Protesteren door schokken

Schrijfster Naomi Klein maakte onder de titel ‘The Shock Doctrine’ niet alleen een boek maar ook een film. Ze jaagt de kijkers de stuipen op het lijf.

Sommige Hollywoodsterren ontpoppen zich als activisten en activisten storten zich op de film. Op het filmfestival van Toronto ging vorige maand Battle in Seattle in première, een film over de rellen bij een betoging tegen de Wereldhandelsorganisatie op 30 november 1999. Daar deed de losse coalitie van actievoerders voor het eerst van zich spreken die sindsdien als anti-globalisten door het leven gaan (of vriendelijker: anders globalisten). Op datzelfde festival, en eerder al in Venetië, was The Shock Doctrine te zien, een korte film van Naomi Klein, die sinds de publicatie van haar bestseller No Logo als boegbeeld geldt van deze protestbeweging. De film, die zes minuten duurt, is inmiddels meer dan 200.000 keer bekeken op youtube.

The Shock Doctrine is een indringende film met een krachtige politieke boodschap, zonder subtiliteit of nuance, maar knap gemaakt. Klein wist dan ook Alfonso Cuarón te strikken, de regisseur van onder meer Y tu mama tambièn en Harry Potter and the Golbet of Fire. Samen schreven ze het scenario, maar de drukbezette regisseur liet het meeste handwerk vervolgens over aan zijn zoon, Jonás Cuarón. De film is door Kleins uitgever, Penguin, betaald. Hij kwam tegelijkertijd uit met haar gelijknamige nieuwe boek: een scherpe aanval op het ‘rampenkapitalisme’, waarbij vooral de econoom Milton Friedman het moet ontgelden als de kwade genius achter het recept van economische ‘shocktherapie’.

Klein neemt die metafoor letterlijk. De film leunt sterk op historische zwart-wit beelden van arme drommels in pyjama’s die elektrische schokken krijgen toegediend. In de voice over stelt Klein dat het bij economische shocktherapy eigenlijk precies zo gaat, maar dan met hele samenlevingen. Al dan niet door hen zelf veroorzaakte calamiteiten worden door de voormannen van de vrije markt aangegrepen om in hoog tempo radicale maatregelen door te voeren, die grote groepen mensen benadelen.

De beelden schieten van 11 september langs de orkaan Katrina in New Orleans naar de oorlog in Irak. Kleins associatieve denktrant neemt en passant ook nog de CIA mee, die vanaf de jaren vijftig studie heeft gedaan naar het nut van elektroshocks bij verhoren. In de film zijn getekende figuren te zien die op de knieën worden geslagen, aan het plafond opgehangen en met de verdrinkingsdood worden bedreigd. De associaties met Abu Graib zijn duidelijk.

In No Logo greep Klein de dominantie van grote merken als McDonalds en Nike aan voor haar sociale en politieke protest. Maar ze maakte haar boodschap daarmee ook afhankelijk van die merken. No Logo kan nooit meer vertegenwoordigen dan een tegenbeweging, die niet echt op eigen benen kan staan. In The Shock Doctrine gebeurt iets vergelijkbaars. Door de lezers en de kijkers de stuipen op het lijf te jagen, wil Klein de ‘shockdoctrine’ ontmantelen. Maar daardoor maakt ze zich juist afhankelijk van wat ze bestrijdt.