‘Je kunt niet dirigeren met oordoppen in’

De EU wil orkestleden beschermen tegen gehoorschade. Maar hoe help je de paukenist die met zijn oren bepaalt wanneer hij een roffel geeft? „Dan kunnen we de boel sluiten.”

Achterin het orkest, gezeten tussen Merel van Schie met haar altviool en Bert Steinmann op de althobo, doet het soms pijn aan de oren. Tijdens de repetitie van Pacific 231 van Honegger wordt het geluid van een trein verklankt, waarbij drie trompetten Van Schie en Steinmann veelvuldig in de rug toeteren. Daarnaast schetteren de trombones. „Hoe staat het met uw gehoor?” „Niet best”, zegt Steinmann tijdens een korte pauze. „Een slecht gehoor is beroepsziekte nummer één in ons vak.”

Spelen in een orkest, in dit geval ballet- en symfonieorkest Holland Symfonia, geeft een groot risico op gehoorschade. Tijdens de pauze in de Haarlemse concertzaal Philharmonie vertellen orkestleden over de voortdurende piep die ze horen, ook ’s avonds in bed. Steinmann heeft last van een zogenoemde ‘lawaaidip’, waardoor hij een aantal boventonen niet meer hoort. De kwaal treft vooral de linkerzijde, waar de trompetten vele uren per week in zijn oor klinken.

Om werknemers te beschermen tegen lawaai nam de EU in 2003 een richtlijn aan over geluidsoverlast. Bij een gemiddelde dagelijkse blootstelling van meer dan 85 decibel is de werkgever verplicht beschermende maatregelen te nemen. Ook musicalartiesten, orkestleden, horecapersoneel en andere werknemers in de entertainmentbranche moeten worden beschermd tegen hard geluid, besloot het Europees Parlement. De sector kreeg wel langer de tijd om zich aan de nieuwe regels aan te passen. Over een half jaar gaan ze in – in andere sectoren is de richtlijnen al jaren van kracht.

Maar hoe bescherm je een paukenist die met zijn gehoor bepaalt wanneer hij een roffel geeft? „We hebben daar toen nog flink om gelachen”, zegt CDA-europarlementariër Ria Oomen-Ruijten. We konden ons slecht voorstellen dat een dirigent met oordoppen in voor een orkest zou gaan staan.”

Maar de orkesten zitten er nu wel mee. Hans Schutt van het Contactorgaan van Nederlandse Orkesten (CNO), die in het Amsterdamse Muziektheater is waar Holland Symfonia is gevestigd: „De richtlijn is te streng. We wilden een uitzonderingspositie, maar kregen alleen uitstel.” De algemeen directeur van het orkest, Maurits Haenen: „Als de Arbeidsinspectie de EU-norm strikt toepast, kunnen we de boel sluiten.”

Vooruitlopend op de EU-norm geldt nu al een maximumbelasting van 85 decibel voor de entertainmentsector, maar die wordt door de Arbeidsinspectie nauwelijks gehandhaafd. „Vanaf 4 maart gaan we voor het eerst streng controleren. Ook in discotheken”, aldus een woordvoerder. De Arbeidsinspectie zal nagaan of maatregelen die de branche nu zelf aan het bedenken is, worden toegepast. „Ik maak me er zorgen over”, zegt Berend Schans van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF) „Met het beschrijven van maatregelen in een catalogus ben je er niet.”

[Vervolg Orkesten: pagina 9]

‘De sector leeft van meer dan 85 decibel’

Rick Claus van Claus Event Center in Hoofddorp weet bijvoorbeeld nog van niets. „Wij worden normaal gesproken geïnformeerd door Koninklijke Horeca Nederland, maar die hebben nog niets laten horen. Zoals wel vaker met Europese richtlijnen merk je dat die niet goed doordringen”, zegt hij.

Willem Westermann van de Vereniging van Evenementenmakers meent dat het uitvoeren van de EU-richtlijn voor zijn leden onmogelijk is. „De hele sector leeft van meer dan 85 decibel. Die norm moet op Europees niveau worden aangepast. Hier zijn dingen verzonnen die wel over ons gaan, maar niet met ons zijn besproken.”

Een woordvoerder van de Arbeidsinspectie zegt er vertrouwen in te hebben dat de normen wél worden gehaald. „In discotheken kan je met oordoppen veel doen. Orkesten kunnen apart repeteren met de diverse instrumentengroepen. Of het repertoir wordt afgewisseld, waardoor niet teveel harde stukken achter elkaar worden gespeeld.”

In het orkest van Holland Symfonia overheerst de mening dat er meer kan worden gedaan om het gehoor van de orkestleden te sparen. Violist Paul van Coeverden pleit voor investeringen in oplopende podia, waardoor de koperblazers over de violisten heen spelen. Merel van Schie roept dirigenten op het volume te matigen. „Ook in repetities staan ze altijd méér te vragen.” Bert Steinmann: „Het volume moet bespreekbaar worden. Zachter spelen is nu nog een taboe, net als het dragen van oordoppen.” Paul van Coeverden erkent het taboe. „Als je oordoppen draagt, zet je jezelf te kijk als niet-gedreven en niet-artistiek.”