Vertrek betekent verraad

Er is discussie ontstaan over grote bedrijven die actief zijn in het dictatoriale Birma.

Energiemaatschappijen zijn niet van plan zich terug te trekken uit het land.

Wanneer is een economisch aantrekkelijk project in een dictatoriaal land als Birma acceptabel? Het Franse energieconcern Total is er sinds 1992 actief en hanteert twee criteria, zegt Jean-François Lassalle, die bij het onderdeel exploratie en productie van Total verantwoordelijk is voor de relaties met landen als Birma en Soedan.

Criterium één: het project moet voldoen aan wettelijke bepalingen en niet in strijd zijn met een Frans verbod om zaken te doen („want we zijn een Frans bedrijf”), de Europese Unie of de Verenigde Naties. Soms volstaat een Franse oproep om zich terug te trekken: zo trok Total zich vorige week terug uit het gasveld Zuid-Pars in Iran.

Tweede criterium: Total moet kunnen werken volgens de eigen gedragscode. Respecteren van de mensenrechten, het uitsluiten van gedwongen arbeid, respect voor ecologie en het opbouwen van onderwijs en gezondheidszorg horen daarbij. Als niet zeker is dat dit kan, zoals in Soedan, gaat Total er weg.

Volgens Lassalle is er geen twijfel „dat we in Birma aan de voorwaarden voldoen”. Een boycot, waartoe Nederlandse Kamerleden hebben opgeroepen, noemt de Total-directeur „contraproductief”: „Wat wij daar doen, is geen hightech. Als wij weggaan, zijn we zo vervangen door bedrijven die het mogelijk niets kan schelen in welke omstandigheden dat gebeurt.”

In Birma is een heel rijtje westerse bedrijven actief, waaronder het Nederlandse SBM Offshore. Ze noemen Birma naar de naam die de militaire junta het land heeft gegeven: Myanmar. Allemaal moeten ze zich met regelmaat verdedigen, maar de discussie spitst zich toe op twee van ’s werelds zes grootste energieconcerns: het Franse Total (95.000 werknemers, 130 landen) en het Amerikaanse Chevron (62.000 werknemers en 180 landen).

Beide partijen exploiteren voor de kust van Birma het gasveld Yadana en bezitten, samen met een Thaise energiemaatschappij en een binnenlands concern, een pijpleiding naar Thailand. Total heeft een belang van 31 procent in veld en pijpleiding, Chevron 28 procent. De gaswinning is volgens schattingen de komende veertig jaar goed voor jaarlijks 2 miljard dollar (1,4 miljard euro) omzet.

De Franse president Sarkozy noemde Total vorige week als enige bij naam toen hij bedrijven opriep niet meer in Birma te investeren. In de VS overweegt het Witte Huis volgens anonieme bronnen in de media kritiek te uiten op Chevron. Zowel de VS als de EU hebben al langer economische sancties tegen Birma afgekondigd, maar daarvan werden bestaande investeringen uitgezonderd. Ook nu roept de Amerikaanse noch de Franse regering de concerns op te vertrekken uit Birma.

Volgens mensenrechtenorganisaties als het Amerikaanse Earth Rights International en Human Right Watch dragen de energieconcerns eraan bij dat het huidige regime aan de macht blijft. Chevron is in Nederland bekend onder het merk Texaco, maar de Nederlandse Kamerleden die voor een boycot zijn, concentreren zich op Total.

Total probeerde afgelopen week zijn aanwezigheid in Birma te rechtvaardigen. Woordvoerders onderstreepten dat het concern sinds tien jaar niet meer geïnvesteerd heeft in Birma. Total verklaarde dat het bedrijf „hoopt dat er oplossingen gevonden zullen worden waarmee de mensenrechten worden gerespecteerd”.

Meer dan deze oproep kan Total zich niet permitteren, zegt directeur Lassalle. „Stelt u zich eens voor wat er gebeurt als we politieke druk op het regime gaan uitoefenen. Wij zijn zo vervangen.” Vertrekken uit Birma, zegt Lassalle, zou „verraad zijn aan de mensen die profiteren van onze activiteiten”. De directeur schat dat 50.000 mensen in Birma, een beter leven hebben doordat het energieconcern in het gebied rond de pijpleiding zorgt voor goede werkomstandigheden en investeert in onderwijs en gezondheidszorg. Total is ook betrokken bij sociale projecten elders in Birma: weeshuizen in Rangoon en projecten tegen dwangarbeid.

Chevron heeft een korter, ander verleden in Birma. Chevron verkreeg het belang in het Yadana-veld en de pijpleiding naar Thailand pas in 2005 met de aankoop van het Californische energiebedrijf Unocal.

Unocal had een moeizame reputatie op het gebied van mensenrechten. Het leger van Birma zou leden van inheemse stammen hebben ontvoerd, om ze daarna tot de dood erop volgde aan infrastructurele werken te laten bouwen. In 1996 hebben nabestaanden hierover een rechtszaak aangespannen tegen Total en Chevron – een zaak die in 2004 voor een onbekend bedrag werd geschikt. Volgens Total is van gedwongen arbeid in de betrokken zone geen sprake.

Chevron reageerde niet op verzoeken om commentaar. Tegen Aziatische media zegt de Chevron-woordvoerder in de regio dat het belang in Myanmar „een langetermijnverplichting is die in de energiebehoeftes van miljoenen inwoners voorziet”.

Burma Centrum Nederland voert actie voor vertrek van Total: www.burmacentrum.nl