Dreigende spookfiguren van Bastiaans

Tentoonstelling: Christiaan Bastiaans, Year Zero, T/m 28 oktober in De Pont, Tjeuke Timmermansstraat 4, Tilburg Inl.: www.depont.nl T 013 - 5438300

Van een afstandje duurt het een paar tellen voor je de rauwe realiteit ontwaart: dit is extreem menselijk lijden, verscholen achter inkt, stof en kralen. Museum De Pont toont een aantal grote fotowerken, textielsculpturen, tekeningen en collages gemaakt tussen 1999 en 2007 van Christiaan Bastiaans (1951). De kunstwerken zijn de weerslag van langdurige verblijven in oorlogsgebieden.

Sinds de jaren tachtig reist Bastiaans naar plekken op de aarde waar de menselijke omstandigheden niet menselijk meer zijn maar de (media)aandacht daarvoor gering. In afgelegen gebieden in Afrika en Azië fotografeert en filmt Bastiaans inwoners en maakt hij tekeningen en notities: studiemateriaal voor latere kunstwerken. Hij verbleef in Japan en trok door de jungle van Irian Jaya. In de sloppenwijken van India filmde hij bewoners die hun eigen organen verkochten om te overleven. Overheersend in Bastiaans’ kunst is het menselijk lichaam. Het kwetsbare lichaam van vlees en bloed, dat als wapen in de strijd wordt ingezet en verwoest.

De kunstwerken in De Pont zijn niet zo expliciet in het tonen van het wereldleed. Ook hier zijn afschrikwekkende documentairefoto’s te zien: van kinderen in ziekenhuisbedden die door oorlogsgeweld armen en benen missen. Maar de prints en sculpturen die het overgrote deel uitmaken van de tentoonstelling zijn subtieler.

Op de fotoprints herken je vaag menselijke vormen. Maar één keer zien we in de expositie een persoon herkenbaar en ten voeten uit. Verder zijn het afbeeldingen van mensen die zich verstoppen of beschutting zoeken, maar waarop alles behalve de omhulde gestalte is weggefilterd. Körper zur Beobachtungsstation is een omineuze print van een lap stof waar een uitgemergeld kinderbeen onder vandaan steekt, tegen een witte achtergrond. Op de prints is getekend, geschilderd, gestikt en geplakt: met kralen, knopen, verbandgaas, houtjes en glimmende palletten. Het tooien van afbeeldingen van oorlogsslachtoffers wringt, vooral omdat het niet duidelijk wordt wat de stiksels en plaksels beduiden. Dat zorgt voor grote afstand tot de toeschouwer in plaats van grote emotie.

Geslaagder zijn de Hurt Models. Bastiaans werkt sinds het midden van de jaren ’90 aan deze beelden die het midden houden tussen kostuums en stoffen sculpturen. Ze ontstonden naar aanleiding van zijn verblijf in Sierra Leone waar hij gegrepen werd door het lot van kindsoldaten. De kinderen werden door rebellen en militities weggeroofd bij hun families en gedwongen mee te vechten in de strijd. Om de vijand af te schrikken, hulden de rebellen zichzelf en de kindsoldaten in de meest vreemde vermommingen, waarbij pruiken en gewaden maar ook bruidsluiers werden gebruikt. Bastiaans sculpturen zijn spookgedaanten, hangend aan het plafond, net los van de vloer, die de toeschouwer van bovenaf aanstaren. Bedreigend zijn de geweren en kapmessen die overal tussen de met kralen, talismannen, speelgoed en krantenartikelen versierde lappen stof tevoorschijn steken. Maar omdat Bastiaans hoofdzakelijk zachtgetinte voile en gaas gebruikt, zijn de sculpturen feitelijk zo licht als veertjes; even broos als de strijders die er onder schuilgaan en met talismannen het lichaam hopen te beschermen.

Zulk theatraal engagement met menselijk lijden, loopt het gevaar gemakkelijk gratuit te worden. Dat geldt voor de expliciete foto’s en in mindere mate voor de gestileerde prints. Bij de sculpturen is er sprake van pure suggestie. Daar wordt enkel omhulsel getoond. En dat doet meer eer aan de menselijke waardigheid dan de dramatische waarheid.