Vertekend beeld van debatcultuur Rotterdam

Op de achterpagina van deze krant op 25 september lucht debatorganisator Hans Kennepohl zijn hart over de debatcultuur in Rotterdam. Naar zijn idee ontbreekt het in Rotterdam aan een centraal debatpodium. De Arminiuskerk waar hij zelf debatprogrammeur is ziet hij als enige plek in de stad. Het sombere beeld dat hij schetst is gelukkig feitelijk onjuist.

Debat in Rotterdam is al jaren springlevend. Het verschil met andere steden is dat het debat zich in vele soorten en gedaanten manifesteert, op verschillende plekken in de stad (Bibliotheek, De Unie, Nighttown, Kriterionbioscoop, Schouwburg, Hogeschool Inholland, Berlage Instituut, Nederlands Architectuurinstituut etc.) Rotterdam kent daarnaast veel organisaties en individuen die zich bezighouden met het debat.

Behalve dat in Rotterdam de debatcultuur groeit en bloeit heeft de stad ook geschiedenis geschreven met spraakmakende debatten zoals het in het Culturele Hoofdstadjaar georganiseerde debat naar aanleiding van de afgelasting van de opera Aisha en de vrouwen van Medina, de door de gemeente Rotterdam georganiseerde Islamdebatten en last but not least de grote lijsttrekkersdebatten door de Erasmus Universiteit.

Sinds het bombardement kent Rotterdam niet meer één centrum maar vele centra. De stad kent vele bronnen van cultuur en daarmee van debat. Daar past een pluriform debataanbod bij zonder dat één partij een monopoliepositie inneemt. Het is jammer dat Hans Kennepohl zo`n vertekend beeld van de Rotterdamse realiteit geeft. Dat zou te maken kunnen hebben met zijn uitspraak dat `praten helpt`.

Naar mijn mening is niet zozeer `het praten` maar `de dialoog` essentieel voor het organiseren van ontmoetingen. Een dialoog bestaat uit praten én luisteren, en daarbij is het niet de bedoeling de wederpartij te negeren maar deze voor vol aan te zien en te betrekken in je beschouwing.