Een betoging in de VS: elf kinderen en een senator

Een demonstratie in de Verenigde Staten moet je opleuken. En dan maar hopen dat senator Ted Kennedy een beetje oplet.

In Lafayette Park, vijf minuten van het Witte Huis, hadden ze een metershoog plastic kruis neergezet. Een megafoon lag op de grond, spandoek ernaast. Dit moest een demonstratie zijn.

Kinderen in merkkleding zaten zich te vervelen in het gras. De tekst op het kruis maakte duidelijk dat het vandaag om hen draaide. In bijna alle westerse landen, stond er, is het aantal kinderen zonder ziektekostenverzekering nul. „In de VS: 9.000.000.”

Ze gingen afgelopen maandagmorgen demonstreren tegen, natuurlijk, president Bush. Hij wil deze week zijn veto uitspreken over een wet die kinderen uit de laagste inkomensgroepen een verzekering tegen ziektekosten garandeert. Volgens Bush kent de wet dat recht aan te veel kinderen toe, zodat ook ouders die het zelf kunnen betalen profiteren. Maar het Congres wil elk risico uitsluiten dat kinderen nog zonder ziektepolis door het leven gaan.

Nu is demonstreren in de VS een ingewikkeld concept geworden. Het publiek trekt er zijn neus voor op. Elk onderzoek toont aan dat Amerikanen in ruime meerderheid, en zeer heftig, gekant zijn tegen de oorlog in Irak. Maar zelfs op demonstraties tegen de oorlog komt bijna niemand meer af. Je ziet er alleen beroepsdemonstranten, die pas bereid zijn hun bord in de lucht te steken als er een fotograaf in de buurt is.

De kunst is dus de traditionele protesttocht op te leuken. En de organisatoren van dit evenement waren op de trouvaille gekomen er een kindermars van te maken. Klein nadeel: het was bedacht door een activist die zelf geen kinderen heeft. Kinderen moeten op maandagmorgen nu eenmaal naar school.

Zodoende was er lichte paniek uitgebroken. Vrijdags voor de demonstratie was zelfs een e-mail gestuurd naar alle buitenlandse journalisten in Washington: hadden zij misschien nog kinderen die voor het goede doel konden worden vrijgemaakt?

Helaas. Vlak voor de tocht bestond de protestmars uit welgeteld 11 kinderen. Maar wat maakte het ook uit. De PR was goed geweest, het effect was al bereikt: acht fotografen en vier televisieploegen waren erop afgekomen. Zorg is hot is Amerika: het is drama, het is Hillary, en het is een alibi om de nationale vermoeidheid met de Republikeinen te onderstrepen.

Een mevrouw in een scherp uitgesneden kostuum dankte de kinderen (You are ssó great!), adviseerde hen niet met verslaggevers te praten, en legde uit waarom de woordspeling in de leuze zo leuk was, Care for kids. Wij konden op weg naar het Witte Huis.

De kinderen trokken elk een karretje met handtekeningen van verontruste burgers. Camera’s werden op afstand gehouden, en registreerden dus niet wat de kinderen met elkaar bespraken. De zorg hield hen niet erg bezig. Wel de Power Rangers, en hoe hard een brandweer kan, en wat er eigenlijk gebeurt als je een vlammetje onder een megafoon houdt.

Bij het Witte Huis oogden de kinderen – omgeven door organisatoren, voorlichters, cameralui, verslaggevers, politiemensen – inmiddels als een serieuze demonstratie. Een Democraat uit het Huis van Afgevaardigden legde uit dat het een schande was: Bush vraagt 200 miljard voor de oorlog, maar 35 miljard voor Amerika’s kinderen zit er niet in.

We naderden het hoogtepunt. Nu kwam zelfs een ploeg van het conservatieve FoxNews aanrennen. Een moeder uit Baltimore, Carolyne Taylor, en haar zoon Keith waren aan het vertellen hoe belangrijk een goede verzekering voor ze is. Achter hen ontstond rumoer. Een grijze man met een stok – het vermoeide lichaam naar voren gekromd – kwam aanschuifelen. Ted Kennedy (75) droeg schoenen met spekzolen van wel vijf centimeter.

Hij vond het zo opbeurend, zei hij. Zo geweldig. Zo fantastisch. Het waren vandaag nu eens niet de volwassenen die aandrongen op een ziekteverzekering voor kinderen. Neen! Het waren de kinderen zelf!

Hij richtte zijn hoofd naar beneden en daar, bijna verloren tussen de volwassenen, stonden ze nog, de 11 kinderen. „Zijn er onder jullie eigenlijk die school missen vandaag?”, liet de beroemde senator zich ontvallen. Eén rossig jongetje dacht dat Kennedy antwoord wilde en stak zijn vinger op. Dom natuurlijk. „Naar beneden!”, maande de senator.

Gedragen legde hij uit dat dit gevecht voor gewone mensen om 423 dollar gaat. Dat kost het om ’s nachts naar de eerste hulp van het ziekenhuis te gaan. En daar komen onverzekerde Amerikanen terecht als ze naar de dokter willen. „Overal in dit land liggen ouders wakker omdat ze denken: zal ik mijn zieke kind toch maar brengen? Of zal ik de kosten besparen?”

De band van de Democratische senator met zijn gehoor bleef niet lang in stand. Hij nam zijn ontmaskering geheel voor eigen rekening. Zijn speech van drie minuten liep ten einde, trillend ging zijn hand naar een binnenzak, een briefje kwam tevoorschijn: „En dan is nu het woord aan Carolyne Taylor en haar zoon Keith uit Baltimore!”

„Die zijn al geweest”, zei een van de kinderen.

Kennedy: „O? Al geweest?” Kuchje. „O ja, natuurlijk. Geweest. Al geweest.” En, alsof er niets gebeurd was: „Waren ze niet geweldig? Waren ze niet fantastisch?”