Oogmaskers en geheimen op Kinderboekenbal

Marjolijn Hof heeft gisteren de Gouden Griffel gewonnen met ‘Een kleine kans’. Op het Kinderboekenbal leek de debutante volkomen overdonderd.

De schrijfster van het kinderboekenweekgeschenk van dit jaar, Lydia Rood, wordt aangekondigd. Op het podium verschijnt een dame die is gekleed als een Arabische sprookjesprinses. „Ben jij wel Lydia Rood?”, vraagt presentator Jörgen Raymann aan het wezen achter het masker. „Dat zeg ik niet”, zegt de prinses en dat houdt ze vol. „Nou dan ben je misschien de zus van Lydia Rood en ken je haar heel goed”, zegt Raymann dan maar.

‘Sub rosa’ is dit jaar de ondertitel van de kinderboekenweek die in het teken staat van het geheim. Het derde Kinderboekenbal – „Het enige kinderboekenbal ter wereld” – is dan ook een bal masqué. Twee kinderen zijn helemaal verborgen in zwarte gewaden en hebben op hun hoofd een groot vraagteken. Veel jongens volstaan met de zwarte cape, die twee edities geleden ook veel opdook toen magie het thema was. Veel meisjes zijn verkleed als dame, met lange jurken. Bijna alle kinderen dragen oogmaskers.

De onthulling van de Gouden Griffel 2007, de prijs voor het beste kinderboek van vorig jaar, is deze keer met nog meer geheimhouding omgeven dan anders. Op een filmpje is te zien hoe Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, de koffer met de Griffel opbergt in de kluis, waarvan wordt gesuggereerd dat die dicht bij de goudstaven is. Daarna rijden twee agenten van de marechaussee met de koffer het podium op. Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) overhandigt de griffel aan Marjolijn Hof (1956), schrijfster van Een kleine kans. „Een debutante die zich kan meten met de gevestigde namen”, leest Plasterk voor uit het juryrapport. Hof zwijgt. De schrijfster lijkt volkomen overdonderd. Eerder dit jaar won Hof met haar debuut al de Gouden Uil, de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen. Hof zei toen in deze krant: „Alle kinderen hebben duistere gedachten, meer dan in de gebruikelijke positieve beeldvorming naar voren komt.” In haar sobere en precieze novelle probeert het meisje Kiek haar vader behouden te laten terugkeren uit een oorlogsgebied door magisch denken en handelen. Daarbij offert ze enkele muizen en bijna ook haar hond.

Na het officiële programma gaan de meeste oogmaskers af. Kinderen jagen op ijsjes, rokende limonadeglazen en handtekeningen. Ook Plasterk moet enkele handtekeningen zetten. Op het podium heeft de minister nog verteld dat hij als kind (geboren in 1957) Pinkeltje van Dick Laan en Wiplala van Annie M.G. Schmidt las. Maar wat nog meer? „De boeken van Karl May die in het Midden-Oosten spelen. Ook wel Havank”, vertelt Plasterk: „En veel boeken van De Kameleon. Die waren zo licht en vrolijk, vol kleine tegenslagen die makkelijk werden overwonnen. Dat was een ideaal tegenwicht voor de nogal sombere bijbel waarmee ik ben opgegroeid.”

Interview met Marjolijn Hof via nrc.nl/kunst