Voetbal en EU-regelgeving

Voor voetbal moet een uitzondering gemaakt worden in het Hervormingsverdrag van de Europese Unie, zei UEFA-directeur Michel Platini vorige week. Europese regelgeving zou de sport namelijk bedreigen. Vandaag vergadert staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken, PvdA) met de voormalige topvoetballer. Timmermans zelf maakte vorige week bekend dat hij de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, zal aansporen om de sport te beschermen tegen commerciële belangen. Maar waarom zou voetbal beschermd moeten worden en wat houdt zo’n uitzonderingspositie in?

Waar het UEFA-baas Platini om gaat is het Europese principe van vrij verkeer en de Europese concurrentieregels. De Europese voetbalbond verplicht clubs vanaf augustus 2008 voor internationale duels vier spelers uit de eigen opleiding en vier voetballers uit het eigen land in de selectie op te nemen. Dat zou de macht van grote en rijke clubs, die door heel Europa spelers wegkopen, verkleinen. Daarnaast verkoopt de UEFA uitzendrechten voor internationale voetbalwedstrijden, zoals duels in de Champions League, in één pakket.

Deze twee zaken zouden in strijd kunnen zijn met Europese regels, vertelt Stefaan Van den Boogaert. Hij is docent Europees recht aan de Universiteit Maastricht en jurist van de Nederlandse Eredivisie. Sport valt in het Hervormingsverdrag onder Europese regelgeving, zegt de sportjurist. Dat is een bevestiging van de ontwikkeling van de Europese rechtspraak op dit gebied.

Platini zal zien aankomen dat zijn nationaliteitseis voor spelers discriminerend werkt voor voetballers uit andere EU-landen. Van den Bogaert: „Het is wachten op een club die naar het Europees Hof van Justitie stapt.” Hetzelfde geldt voor de pakketverkoop van tv-rechten, denkt Van den Boogaert. „Concurrentie is op die manier onmogelijk en dus verboden.”

„Dit is een politieke lobby van Platini, die gedoemd is te mislukken”, denkt Van den Boogaert. Europarlementariër Toine Manders (VVD) bevestigt dit. „Dit gaat niet om het beschermen van de sport, maar om de machtspositie van de schatrijke UEFA. Die wordt nu erg aangetast.”

 

Dolf de Groot