De oorlog van Dennis, Rob, Rik en Stephan

Het NOS Journaal had alle reden om fors uit te pakken met zijn beelden van de slag in de Choravallei, die ruim zes weken geleden plaatsvond, op 20 augustus. De door legerfotograaf Gerben van Es gedraaide video bevat niet alleen de eerste extensieve beelden van een vuurgevecht van Nederlandse militairen in Afghanistan. Sinds de uitvinding van de filmcamera was de Nederlandse krijgsmacht actief op de Grebbeberg, in Korea, Irak en tijdens verschillende VN-missies, maar voorzover ik weet bestaan geen beeldopnamen van wat de huidige commandant der strijdkrachten Dick Berlijn gisteren in Nova ‘troops in contact’ (TIC) noemde. Zelfs van de politionele acties in Nederlands-Indië herinner ik me alleen eindeloze verslagen van het patrouille lopen door de sawah.

De primeur kwam dan ook hard aan. Het journaal van acht uur vertoonde een samenvatting van een minuut of vijf, op de NOS-site is een lange versie van vijftien minuten te zien. Een eenheid van het Afghaanse Nationale Leger (ANA) probeert de commandopost Kala Kala op de Talibaan te heroveren. Een Nederlandse majoor, die als Stephan wordt aangeduid, voert het bevel. Vanachter lemen muurtjes schieten de Nederlandse militairen op de vijand, die niet verder weg is dan 200 tot 300 meter. Er vallen onder de Nederlanders twee gewonden.

Er is ook contact met Afghaanse burgers, die vooral worden gemaand zich uit de voeten te maken. We zien een deur ingetrapt worden, op de manier die we kennen van de Amerikanen in Irak.

Veel combattanten worden bij hun voornaam genoemd. Dennis moet de noordflank dekken, maar Stephan meldt: „Het is gewoon kut, want onze noordflank zit niet goed dicht”. Rob krijgt het commando „schot op rechts” en ook Rik en Harold worden aangesproken. Het heeft iets heel vervreemdends om in een uithoek van Uruzgan te horen roepen: „Pas op voor boobytraps, lui!”

Dat we eraan moeten wennen komt alleen doordat ons dergelijke beelden tot nu toe systematisch onthouden zijn. NOS-verslaggever Peter ter Velde zegt in februari al eens een vuurgevecht vanuit de verte te hebben gefilmd, maar deze beelden zijn andere koek.

Van Es gaf ze mee aan de journalist. In onderling overleg werd besloten ze nu vrij te geven. Commandant Berlijn zei in Nova dat we achter die timing geen strategie moeten zoeken: „We willen een eerlijk beeld overbrengen en ook laten zien dat de missie niet alleen om wederopbouw gaat. De perceptie moet niet uit de pas lopen met de werkelijkheid in Afghanistan”.

Gisteren werd ook bekend dat de door de krijgsmacht naar Uruzgan uitgenodigde journalisten verdere beperkingen zijn opgelegd. Berlijn: „We willen de veiligheid van de mensen niet in gevaar brengen”. Aangenomen moet worden dat ‘de mensen’ niet de journalisten, maar de militairen zijn. Maar moeten we het dan voortaan stellen met door militairen zelf gemaakte beeldverslagen?

We weten niet hoe representatief die verslagen zijn. Een rechtbank zou zo’n vermoedelijk subjectieve selectie niet als bewijs aanvaarden.

Tegenover het risico dat de publieke opinie zich door TIC-beelden negatief ontwikkelt ten aanzien van verlenging van de missie in Afghanistan staat de kans dat de betrokkenheid bij ‘onze jongens’ juist groter wordt. Ik betrapte mezelf op een adrenalinestoot bij het bekijken van de video. Ter Velde zei gisteren dat hij na de eerste vertoning van de beelden direct enthousiaste mailtjes kreeg uit Uruzgan: zien ze in Holland ook eens hoe het hier echt toegaat.

Dennis, Rob, Stephan en de anderen maken deel uit van een non-fictieve videogame. De aanmeldingen voor het leger zullen de komende tijd toenemen.

De schaarste tot nu toe van beelden van deze ‘trainings- en adviseringsactiviteiten’ is volstrekt kunstmatig.

Kijk ook op nrc.nl/beeldenstorm