Bos houdt vast aan eigen, ‘veel betere’, plannen

De Tweede Kamer kwam tijdens de Financiële Beschouwingen met veel alternatieven, maar minister Bos hield vast aan zijn eigen begroting.

De vliegbelasting blijft. Het minimumloon gaat niet omhoog. Er komt geen fiscale strafheffing voor topondernemers. Maar voor managers bij staatsbedrijven is het oppassen geblazen. Hun salaris mag voortaan niet sneller stijgen dan dat van de rest van het personeel.

Na twee dagen Algemene Financiële Beschouwingen wist minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) zijn begroting voor volgend jaar ongeschonden door de Tweede Kamer te loodsen.

De christen-democraten liepen met hun verzet tegen de plannen van het kabinet (CDA, PvdA, CU) om villabezitters extra te belasten en de pensioenaftrek voor topinkomens te schrappen in de modder. De VVD kreeg de „draconische lastenverzwaring” niet van tafel. D66 lukte het niet extra geld voor onderwijs los te krijgen en de socialisten van de SP hadden het nakijken met verhoging van de hoogste belastingtarieven.

„Er is tien jaar gepraat over de aanpak van de topinkomens. Wij hebben nu een eerste betekenisvolle stap gezet”, reageerde Bos en doelde op het voornemen om salarissen van topondernemers in bedrijven waarin de staat een belang heeft, niet sneller te laten stijgen dan het salaris van de rest van het personeel.

„Jammer dat Zalm er zoveel verkocht heeft”, sneerde Kees Vendrik, Tweede Kamerlid voor GroenLinks doelend op de voorganger van Bos. De staat heeft slechts in 33 bedrijven nog een belang. Vooral het aanpakken van buitensporige bonussen voor managers kan GroenLinks en de SP niet ver genoeg gaan. Vendrik en andere oppositieleden waren dan ook ingenomen met het voorstel van CDA-Kamerlid Frans de Nerée tot Babberich om „excessieve” bonussen met 20 procent werkgeversheffing extra te belasten. Ook wilde het CDA de gouden handdrukken beperken tot een jaarsalaris. Krijgen ze meer voorzieningen mee zoals royale pensioen- of optieregelingen, dan moeten deze ook extra worden belast. In ruil hiervoor moest het kabinetsplan om burgers met een eigen woning duurder dan 1 miljoen euro extra te belasten en de aftrek van pensioenpremies te beperken tot inkomens van 185.000 euro wel van tafel.

Groot was de teleurstelling bij de oppositie toen De Nerée aan het eind van het debat leek in te binden. Bos voelt niets voor een heffing op bonussen van topmanagers. Daardoor zou het vestigingsklimaat verslechteren. De minister hield bovendien de twee regelingen om hoge inkomens af te toppen recht overeind. „Onze plannen om de hoogste inkomens aan te pakken zijn veel beter”, stelde Bos.

„Als het CDA hier werkelijk genoegen mee neemt, hebben we een Tichelaar”, hoonde het Kamerlid Alexander Pechtold (D66). „Eerst iets beloven over topinkomens en uiteindelijk hebben we niets in handen”, aldus Pechtold verwijzend naar de PvdA-fractieleider. Jacques Tichelaar zette tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen twee weken geleden hoog in toen hij koopkrachtreparatie voor de middengroepen eiste, maar haalde bakzeil toen hij met alternatieven moest komen. „Bij het eerste vleugje tegenwind, ziet u van uw plannen voor aftopping af”, reageerde Pechtold.

De fractieleider van D66 legde tijdens het debat als een van de weinigen minister Bos het vuur aan de schenen. Want moest het overschot op de begroting niet hoger zijn volgens berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) zodat ook op langere termijn – inclusief de effecten van de vergrijzing – de overheidsfinanciën beheersbaar blijven? „Volgens het CPB moet het kabinet in 2011 uitkomen op 3 procent van het bruto binnenlands product. Maar u haalt dat nauwelijks”, aldus Pechtold.

„Dat klopt niet”, reageerde Bos. De minister had net een dag eerder in een artikel op de opiniepagina van De Volkskrant op de beperkingen gewezen van louter theoretische modelberekeningen. In modellen draait het om een „relatief smal welvaartsbegrip”. In bepaalde scenario’s wordt „geen cent voor het onderwijs, voor energie, voor innovatie of duurzaamheid uitgetrokken”, zei Bos. „Elke econoom weet ook dat deze zaken voor burgers meetellen in wat economen het ‘brede welvaartsbegrip’ noemen.” Alleen zijn ze volgens de minister moeilijker in modellen te vatten.

Daarmee pareerde de minister ook de kritiek van Kamerlid Frans Weekers (VVD) en het Kamerlid Tony van Dijck (PVV) over de dalende koopkracht, waardoor de „hard werkende” Nederlanders getroffen worden. „Onder dit kabinet is de hard werkende Nederlander de absolute winnaar”, stelde de minister. „Voor hem is niet alleen belangrijk wat er in zijn portemonnee gebeurt. Hij kijkt ook naar de situatie in de verzorgingshuizen van zijn ouders, op de school van zijn kinderen en of het veilig is op straat.” Wie welvaart en geluk alleen afmeet aan geld en het bruto binnenlands product, heeft een „buitengewoon beperkt welvaartsbegrip”, zei Bos.

Is bovendien niet het belangrijkste „dat de kas klopt”, vroeg de PvdA-minister zich af. „En de kas zál kloppen”. Hij wees er op dat het kabinet met zijn begroting over de hele vierjarige regeerperiode elk jaar overschotten laat zien en een staatsschuld die onder de 40 procent van het binnenlands product uitkomt. „Dat betekent dat er minder rentelasten zijn en er meer geld over is.”