‘Elke dag word ik banger’

Komt er een volksopstand in Syrië? Uit blinde woede over prijsverhogingen? Het regime heeft ze uitgesteld. Voor even, lijkt het. De economie is bijna bankroet. Zeker met de komst van een miljoen Iraakse vluchtelingen. De Arabieren die altijd naar Beiroet op vakantie gingen, passeren Syrië en gaan liever naar Turkse badplaatsen.

Het oude deel van Damascus. Om de bevolking kalm te houden, subsidieert het regime essentiële producten zoals brood en benzine. Maar prijsverhogingen komen eraan. Foto AFP Syrians walk through the streets of Old Damascus, 31 October 2005. The Security Council was due to meet today afternoon to decide on a resolution urging Damascus to detain any of its nationals suspected in a February bomb attack which killed former Lebanese premier Rafiq Hariri and 20 other people in Beirut. The resolution would allow the Security Council to slap economic and political sanctions on Syria if it failed to comply. A UN-commissioned report by German prosecutor Detlev Mehlis into Hariri's murder lambasted Syria for its lack of cooperation with the probe and accused security officials in Damascus and Beirut of planning the assassination. AFP PHOTO/LOUAI BESHARA AFP

Taxichauffeur Ali komt uit Latakia, de stad in Syrië waar ook president Assad vandaan komt. En dus is hij alleszins bereid om zijn plaatsgenoot te verdedigen. Maar Ali’s gezicht betrekt als hij begint over het gerucht dat de regering de prijs van benzine met zo’n 30 procent wil verhogen. „Dat kan niet waar zijn”, zegt hij, „onze president zal zoiets niet toestaan. Het volk in Syrië heeft het al zo moeilijk.” Andere taxichauffeurs in Damascus zijn wat minder geneigd om het regime in bescherming te nemen. „De meeste taxichauffeurs in Damascus hebben een band met de geheime dienst”, zegt een lid van de oppositie die niet met zijn naam in de krant wil. „Meestal stellen zij zich achter het regime op. Maar toen het plan om de benzineprijzen te verhogen uitlekte, begonnen zelfs zij openlijk te klagen. Het regime is zo geschrokken dat het de prijsverhoging heeft uitgesteld. Maar het moet er toch van komen, want het land is bijna bankroet.”

Syrië komt meestal in het nieuws door politieke problemen. Volgens de Verenigde Staten maakt Damascus deel uit van de ‘As van het Kwaad’, het groepje landen dat, zegt de regering-Bush, deze aardbol in een hel wil veranderen. Als er in het naburige Libanon een politicus wordt vermoord, wijzen velen direct met de beschuldigende vinger naar Syrië. Komt het onderwerp terrorisme ter sprake, dan wordt Damascus direct geportretteerd als de kwade genius die Palestijnse terroristen steunt of schimmige nucleaire deals sluit met Noord-Korea. Vanuit deze optiek lijkt het regime in Syrië een schaakmeester, een politieke reus, die vanuit Damascus de gebeurtenissen in de regio naar zijn hand zet. Maar deze reus staat op lemen voeten. De economie wankelt. „Ik sluit absoluut niet uit dat er grote rellen gaan komen in Syrië”, zegt het lid van de oppositie. „De mensen hebben er schoon genoeg van.”

Jarenlang was Syrië een trouwe bondgenoot van de Sovjet-Unie in de regio. Economisch gezien had dat een voordeel en een nadeel. Het voordeel was natuurlijk dat Moskou het land genereus subsidieerde. Het nadeel was dat het land een geleide economie werd, waarin de staat bepaalde wat er gebeurde en eigen initiatief niet of nauwelijks werd gehonoreerd. Taisir Zaher, hoogleraar economie aan de universiteit van Damascus: „Syrië onderneemt sinds enige jaren pogingen om het bestel te liberaliseren.” Optimistisch over dat proces is de hoogleraar niet. „Ik zou graag tekenen willen zien die mij optimistisch maken. Maar geloof me, ik zie ze niet.”

