Eén jeugd, één man

Minister Rouvoet wil de vrijblijvendheid in de jeugdzorg aanpakken, maar daar ligt het probleem niet.

De versnipperde jeugdzorg heeft een ‘veldwachter’ nodig.

Bij het aantreden van dit kabinet was er alle reden om hooggespannen verwachtingen te hebben van het jeugdbeleid. Het was immers het eerste kabinet in de geschiedenis met een minister voor Jeugd en Gezin: André Rouvoet van de ChristenUnie.

Hij heeft niet stilgezeten. De minister heeft kenbaar gemaakt af te willen van de vrijblijvendheid in de aanpak van probleemjongeren. Ook moeten kinderen uit probleemgezinnen beter beschermd worden. In 2008 gaat Rouvoet 6 miljard euro uitgeven, waaronder aan jeugdzorg.

De vraag is echter of de minister er in slaagt écht iets te bewerkstelligen. Als politiechef word ik dagelijks geconfronteerd met de meest scherpe kanten van de jeugdproblematiek. Eigenlijk is bij de meeste incidenten zelden het probleem dat de professionals die zich met jongeren bezighouden, zich niet verantwoordelijk voelen. Elkaar aanspreken op ieders verantwoordelijkheid, zoals minister Rouvoet wil, is dus niet afdoende. Het probleem is eerder dat de betrokken partijen niet goed samenwerken. Dat is ook de conclusie van bijna alle onderzoeken op dit gebied van de afgelopen jaren.

Welke fouten worden er in de praktijk het meest gemaakt? Ten eerste benaderen de verschillende professionals de jongeren met totaal verschillende normen en waarden. Een praktijkvoorbeeld: onlangs werd een jongen op school betrapt met twee zakjes wiet. De school schorst hem meteen en meldt het incident bij de politie. De politie toont echter geen interesse en wenst de wiet niet in beslag te nemen. „Spoel maar door het toilet”, was de reactie van een agent. Intussen bellen de ouders de drugshulpverlening. Daar bagatelliseren ze het probleem: 30 procent van de jongeren doet niet anders dan jointjes roken. De ouders bellen vervolgens de schooldirecteur met de vraag of zijn drugsbeleid niet te streng is.

Vier partijen, vier verschillende normen. De jongere met behoefte aan duidelijkheid leert van deze verwarring alleen maar hoe je verschillende partijen tegen elkaar uit kunt spelen.

Het tweede probleem in de aanpak van de jeugdproblematiek is dat de betrokken instanties vanuit hun eigen organisatielogica opereren en vaak uitsluitend hun eigen belangen behartigen. De politie, het Openbaar Ministerie, de woningbouwcorporaties, de gemeentelijke diensten, de hulpverleningsinstellingen: allemaal hebben zij eigen budgetten, achterbannen en ‘targets’. Zoals de jeugdcoördinator in mijn politiedistrict al stelde: „Ik kan nooit een toezegging doen aan ouders, omdat ik niet weet of de instanties hun taak wel zullen uitvoeren”.

Nu erkent minister Rouvoet dit probleem wel degelijk. Daarom pleit hij voor een specifiek plan van aanpak voor ieder probleemgezin, waarbij de coördinatie bij één van de hulpverleners komt te liggen. Maar uit de praktijk is gebleken dat méér coördinatie niet de oplossing is. In het ergste geval leidt het tot nog meer vergaderingen. Waar het aan ontbreekt is een gezagsdrager die namens alle betrokkenen knopen kan doorhakken.

Het is daarom tijd voor een nieuwe functie: de jeugdveldwachter. Socioloog Hans van Moors concludeerde na afloop van zijn onderzoek naar extreem en radicaal gedrag van jeugdgroepen in de regio Noord en Midden Limburg ook al dat er dringend behoefte is aan een ‘veldwachter’; een ambtenaar met bijzondere opsporingsbevoegdheden, die direct kan interveniëren in het geval van (dreigende) ontsporing van jongeren.

Hoe werkt dat in de praktijk? De schooldirecteur kan deze jeugdveldwachter vragen om ervoor te zorgen dat de politie de drugs van de geschorste leerling alsnog in beslag komt nemen. Ook kunnen de ouders de veldwachter vragen om het kind te laten helpen door de drugshulpverlening. De uitvoerende diensten hebben zich daar dan naar te schikken.

Nu wordt er in Rotterdam al enige tijd gewerkt met de ‘stadsmarinier’. Deze functie staat rechtstreeks onder de burgemeester. Daardoor heeft de stadsmarinier het gezag om direct in te grijpen. Burgemeester Job Cohen van Amsterdam wil zelfs zélf de bevoegdheid om in te kunnen grijpen in probleemgezinnen. Daarin krijgt hij de steun van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Het aanstellen van een jeugdveldwachter zou een radicale breuk betekenen met de Nederlandse bestuurscultuur. Maar gezien de aard van de problemen is de stap wel noodzakelijk.

Wim van Amerongen is plaatsvervangend korpschef van de regiopolitie Gelderland Zuid en voorzitter van de Raad van Toezicht Rubicon Jeugdzorg Limburg.