Anne’s uitzicht

„Wij keken alle twee naar de blauwe hemel, de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden, naar de meeuwen en de andere vogels die in hun scheervlucht wel van zilver leken. Dat alles ontroerde en pakte ons alle twee zo, dat we niet meer konden spreken.”

Zo schreef Anne Frank op 23 februari 1944 in haar dagboek over het enige stukje natuur dat ze vanuit het zolderraampje van het Achterhuis kon zien, de kastanjeboom in de binnentuin van de Prinsengracht 263 in Amsterdam.

De 150 jaar oude boom is ernstig ziek. Een explosieve groei van tonderzwam en honingzwam heeft de kastanje dusdanig aangetast dat de gemeente een vergunning voor de kap heeft afgegeven, omdat het Achterhuis en de omliggende panden gevaar zouden lopen.

Het stadsdeel Centrum is gisteren echter akkoord gegaan met het verzoek van een aantal bezwaarmakers om de kap uit te stellen. Zij krijgen drie maanden om aan te tonen dat de boom veilig behouden kan blijven.