Cameron vijzelt zelfvertrouwen Tories op

David Cameron hoopte gisteren niet alleen zijn Conservatieve partijge-noten, maar alle Britten te overtuigen dat hij beter in staat is het land te leiden dan Gordon Brown.

‘Kondig die verkiezingen maar aan’, aldus David Cameron, leider van de Conservatieve oppositie. (Foto AFP) British opposition Conservative leader David Cameron speaks at the Conservative Party Conference, 03 October 2007, at the Winter Gardens, Blackpool, north-west England. Cameron dared British Prime Minister Gordon Brown to call a snap general election, in a showpiece speech winding up his party's annual conference. The Conservative Party chief threw down the gauntlet amid increasingly fevered speculation that Brown could call an election early next week. Cameron hopes his make-or-break address at the Tories' annual conference in Blackpool, northwest England, could see him become prime minister within weeks if Brown calls early polls. The 40-year-old's speech focused on why he wanted to lead the country, laying bare what he thought was going wrong in Britain under Brown's governing Labour Party and how he proposed to change it. AFP PHOTO/ANDREW YATES AFP

David Cameron, de leider van de Britse Conservatieve Partij, stond gisteren in Blackpool voor een netelige opgave. Hij moest bij zijn grote slotrede tot het Conservatieve partijcongres zó veel indruk maken als potentiële leider van het land, dat premier Gordon Brown de lust zou vergaan vervroegd verkiezingen uit te schrijven. Die zouden Brown en zijn Labourpartij immers op hun sloffen winnen, dacht tot gisteren bijna iedereen.

Het was vanmorgen, een halve dag later, nog niet duidelijk of Cameron in zijn opzet is geslaagd. Brown, die de afgelopen maanden veel bijval oogstte met zijn vastberaden optreden, zal dit weekeinde na raadpleging van zijn adviseurs en de laatste opiniepeilingen de knoop doorhakken. Begin volgende week licht hij het Lagerhuis in over zijn plannen.

Vast staat echter dat de oppositionele Tories, die de afgelopen weken een verdeelde en gedemoraliseerde indruk maakten, door een soepel verlopen congres aan zelfvertrouwen hebben gewonnen. En vriend en vijand waren het er vanmorgen over eens dat Cameron zeldzaam veel lef had getoond op dit voor hem zo belangrijke moment.

Zo presteerde hij het de volgepakte zaal ruim een uur vloeiend toe te spreken, zonder vaste tekst en met slechts vluchtige blikken op wat losse aantekeningen. Een kunststukje, waarmee hij veel eer inlegt in een land, waar welsprekendheid vanouds in hoog aanzien staat. „Kondig die verkiezingen maar aan”, besloot Cameron tot enthousiasme van zijn gehoor. „We zullen strijden, Groot-Brittannië zal winnen.”

„Een fantastische speech”, jubelde de jonge Deborah Dunleavy, die in het kielzog van Cameron een Lagerhuiszetel hoopt te veroveren in het noorden van Engeland. „Hij daagde Brown uit en dat was precies wat we nodig hadden.”

In het voorbijgaan snoerde Cameron critici de mond, die hem hadden verweten zich slechts om de presentatie te bekommeren, niet om de inhoud. Een Labour-woordvoerder vergeleek hem enkele dagen geleden nog oneerbiedig met een mooie vlinder, die steeds weer even aan een andere bloem ruikt om daarna doelloos verder te fladderen.

Uitgebreid zette Cameron ditmaal echter het beleid uiteen waarmee hij tekortkomingen in de Britse samenleving wil aanpakken. Zo hamerde hij erop dat de burger moet kunnen kiezen uit meerdere openbare scholen voor zijn kinderen en de keuze moet hebben uit verschillende huisartsen. Pikant is dat Browns voorganger Tony Blair ook deze kant uitwilde, maar dat Brown nooit veel enthousiasme voor deze ideeën heeft getoond.

Eerder deze week hadden de Conservatieven hun achterban al in extase gebracht met voorstellen voor belastingverlaging. Zo beloofden ze de grens voor successiebelasting aanzienlijk te verhogen. Daarnaast oogstte Cameron veel waardering met zijn stelling dat het gezin de beste vorm van sociale zekerheid is. Ook haalt de overheid volgens hem ten onrechte steeds meer verantwoordelijkheid weg bij de burger. „Als je de mensen als idioten behandelt, verdien je niet om het land te leiden”, hield hij Brown voor.

De Conservatieve leider beschuldigde Brown er van „oude politiek” te bedrijven. Zelf onderstreepte Cameron voortdurend de noodzaak van vernieuwing. „Het is tijd voor verandering”, luidde het motto van het partijcongres.

Uitgebreider ook dan Brown stond Cameron stil bij de buitenlandse politiek. Hij hekelde de weigering van de regering om een referendum te houden over het Europese Hervormingsverdrag als „schaamteloos”.

Tot prioriteit van zijn buitenlandse beleid wil hij verder ‘Afghanistan’ uitroepen, omdat anders „het terrorisme terugkeert in de Britse straten”. Ook dat leek een echo van uitspraken van Blair.

Waarderende woorden had Cameron voor een andere oud-premier, met wie hij tot dusverre niet zoveel op leek te hebben: Margaret Thatcher. Veel keus had hij in dit opzicht niet, nadat Brown Thatcher onlangs had ontvangen en omstandig had geprezen als een „politicus met overtuigingen”, net als Brown zelf uiteraard en geheel anders dan de huidige voorman van de Conservatieven. Cameron zei gisteren „trots” op haar en de partij te zijn. Maar, zo voegde hij er aan toe: „De triomfen uit het verleden zijn niet genoeg.”

Cameron onthield zich met opzet van retorische hoogstandjes. Met een sobere, authentieke presentatie hoopte hij niet alleen de Conservatieven maar alle Britten te overtuigen dat hij in staat is, beter zelfs dan de ‘ouderwetse’ Brown, om het land te leiden.

Bij veel Conservatieven lukte dat. „Het was een uitstekend en heel redelijk verhaal”, reageerde Angela Chandler, een ouder partijlid uit Lancaster. „Het had inhoud en hij bekommerde zich terecht niet om soundbites.” Ook Stephen Greek, een jongeman in een krijtstreeppak, is geestdriftig. „Cameron geeft echt een nieuwe richting aan voor het land.” Anderen waren sceptischer. „Dit is geen toespraak, waarmee je verkiezingen wint”, oordeelde Simon Gordon uit Londen. „Te veel details en nogal vlak gebracht.”

Tegen het einde van zijn rede ging Cameron nog even op zijn eigen bevoorrechte afkomst in, als zoon van een welgestelde rechter en een beursmakelaar. Het was niet het geld, dat het verschil had gemaakt, stelde hij, maar de warmte in het gezin. Evenmin, zo zei hij, geneerde hij zich voor de goede school, die hij had bezocht. Het had hem alleen maar doordrongen van het recht dat elk kind heeft op een goede opleiding.

Wat hij er niet bij zei, maar iedereen in de zaal wist, was dat Cameron op Eton, de duurste en meest elitaire school van het land, heeft gezeten. Juist dat ook verklaart zijn lef om uit het hoofd te spreken. Als er immers iets is, wat Eton zijn studenten bijbrengt, is het wel zelfvertrouwen. De Britten weten sinds gisteren dat het daaraan in elk geval niet schort bij de premier in spe.