Duska

Duska is een terugkeer naar de dialoogloze, soms burlesque vorm van eerdere films van Jos Stelling zoals De illusionist (1984) en De wisselwachter (1986). Muze Cinema neemt in zijn nieuwe film de gedaante aan van een meisje (Sylvia Hoeks) achter de kassa van een bioscoop, waar de ooit gevierde criticus Bob (Gene Bervoets) avond na avond films ziet en herziet die hij wel kan dromen.

Fantasie, magisch-realisme en werkelijkheid nemen een loopje met hem als op een avond de mysterieuze Duska (Sergei Makovetsky) voor zijn neus staat. Hij is gekomen om niet meer weg te gaan. Hoe maakt Bob hem duidelijk dat hij een ongewenste gast is? Want Bob heeft genoeg aan zijn eigen spinsels van celluloid. Die moeten vooral niet opeens voor zijn ogen materialiseren.

Duska is zo bezien een film die de artistieke impasse èn de creatieve bevrijding thematiseert. Stelling doet dat met alle woordenloze slapstick en zwarte humor die hem ter beschikking staan. In de ogen van zowel Bervoets als Makovetsky zie je soms een glimp van de door Stelling zo bewonderde Marcello Mastroianni terug. Beide personages zijn vol van charmante tragiek, terwijl hun blik smeekt: ,,Toe, vertel me, wat doe ik hier, ik wil hier weg, help!’’

Toch heeft Duska één fundamenteel probleem. Hij is te lang. Echt heel veel te lang. Daardoor wordt alles wat kwikzilverig licht van misère zou moeten zijn loodzwaar. Jos Stelling vergeleek in een interview in deze krant film met opera. Het gaat niet om het verhaal, zei hij, maar om de aria’s. Maar Jos Stelling is geen Verdi, meer een Michael Nyman, de componist die de minimal music zijn naam gaf. Stelling varieert fijntjes op oerthema’s van leven en dood, vooral visueel: een kraai, een appel, een herfstblad. Daar zouden geen paukenslagen van pauzes tussen moeten vallen.

Regie: Jos Stelling. Met Gene Bervoets, Sylvia Hoeks, Sergei Makovetsky. In: 12 bioscopen.