar de dokter willen. „Ouders liggen wakker omdat ze denken: zal ik mijn zieke kind toch maar brengen? Of zal ik de kosten besparen?”

De Democratische senator kon zijn gehoor niet lang boeien. Zijn toespraak liep ten einde, trillend ging zijn hand naar een binnenzak, een briefje kwam tevoorschijn: „En dan is nu het woord aan Carolyne Taylor en haar zoon Keith!”

„Die zijn al geweest”, zei een van de kinderen. Kennedy: „O? Al geweest?” Kuchje. „O ja, natuurlijk. Geweest. Al geweest.” En, alsof er niets gebeurd was: „Waren ze niet geweldig? Waren ze niet fantastisch?”