Extremist strijdt tegen extremisten

In het grote Palestijnse vluchtelingenkamp Ain al-Hilweh waakt de Palestijnse guerrillaleider Munir Mukhdah over de veiligheid. Met name spant hij zich in de moslimextremisten in het kamp binnen de perken te houden.

Een warm briesje waait loom door de steegjes van Ain al-Hilweh, het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon. Het hemd van Munir Mukhdah bolt ervan op. Door het gemetselde labyrint loopt de bebaarde kampleider met zware stappen van zijn woning naar zijn kantoor, even verderop.

Oude vrouwtjes worden gegroet, kinderen krijgen een aai over hun bol. Maar lijfwachten volgen iedere beweging van hun leider. Gevaar loert altijd. Met moeite bewaakt Mukhdah een gewapende vrede met de door Al-Qaeda geïnspireerde extremisten die ook in het Zuid-Libanese kamp wonen.

De leden van deze groepen, zoals Usbat al-Ansar (Liga der Partizanen) en Jund al-Sham (Leger van Groter Syrië) hebben hun eigen wijk. „Momenteel maken ze deel uit van een veiligheidscomité binnen het kamp”, legt Mukhdah uit in de tuin van zijn woning. Er klinkt een wirwar van verschillende gebedsoproepen. „En ik ben de leider van dat comité”, zegt hij.

Dat de vlam in de pan kan slaan in de Palestijnse kampen in Libanon werd eerder dit jaar weer pijnlijk duidelijk. In mei brak er een mini-oorlog uit in Nahr al-Bared, een van de 17 Palestijnse kampen in het land, in het noorden. Honderden Palestijnse en internationale strijders van de groep Fatah al-Islam (Overwinning van de Islam) raakten in gevecht met het Libanese leger. Wegens gebrek aan materieel moest het leger bommen uit helikopters duwen. De opstandelingen beschikten over geavanceerde scherpschuttergeweren.

Anders dan de traditionele Palestijnse groepen was niet een vrij Palestina hun doel, maar een islamitisch wereldrijk. De gevolgen waren ingrijpend. 30.000 Palestijnen vluchtten het kamp uit. 168 Libanese soldaten werden ge dood en ruim 220 strijders van Fatah al-Islam.

In Ain al-Hilweh, waar ongeveer 70.000 van de 380.000 Palestijnen in Libanon zijn samengepakt op ruim een vierkante kilometer, braken ook gevechten uit. Maar die duurden niet lang. Mukhdah houdt zich op de vlakte over de manier waarop dat is opgelost. „De Palestijnse zaak is nu weer de prioriteit voor alle groepen in dit kamp. Mijn organisatie heeft 8.000 strijders, zij hebben er maar een paar honderd. Ik garandeer dat niemand in dit kamp onze Libanese broeders een haar zal krenken.”

Dat is precies wat de Libanese autoriteiten willen horen. De Palestijnen die sinds de stichting van de staat Israël in 1948 naar Libanon vluchtten, hebben een belangrijke rol gespeeld in de bloedige hedendaagse geschiedenis van het land. Hun interne kampoorlogen, aanvallen op Israël vanuit Libanon en inmenging in de Libanese burgeroorlog (1975-1990), maakten de statenloze Palestijnen tot een belangrijke machtsfactor in Libanon.

Voor Palestijnse jongeren, geboren als vluchtelingen en rechteloos, is extremisme een aantrekkelijk alternatief. De voedingsbodem is aanwezig, geeft Mukhdah toe. „We moeten goed oppassen.” Nu Libanon wordt geteisterd door een voortdurende politieke crisis, zit niemand, inclusief Palestijnse traditionele leiders, te wachten op een Al-Qaeda-achtige opstand in het grootste Palestijnse kamp.

Daarom droegen leden van Mukhdahs groep in het noorden van Libanon afgelopen week zelf voortvluchtige Palestijnse leiders van Fatah al-Islam aan de Libanezen over. En, als het aan de kampleider van Ain al-Hilweh had gelegen, had hij met zijn troepen persoonlijk de opstand in het noordelijke kamp neergeslagen. „Ik wilde zelf met een groep strijders de orde gaan herstellen. Maar er was verzet tegen transporten van gewapende Palestijnen door het land”, zegt Mukhdah in zijn tuin. Hij speelt met zijn favoriete pistool, een Russisch model uit 1958.

Ook in Libanon worden er soms vreemde partners gekozen in de strijd tegen het extremisme. Mukhtar is er een. Hij is bij verstek ter dood veroordeeld in Jordanië, wegens betrokkenheid bij een complot om tijdens de millenniumwisseling Amerikaanse en Israëlische doelen in dat land op te blazen.

In 2003 stuurde hij tientallen van zijn strijders naar Irak om Saddam Hussein te helpen. Het is algemeen bekend dat hij vanuit Ain al-Hilweh leiding geeft aan de Aqsabrigades, gewapende vleugel van president Abbas Al-Fatah, die sinds 2002 zelfmoordaanslagen hebben gepleegd op Israëlische doelen.

„Arafat noemde mij een leider voor alle doeleinden”, zegt Mukhdah trots. Hij legt een fotoalbum op tafel met daarin een samenvatting van het bewogen leven van een revolutionair. We zien Mukhdah in legerkleding in zijn kantoor met twee granaatinslagen op het plafond. „Israëlische raketten”, verklaart hij. Trots somt hij op in welke landen hij als terrorist te boek staat. „Google me maar.”

Dan is het tijd voor public relations. In een zaaltje oefenen kinderen de traditionele Dabka volksdans. Jongens en meisjes dansen hand in hand door de ruimte. „Zijn dit terroristen?”, vraagt de kampleider retorisch als we weer buiten staan, omringd door zijn lijfwachten.

Mukhdah onderstreept nogmaals dat de Libanezen niets slechts hoeven de verwachten vanuit Ain al-Hilweh zolang hij er aan de macht is. Maar dit jaar zijn er al diverse aanslagen op hem gepleegd – wat gebeurt er als er een succesvol is? „Dan weet alleen God wat er gaat gebeuren”, zegt hij. „Maar wat slecht is voor de Libanezen is slecht voor ons. Dat weet iedereen in dit kamp.”