Een van de sectoren waarin Syrië de boot heeft gemist, is het toerisme. Tussen Syrië en buurland Turkije is er niet heel veel verschil wat het toeristische potentieel betreft. Turkije heeft Istanbul en de Aya Sofia maar Damascus heeft de prachtige Umayaden-moskee, om nog maar te zwijgen over het feit dat de Paulus in Damascus van christenvervolger tot apostel werd. Turkije heeft steden als Alanya en Antalya, maar Syrië heeft de kustplaats Latakia, waar de zon net zo hard schijnt als in Antalya. Het verschil tussen beide landen is dat de Turkse overheid samen met hoteleigenaren en touroperators het toerisme als groeisector heeft aangewezen. Zo bedacht Turkije het concept van de all-in vakantie, waarbij de toerist de hele dag onbeperkt binnen het hotel kan consumeren. „Ik weet dat de Syrische regering steeds deelneemt aan internationale conferenties over het toerisme”, zegt hoogleraar Zaher wat aarzelend. Maar echt succes heeft al dat vergaderen nog niet gehad. Hotels in Syrië zijn voor buitenlanders veelal duurder dan voor Syriërs (in Turkije is het meestal andersom: Turken betalen meer) en goedkope chartervluchten op bijvoorbeeld Latakia zijn er nog niet.

Hoezeer Syrië het tegen Turkije aflegt, bleek toen vorig jaar door de troebelen aldaar Libanon wegviel als ‘Arabische’ vakantiebestemming. De Arabieren die altijd naar Beiroet gingen, gingen naar Istanbul – Damascus lieten ze links liggen. „Het ontbreekt hier aan privé-initiatief”, zegt Zaher. „Niemand gebruikt de kansen die er liggen.” Maar dat zal toch moeten, wil Syrië het hoofd boven water houden. Mede om de bevolking kalm te houden, subsidieert het regime essentiële producten zoals brood en benzine. Benzine is in Syrië aanzienlijk goedkoper dan in Libanon”, zegt Zaher. „Vanuit Syrië worden grote hoeveelheden benzine naar Libanon gesmokkeld.” Maar die tijd van goedkope basisproducten lijkt langzaam maar zeker op zijn einde te lopen. „Ik heb het gevraagd aan mensen van Financiën: Is die prijsverhoging nu echt noodzakelijk?” zegt Georges Jabbour, een voormalig adviseur op het gebied van de buitenlandse politiek van de vader van de huidige president en nog steeds een invloedrijke stem in Syrië. „Ík kreeg als antwoord: ja, we kunnen niet doorgaan zoals nu.”

De Syrische problemen zijn verhevigd door de grote toestroom van Irakezen. Hoeveel Irakezen er precies zijn, weet niemand, maar het aantal ligt zeker boven de miljoen. Syrië houdt zijn grenzen open en is daarmee het meest gastvrije en zorgzame land in de regio. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan: alles wordt duurder hoewel de salarissen gelijk blijven. „Vroeger hoorde ik bij de middenklasse”, zegt een leraar in Damascus, „maar door al die prijsverhogingen zak ik af naar de onderklasse.” De enige sector die het echt goed doet, is het onroerend goed: rijke Arabieren uit de Golfstaten kopen panden in Damascus in de hoop die later met veel winst aan Iraakse vluchtelingen door te verkopen.

„En daarom ben ik dus bang”, zegt het lid van de oppositie dat niet met zijn naam in de krant wil. „De economische problemen in Syrië worden zo groot dat het regime ze niet meer aankan. In Damascus kun je op steeds minder plekken water uit de kraan drinken. Zonder goede afspraken met Turkije [over de levering van water, red.] valt dat niet op te lossen. Maar het regime is net als Marie Antoinette. Het zegt: drink maar Perrier als je dorst hebt.”

Het verkeer in Damascus met zijn 1,5 miljoen inwoners loopt helemaal vast en er zou een metro moeten worden aangelegd. Maar die is er ook nog niet. Het oppositielid: „Op een dag zal het volk in opstand komen, maar resulteert dat in het moderne democratische Syrië dat we willen? Ik denk van niet.”

En zo lijkt de situatie in Syrië paradoxaler dan ooit. Vorig jaar, na de moord op de Libanese politicus Hariri, sprak Washington openlijk over een regime change in Syrië. „Maar door het fiasco in Irak zijn Bush en zijn politiek niet meer geloofwaardig”, zegt adviseur Jabbour. Het Syrische regime maakte gebruik van de bewegingsvrijheid die het daardoor kreeg om vrijwel alle dissidenten op te sluiten die nog op vrije voeten waren. „Ik zie twee gevaren voor het regime”, zegt de oppositionele Syriër. „Als het echt helemaal misloopt in Libanon wordt het oorlog in Libanon en daar zal Syrië hoe dan ook partij in zijn. Maar een volksopstand uit blinde woede lijkt me ook niet onwaarschijnlijk. Geloof me, elke dag word ik banger.”