Kokend hete jazz van New Cool

Concert: New Cool Collective & Jules Deelder. Gehoord: 1/10, Leidse Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 15/11. Inl. www.newcoolcollective.com

Niks regie, niks uitgetekend drama of bedachte lachmomenten. Gewoon spelen. Jammen. Voordragen. Knallen. ‘Kom vooral kijken of blijf lekker op je hol zitten’, had de Rotterdamse schrijver, dichter, performer en jazzverzamelaar Jules Deelder de theatertournee met de New Cool Collective al als ondertitel meegegeven. Het ging om jazz en poetry, een versmelting van woord en noot.

„En dan zult U komen in de Hel, de hel der jazzophielen (..)”, citeerde Deelder uit zijn verhaal Jazzwereld, samengesteld uit een stapel Jazzwerelds van ’33 tot ’40. Zijn voordracht van de krankzinnig ouderwetse beschrijvingen van de kokende, brandende hete ‘hot stuff’ die jazz heet, was een prachtig woeste opening. De muziek van de New Cool Collective kleurde logisch in.

De dichter stond rechts op het toneel. Het hoofd schuin, blik op de grond gericht, de hand onophoudelijk aan een ritmeshaker. Hij beleefde de knisperend moderne jazz met latinelementen van de New Cool Collective duidelijk tot op het bot. Tot hij na een knikje van New Cool-oprichter saxofonist Benjamin Herman weer aan de beurt was, voor een kernachtig muziekgedicht of een potje drums met brushes bijgestaan door de grommende tonen van Trio Me Reet-kompaan Ger ‘Sax’ van Voorden.

„Effe een plaatje draaien”, klonk het vervolgens droog. Maar zodra de achtkoppige band het weer van de 78-toeren elpee overpakte, moest ook Deelder toegeven: er gaat toch ook niks boven livemuziek. Zeker niet van de New Cool Collective die de avond, zoals altijd, losjes droeg met uiterst dansbare en verkwikkende powerjazz. Het programma van het jazzcollectief en de dichter deed aan als een bonte, tumultueuze jazzavond door zijn vrijblijvende, no nonsens karakter. Ieder kwam aan de beurt, als was het vooral de eigenzinnige Rotterdammer die de aandacht trok. Natuurlijk met zijn aloude, door synoniemen gevormde ode aan de kut (Kutgedicht), terwijl de band met uitgestreken gezichten Hawaïaanse jazz-klanken produceerde. Maar ook toen hij onverhoopt, na een lange anekdote over de ‘uitvinding voor mensen die niet konden spelen’, de freejazz, zelf de saxofoon ter hand nam en inzette tot een potje kabaal van de eerste orde. De batterij saxen schreeuwden het uit en joeg het publiek uit de stoelen. Pauze, gilde Deelder ze baldadig na.