‘Geloof jij maar lekker door’

De biofysicus Cees Dekker probeert in ‘Omhoog kijken in platland’ met 19 andere ‘geleerden van naam en faam’ opnieuw aan te tonen dat geloof en wetenschap goed samengaan.

Jannetje Koelewijn

Zoveel succes als de eerste keer, in mei 2005, zal Cees Dekker nu waarschijnlijk niet krijgen. Toen was Maria van der Hoeven nog minister van OC&W en na een gesprek met hem over de relatie tussen geloof en wetenschap had ze op haar weblog geschreven dat het leven op aarde toch geen gevolg van toeval kon zijn. Er moest wel een intelligent design achter zitten. Zou het geen goed idee zijn als dat op de scholen ook behandeld werd, naast de evolutietheorie?

Maria van der Hoeven moest meteen naar de Tweede Kamer komen om verantwoording af te leggen over deze ongewenste bemoeienis van de politiek met religie. In de weken erna was intelligent design in kranten en op televisie onderwerp van fel debat. En daar was het Cees Dekker, biofysicus, hoogleraar in Delft, om te doen geweest met het boek dat hij toen net met veertien andere wetenschappers publiceerde, ‘Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp’.

Nu is er een derde boek in de serie, na ‘En God beschikte een worm’ uit 2006, over de relatie tussen evolutie en schepping. ‘Omhoog kijken in platland’ heet het. Negentien ‘geleerden van naam en faam’ – drie zijn lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen – proberen erin aan te tonen dat het christelijk geloof en wetenschap ‘uitstekend’ samengaan. Het werd gisteren aangeboden aan de nieuwe minister van OC&W, Ronald Plasterk.

Toen Maria van der Hoeven hem in 2005 – hij was nog hoogleraar moleculaire genetica – had uitgenodigd om met haar mee te denken over schepping, evolutie en onderwijs, schreef hij in de Volkskrant dat hij wel wat beters te doen had. „Straks dient zich een stel Indiase fakirs aan die zeggen dat de zwaartekracht niet bestaat.”

Maar nu hij zelf minister is, vindt hij het boek van Cees Dekker en de zijnen kennelijk belangrijk genoeg om ervoor naar Nieuwspoort te komen en er meer dan een halfuur over te discussiëren. Of ziet hij een mooie kans om zichzelf nog eens als atheïst te profileren?

Ronald Plasterk zegt dat het voor hem niets met wetenschap en alles met moraal en cultuurrelativisme te maken had toen hij als jongen van zijn geloof viel. „Als god ook een olifant kon zijn, dan kon hij ook wel duizend olifanten zijn. Of nul olifanten.” Hij zegt ook dat er aan de wetenschap geen argumenten voor of tegen het geloof te ontlenen zijn. Geloof en wetenschap hebben gewoon niets met elkaar te maken.

Hij verwijst naar pagina 61 uit ‘Omhoog kijken in platland’, waarop zes plaatjes van telkens twee cirkels staan, de een voor wetenschap, de ander voor geloof. Op het eerste plaatje zijn ze gescheiden, op de volgende raken ze elkaar en daarna gaan ze steeds meer in elkaar over. Ronald Plasterk: „Ik ben voor 1!”

Dan kijkt hij naar Cees Dekker – ze kennen elkaar goed uit de academische wereld – en zegt met een lachje dat die zeker voor 2 is. „Want jij vindt dat er wel aanwijzingen zijn dat het een met het ander te maken heeft.” Hij duwt zijn handen tegen elkaar, alsof het de twee cirkels zijn. „En dan kom je in enorme problemen.”

„Hoezo?”, vraagt Cees Dekker.

„Het beeld in de huiskamers is nu dat er een geleerde professor in Delft is met een alternatief voor de evolutietheorie. En dat moeten we dus niet hebben.”

„Maar ik bied helemaal geen alternatief voor de evolutietheorie”, zegt Cees Dekker.

Ronald Plasterk: „Mensen denken van wel. Jij schudt nee, maar zo is het wel hoor.”

Op het omslag van ‘Omhoog kijken uit platland’ staat dat Plasterk het boek van Cees Dekker en de zijnen ‘warm aanbeveelt’ en nu wil iemand uit de zaal weten waarom. „Omdat het tot discussie aanzet”, antwoordt Plasterk. „En die is nodig. Ik hoor dat er aan de VU studenten zijn die geloven in een schepping van zes dagen.”

Waar moet die discussie dan gevoerd worden?

„In elk geval niet in de biologielessen.” Iedereen mag van hem geloven wat die wil, ook aan de VU. Maar iemand die denkt dat de aarde plat is, kan misschien beter geen geologie geven.

En dat hoofdstuk over de zin van bidden, wat vindt Plasterk daarvan?

Hij haalt zijn schouders op. „Als je kind erg ziek is of zo, dan denk je moge het niet waar zijn, en dat is toch een schietgebedje, aan wie je het ook adresseert, en dat kan best nuttig zijn.”

„Aha!”, roept Cees Dekker. „Dat sluit je dus niet uit, dat bidden dan zin heeft.”

„Nou probeer je het toch hè?”, zegt Plasterk. „Mij jouw wereldbeeld opdringen.”

„Dat probeer jij toch ook de hele tijd bij mij?”, zegt Cees Dekker.

„Nee hoor”, zegt Plasterk. „Geloof jij maar lekker door. Dat kan mij niks schelen.”