Is een windmolen met zes wieken niet veel slimmer?

Lange autoritten in monotoon landschap bieden ruimte voor diepe overpeinzing. Over dat handjevol windmolens onderweg bijvoorbeeld, waar meerdere lezers van next question naar vragen.

„Waarom hebben moderne windmolens maar drie wieken?”, mailen Bert Dijkink en Luc de Vries uit het Overijsselse Diepenheim. „Met bijvoorbeeld zes wieken vang je toch meer wind en kun je ook bij weinig wind stroom opwekken?”

Een windmolen of windturbine haalt zijn stroom uit het „bestreken windoppervlak”, vertelt Henk Lagerweij van Lagerwey Wind uit Barneveld. „Uit de omvang van de draaicirkel, dus. En hoe minder wieken, des te sneller de molen draait.” De LW15/75 die Lagerweij eind jaren tachtig ontwikkelde, had ook maar twee bladen; voordelig en het paste net in de kippenschuur waar de fabriek was gevestigd.

Maar de molen die Nederland uiteindelijk heeft veroverd, vertelt kenner Jaap Langenbach van de Wind Service Holland in het Friese Woudsend, is de „Deense driewieker” – een nazaat van de Gedser Wind Turbine uit 1956/1957. „Het nadeel van twee wieken is de geluidsoverlast”, zegt Langenbach. „Ze piepen en fluiten.” Drie draaiende wieken oogt ook een stuk rustiger in het landschap dan twee, vertelt Lagerweij. „Ze staan altijd in balans. Van mij mogen het er drie blijven.”

Waarom draaien tweewiekers dan tegen de klok in en driewiekers met de klok mee, vragen Richard Grift uit Sloten en Willem Brinkman uit Haarlem. „Windmolens waaien met alle winden mee”, vertelt Langenbach. „Het kan allebei, afhankelijk van het tandblad. Maar voor standaardisatie hebben de fabrikanten ooit gekozen voor rechts.”

En waarom staan windmolens vaak stil, wil Saskia de Vries uit Hilversum nog weten. Vaak, vaak. Een windmolen staat gemiddeld zeven dagen per jaar stil wegens storingen en onderhoud. Maar inderdaad Saskia, had die ene molen van 850 kilowatt bij windkracht zes die week wél doorgedraaid, dan had jij weer zo’n 42 jaar stroom gehad.

Eppo König