„Het is sokken stoppen”

Michel Ocelot maakte een tekenfilm over twee jongetjes in Afrika. „Ik laat zien dat er ook schoonheid van het hart is.”

Bas Blokker

Op het filmfestival van Cannes in 2006 kwam Azur et Azmar als een bevrijding. Er waren zoveel films met quasi-maatschappelijke pretenties te zien, dat het gewoonweg opluchtte dat er eens een film langs kwam met vooral esthetische pretenties. Azur et Azmar is een film van Michel Ocelot, bekend van de animatiefilms rond het jongetje Kirikou en dan weet je wat je verwachten kunt: personages in de klare lijn en een zorgvuldige en rijke stilering van de achtergrond. De grote vernieuwing ten opzichte van zijn vorige films, is dat Azur et Azmar de eerste 3D-film is die Ocelot heeft gemaakt.

De productie – „100 procent Frans” – heeft hem vier jaar werken gekost, vertelde hij tijdens het festival, nu ruim anderhalf jaar geleden. In de binnentuin van een van de strandhotels sprak hij met een groepje journalisten, een man die moeiteloos in zijn eigen film had kunnen stappen, zo verzorgd zag hij eruit, met een grijze coiffure en een ruitjesbloes die tot de laatste boordeknoopjes was dicht geknoopt.

De eerste vraag gaat over de strekking van de film, die overduidelijk is en waar het publiek in Cannes tijdens de persvoorstelling veel sympathie voor had. Een blank en een Moors jongetje hebben een diepe vriendschap en als ze ten slotte trouwen, doen ze het, etnisch gesproken, kruiselings. Azmar met een blanke, Azur met een Moorse. Ja, zegt het nar-achtige personage Crapoux dan, „dit is de oplossing van de toekomst”. Dat laatste zinnetje van de film kreeg een klaterend applaus.

Verbaasde u dat van een zaal vol grote mensen?

„Nee, het is toch een brandende kwestie? Het is oorlog in Europa en de wereld. Ik probeer een sprookje te vertellen en toon de schoonheid van de wereld. Ik laat zien dat het beter is als er behalve fysieke schoonheid ook schoonheid van het hart is. En ik zeg dat schoonheid op de ene plaats een vloek is op de andere.”

Er zit niet echt een schurk in de film. Bevindt die zich misschien buiten de film? In ons?

„Schurk is een groot woord, maar er zit wel zwakte in. Dat is de figuur van Crapoux, die alles verkeerd doet, die lelijk doet, laf is, hebzuchtig – net als wijzelf.”

De achtergronden in uw film lijken wel oud-Perzische miniaturen.

„Die hebben mij ook geïnspireerd. Perzische kunst uit de zestiende eeuw, Europese kunst uit de vijftiende eeuw. De Vlaamse primitieven. En de prachtige gebouwen in Andalusië.

„Het is veel werk – pfoe. Alles moet goed zijn en meer dan goed. De personages hebben drie dimensies en de decors twee. Dat zijn verschillende manieren van werken. Als je in een 3D-animatie iets wilt veranderen, verander je een nummertje in een computerbestand. Als je bij 2D iets wilt veranderen, moet je alles overdoen. Het lijkt wel sokken stoppen. Veertig procent van het werk is animatie, zestig procent is sokken stoppen.”

Als Azmar zijn eigen taal spreekt, Arabisch, dan laat u dat onvertaald. Is dat niet jammer? Mist een deel van uw publiek zo niet iets?

„Misschien, maar dat is heel bewust. Azur mist dat namelijk ook. Net zoals moslims in Europa heel vaak iets van de taal missen. Ik wil dus per se dat het Arabisch van Azmar onvertaald blijft en ik heb in de contracten ook bedongen dat dat in het buitenland ook niet mag.”