Filippijnse activist blijft vrij

De Filippijnse oppositieleider José Maria Sison blijft op vrije voeten. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag gisteren bepaald.

Sison werd eind augustus opgepakt in zijn woonplaats Utrecht op verdenking van betrokkenheid bij moordaanslagen op de Filippijnen. Justitie kwalificeerde de verdenkingen als oorlogsmisdrijf.

De rechtbank liet hem vorige maand echter vrij, omdat er onvoldoende bewijs tegen hem is. De raadkamer van het hof onderschrijft die conclusie nu. Volgens deze kamer van het hof bevat het strafdossier tegen de oppositieleider onvoldoende concrete aanknopingspunten die wijzen op enige vorm van diens directe betrokkenheid bij de moorden.

In juli van dit jaar bepaalde het Europees Hof van Justitie al dat de Filippijnse oppositierechter onterecht op de Europese terreurlijst was gezet. Volgens het Gerecht van Eerste Aanleg, dat onderdeel uitmaakt van het Europees Hof, waren bij de beslissing om Sison op de lijst te plaatsen fundamentele rechten geschonden. Van personen en organisaties die op de Europese terreurlijst staan worden tegoeden bevroren en reispapieren ingetrokken.

Sison is voorzitter van de Filippijnse communistische partij CCP. Hij vluchtte in 1987 naar Nederland, dat zijn verblijf gedoogt. In augustus 2002 zette Nederland hem op de nationale terreurlijst, wat door de EU werd overgenomen.