‘Jeugdgevangenissen falen’

Jeugdgevangenissen slagen er nauwelijks in om de gedetineerde jongeren te begeleiden, te heropvoeden en nazorg te bieden. Voor de 250.000 euro die het rijk per persoon per jaar uitgeeft, leveren jeugdgevangenissen een „mager en kostbaar resultaat”. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het vandaag gepresenteerde onderzoek Detentie, behandeling en nazorg criminele jeugdigen.

Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) had na eerdere kritiek op justitiële jeugdinrichtingen verbeteringen aangekondigd. Maar de rekenkamer „betwijfelt ten zeerste” of die helpen.

Volgens de rekenkamer laat de effectiviteit van de inrichtingen sterk te wensen over. Van de helft van de jongeren is niet bekend hoe het na vrijlating met ze gaat en of zij überhaupt nazorg hebben gehad. Tweederde van wie dat wel bekend is heeft binnen een half jaar opnieuw een delict gepleegd of heeft andere problemen. De jongeren moeten gemiddeld twee jaar wachten voordat een (verplicht) behandelplan tot stand komt. Als er wel plannen zijn, schiet de evaluatie tekort. Door verzuim door en verloop onder het personeel is onduidelijk of de jongeren wel „volgens de eigen pedagogische uitgangspunten voor heropvoeding” worden behandeld. Personeel is ook te laag opgeleid.

Jeugdinrichtingen staan al langer bloot aan scherpe kritiek. Een maand geleden concludeerden inspectiediensten dat in zes van de veertien jeugdgevangenissen sprake is van een „ernstig risico” op een onveilig klimaat voor jongeren en het personeel. In diezelfde periode pleitten medewerkers van de inrichtingen al voor sluiting van jeugdgevangenissen omdat ze slecht werk leverden.

„Je zou bijna denken dat we jeugddetentie gisteren hebben bedacht”, zegt Kamerlid Van Velzen (SP). Volgens haar falen jeugdinrichtingen op alle fronten. Daar zijn jongeren de dupe van. Ze noemt de conclusies van de rekenkamer „schokkend” en „onacceptabel”. In een reactie schrijft de staatssecretaris dat zei de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer overneemt.