Leesachterstand is onnodig. Neem meer tijd

Lezen staat weer centraal in deze Kinderboekenweek. Maar kinderen krijgen steeds minder tijd om te leren lezen,

vinden Edien Bartels en

Francisca Greiner.

We doen er van alles aan om kinderen en ouders duidelijk te maken dat leren lezen móét. Sinds 1955 kennen we de Kinderboekenweek, sinds drie jaar de Week van de alfabetisering, bibliotheken zijn gratis tot 18 jaar en tot 2010 geeft de overheid vier miljoen euro extra per jaar om laaggeletterdheid aan te pakken.

Als kinderen het lezen niet onder de knie krijgen, lopen ze een achterstand op die nauwelijks nog in te halen is. Cijfers uit het jaarverslag van de onderwijsinspectie 2006 zijn alarmerend. Een kwart van de kinderen verlaat groep 8 met een leesachterstand van twee jaar. Het probleem van voortijdig schoolverlaten hangt samen met die leesachterstand.

Volgens de onderwijsinspectie is die achterstand onnodig. Eigenlijk kunnen alle kinderen leren lezen. Ook dyslectici, alleen hebben die meer tijd nodig. Het zijn de scholen die volgens de inspectie in gebreke blijven. Er wordt minder tijd besteed aan lezen en leerkrachten geven niet voldoende instructie. De inspectie heeft nu een brochure gemaakt Iedereen kan leren lezen met daarin adviezen om het leesonderwijs te verbeteren. Een van de belangrijkste adviezen is om zwakke lezers meer instructie en oefentijd te geven. Dit is duidelijk, want tijd blijkt een beslissende factor in het leesonderwijs. Maar, kinderen krijgen steeds minder tijd om naar school te gaan en te leren lezen.

Door de uitbreiding van het leerprogramma in de afgelopen tien à vijftien jaar, is er te weinig aandacht besteed aan basisvaardigheden. Die uitbreiding zal de komende tijd niet stoppen. Het onderwijs heeft een centrale rol in de bestrijding van maatschappelijke problemen, zoals burgerschapsvorming, seksuele voorlichting, verkeersles, zwemmen, etcetera. De volgende uitbreiding staat al voor de deur: leren budgetteren in groep 7 en 8 om schulden onder jongeren tegen te gaan. Heel belangrijk. Maar het lezen schiet er zo bij in.

Er zijn meer maatregelen genomen die een contraproductief effect hebben op de tijd die kinderen beschikbaar hebben om het programma van de basisschool te volgen: ‘adaptief leren’, de verandering van de leeftijdsgrens voor kleuters om groep 3 in te stappen en het tegengaan van doubleren.

Om met het laatste te beginnen: zitten blijven kan nog, maar bij hoge uitzondering, slechts voor 1 procent van de hele school. Kinderen gaan ieder jaar over naar de volgende groep, ook als ze niet op ‘voldoende’ niveau zijn.

In dat geval krijgen we te maken met het concept ‘adaptief leren’ (het kind kan op zijn eigen niveau leren), de leerling gaat over op zijn of haar eigen niveau. Dus in groep 4 kan een kind leren op niveau van groep 3. De vraag is natuurlijk of zo’n verschil in groep 4 dan ingehaald wordt of, en dat is waarschijnlijker, verder uitloopt. Zo’n kind gaat de lagere school door op eigen niveau, naar groep 8. Daar aangekomen is er dan een leesachterstand van twee jaar of meer.

En dan de kinderen die naar groep 3 overgaan in de maand september. Twee jaar geleden is de leeftijdsgrens voor deze overstap verschoven. De grens lag op 1 oktober. Kinderen die na deze datum zes jaar werden, bleven in groep 2. Nu ligt die grens op 1 januari. Alle kinderen die in oktober tot en met december zes jaar worden, gaan nu in september door naar groep 3.

Dat betekent dat er in groep 3, veel meer kinderen beginnen van nog geen 6 jaar oud, in vergelijking met twee jaar geleden. Ze beginnen dus jonger met het programma dat cruciaal is voor het leren lezen. Dit geldt ook voor kinderen uit achterstandsgezinnen waarin vaak minder aandacht aan taal wordt gegeven, die tweetalig worden opgevoed, thuis en op school, en voor wie Nederlands de tweede taal is. Kinderen dus die veel meer ‘werk’ moeten verzetten en tijd nodig hebben om op niveau te komen.

Al de kinderen die tussen oktober en januari jarig zijn, doen nu een jaar korter over de basisschool. Bij uitzondering kan er kleuterschoolverlenging worden aangevraagd. Voor de leerling moet dan een apart handelingsplan worden gemaakt.

Waarom worden kinderen, ook de zwakkelingen, zo snel door het basisonderwijs heen geloodst? Is dat een verkapte bezuiniging? Met het concept adaptief leren wordt achterop raken in het leerprogramma op het individuele kind afgewenteld.

Adaptief leren betekent dat een kind de gelegenheid krijgt om op eigen niveau onderwijs te volgen en er iets langer of korter over te doen, maar wel binnen de grenzen van het schoolschema. En dat schoolschema is voor kinderen die geboren zijn in de maanden oktober tot januari ook nog eens met een jaar bekort. Deze kinderen worden dus niet op twaalfjarige leeftijd geselecteerd voor het voortgezet onderwijs maar op elf jaar.

Inmiddels weten we ook dat de leeftijd waarop deze selectie plaatsvindt van belang is om de tweedeling in het onderwijs tegen te gaan. Hoe later hoe minder tweedeling in het onderwijs. In Nederland gaan we de andere kant uit en laten we een derde deel of de helft van de kinderen juist op jongere leeftijd selecteren. Tegelijkertijd is de leerplichtige leeftijd van 16 naar 18 jaar gebracht.

Tegen de achtergrond van andere problemen, zoals de aanpak van de uitval op het vmbo en mbo, het ombuigen van de toestroom naar het speciaal onderwijs, het tegengaan van de tweedeling in het Nederlands onderwijs, de strijd tegen laaggeletterdheid, moeten we ons toch ten minste bezinnen op de samenhang van de verschillende maatregelen.

Als we uitgaan van adaptief leren dan moet een kind ook de gelegenheid kunnen krijgen langer over de basisschool te doen dan het schoolschema aangeeft. We pleiten niet voor zitten blijven om een jaarprogramma over te doen, maar wel om op eigen niveau een jaar langer door te kunnen gaan. Zitten blijven moet daarom niet gebonden zijn aan een algemeen laag percentage voor de hele school maar aan de leerprestaties van een individueel kind. Dan kan een school met veel zwak lerende leerlingen daar iets ruimer gebruik van maken dan een school met veel kinderen die het programma goed aan kunnen. De grens waarop kinderen van groep 2 naar 3 overgaan moet terug naar 1 oktober. Individuele kinderen die na 1 oktober jarig zijn en eraan toe zijn om door te gaan, kunnen, als vorm van adaptief leren, de overstap natuurlijk wel maken.

Francisca Greiner is intern begeleider bij een basisschool in Amsterdam-West, Edien Bartels is als cultureel antropologe werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en verbonden aan een voorleesprogramma op deze basisschool.