Rol kerk belicht in juntaproces

Een rechtszaak tegen een kapelaan die zou hebben geheuld met de Argentijnse junta, heeft de rol van de rooms-katholieke kerk bij de ‘Vuile Oorlog’ in Argentinië opgerakeld.

Cristian von Wernich tijdens het proces tegen hem. Foto Reuters Former police chaplain Christian von Wernich looks at his spectacles during his trial in La Plata, capital city of the province Buenos Aires, July 5, 2007. Von Wernich, who is accused of involvement in torture, kidnapping and murder during Argentina's "dirty war", went on trial on Thursday in the first case linking a clergyman to human rights abuses. REUTERS/Enrique Marcarian (ARGENTINA) REUTERS

Toen hij op 8 mei 1985 voor de Argentijnse Waarheidscommissie getuigde, was Cristian Federico von Wernich zich van geen kwaad bewust. Als kapelaan van het politiekorps van de provincie Buenos Aires bezocht hij eind jaren zeventig inderdaad de illegale detentiecentra waar de ontvoerde, linkse tegenstanders van de militaire junta werden vastgehouden. Maar niets had de aalmoezenier gemerkt van de moorden, de babyroven en de martelingen die in opdracht van de legerleiders in die centra waren begaan.

Over de cellencomplexen die werden gerund door zijn directe leidinggevende, de beruchte politiechef van de hoofdstad, Ramón Camps, verklaarde Von Wernich alleen: „Het waren gewone politiebureaus, waar een politieschild hing en de Argentijnse vlag, allemaal duidelijk herkenbaar. Er waren de mensen die vastzaten en er liep geüniformeerd personeel rond. Door dat alles heb ik, geloof ik, niets anders gezien dan wat gewoon is in een politiebureau.”

Maar sinds de katholieke geestelijke onlangs voor een rechtbank in de Argentijnse stad La Plata heeft moeten verschijnen, is van deze ontkenning uit 1985 weinig overeind gebleven. Onderzoeksjournalisten en mensenrechtenactivisten in Argentinië onthulden de afgelopen jaren al dat Von Wernich wél van de gruweldaden moet hebben geweten. In 2003 speurden zij hem op op zijn onderduikadres in Chili, waar hij als pater werkte onder de schuilnaam González.

Maar net als alle andere schuldigen uit de juntatijd genoot ook de kapelaan toen nog amnestie. Pas na het schrappen van Argentinië’s amnestiewetten, in 2005, kon Von Wernich alsnog worden aangeklaagd. Sinds begin juli staat hij terecht voor betrokkenheid bij zeven moorden, 31 gevallen van martelen en 42 ontvoeringen.

Tijdens het proces vertelde een stoet ex-gevangenen – die hun detentie in tegenstelling tot duizenden anderen wél overleefden – in detail hoe ze in de cel Von Wernich op bezoek kregen. Hij zette hen onder druk te gaan praten – zogenaamd als biecht. Hij vertelde hun dat ze gemarteld werden omdat ze „het Vaderland schade berokkenden”. Hij beval hun beulen aan hen na het toedienen van elektrische schokken „een massage” te geven. En doopte de baby’s die van zwangere arrestanten werden afgepakt. En hij zegende na terugkomst de militairen die vlogen in de marinevliegtuigen van waaruit ontvoerde ‘subversieven’ in zee werden gegooid.

Deze en vorige week bezochten de rechters nog de plekken waarvan enkele getuigen zeggen dat ze er tijdens hun detentie Von Wernich herkend hebben. Op 9 oktober zal de rechtbank vervolgens uitspraak doen. Nadat deze zelfde rechters onlangs ex-politiecommissaris Miguel Etchecolatz tot levenslang veroordeelden, twijfelen weinigen er aan dat het nu opnieuw tot een lange straf komt.

Hoewel over de rol van Von Wernich dankzij dit proces meer duidelijk is geworden, heeft het tegelijkertijd veel nieuwe vragen opgeroepen over de rol van de hele Argentijnse rooms-katholieke kerk én die van het Vaticaan. Tot ongenoegen van nabestaanden en andere slachtoffers van het regime.

Tijdens het proces uitten getuigen hun onvrede over het zwijgen van de huidige aartsbisschop, Jorge Bergoglio. „Heeft hij helemaal niks te zeggen over dit proces?”, vroeg getuige Estela de Cuadra, wier zus onder de junta verdween. Maar Bergoglio – die in 2005 een kansrijke kandidaat was om de nieuwe paus te worden – liet tot nu toe niets van zich horen. En volgens Horacio Verbistky, Argentinië’s bekendste onderzoeksjournalist, heeft de kardinaal daar goede redenen voor. In een recent boek, ‘El Silencio’ (2005), beschrijft hij hoe de bisschoppen de junta niet alleen gedoogden, maar ook hielpen bij het bestrijden van hun gemeenschappelijke vijanden: atheïsten, communisten en revolutionairen – zowel buiten als binnen de kerk. Zo was Bergogli, schrijft Verbitsky, zelf mogelijk betrokken bij de verdwijning van twee linkse jezuïeten in 1977.

In Verbitsky’s boek duikt ook veelvuldig de naam op van de nuntius (ambassadeur van Rome) in Buenos Aires onder de junta. Van de nu 85-jarige Pio Laghi is bekend dat hij goede vrienden was met een van de prominentste juntaleden, marineadmiraal Emilio Massera. Laghi zou er met de bisschoppen voor hebben gezorgd dat onkritische geestelijken als Von Wernich bij politie en leger aan de slag konden.

Wijlen paus Johannes Paulus II pakte de nuntius hiervoor nooit aan. Integendeel. Laghi werd weggepromoveerd naar Washington en leidde later in Rome de Congregatie voor Onderwijs. Laghi kan nu in Argentinië niet aangeklaagd worden omdat hij de onschendbaarheid van het Vaticaan geniet.

En een getuige in het proces, Nobelprijswinnaar Adolfo Pérez Esquivel, vertelde hoe hij tot in de hoogste echelons van de kerk hulp vroeg bij het zoeken naar desaparecidos (‘verdwenenen’). Pérez – die zelf gevangen zat en op het nippertje niet uit een vliegtuig werd gegooid – vroeg in 1981 audiëntie aan bij Johannes Paulus II. Voor de kerkvorst had hij samen met de Dwaze Moeders een dossier samengesteld met 84 gevallen van hun verdwenen kinderen. De streng anticommunistische Poolse paus antwoordde, getuigde Pérez vorige maand onder ede, dat hij maar „moest denken aan de kinderen in communistische landen”.