De keukens aan de Apollolaan

Wat me vooral schokte toen Willem Endstra indertijd werd vermoord, was de omstandigheid dat het aan de Apollolaan gebeurde. Of misschien moet ik zeggen: dat die man daar dus had gewoond.

Een kwestie van infantiele regressie zeiden ze vroeger, toen een hele generatie rondliep met een klap van de molen van Freud.

Zo ben ook ik groot geworden met allerlei dwanggedachtes, waaronder de obsessieve zekerheid dat er overal in het criminele milieu met je kon worden afgerekend, maar nooit aan de Apollolaan. Laat staan als je er ook nog woonde.

Dat die Endstra niet helemaal deugde – de mortuis overigens natuurlijk nil nisi bene – wist ik op die dag niet eens zozeer uit de krant, want sinds de dagen van de LPF sloeg ik vastgoednieuws meestal over, als wel omdat ik hem een paar dagen tevoren nog in levende lijve in een televisieprogramma van Harry Mens had zien zitten. En daar zit je niet, vond ik. Vind ik.

Maar toen wist ik nog niet eens dat hij op de Apollolaan woonde.

Is het een Amsterdamse regressie?

Nee. Of het nou kwam door liedjes van Lou Bandy uit de jaren dertig van de vorige eeuw, door een film met Heintje Davids en Johan Kaart uit 1949, of door grappen uit radiocabaretten van nog later – iedereen in Nederland wist dat op de Apollolaan in Amsterdam uitsluitend rijke mensen woonden, aan wie je misschien niet moest vragen hoe ze aan hun centen waren gekomen, maar die nooit voor hun eigen rijke voordeur werden doodgeschoten. De Apollolaan genoot dezelfde nationale bekendheid als haar sociaal-culturele tegendeel, de Jordaan.

Die film uit 1949, die Een koninkrijk voor een huis heette, ging over een gezin uit de Jordaan dat (woningnood!) tijdelijk onderdak krijgt aan de Apollolaan. Zeg maar Flodder. Bij SBS of Veronica zouden ze er nog elke dag een stukje van kunnen uitzenden.

De dwanggedachte (waar Flodder dus ook nog op berustte) komt er op neer dat armoedzaaiers uit de Jordaan per definitie een hart van goud hebben, en dat ze zonder de bijbel te kennen – want vaak kunnen ze niet eens lezen – hun andere wang toekeren als ze op de ene zijn geslagen. Terwijl bewoners van de Apollolaan daarentegen behalve rijk allemaal kil, kakkineus en krenterig zijn, en sowieso niet te vertrouwen, anders waren ze niet zo rijk geweest.

Dat de zoon van Tilly Perin-Bouwmeester in die film verliefd wordt op de dochter van Heintje Davids doet er nu verder niet toe, het ging om het principe. De Jordanees praatte plat maar je kon op hem bouwen, de bewoner van de Apollolaan had kapsones en sprak geaffecteerd.

Maar wie zou niet graag in de Apollolaan wonen?

Nou is dat intussen waarschijnlijk veranderd (‘de buurt is erg achteruitgegaan’), en ik ken allerlei kladschrijvers, kladschilders en kladzangers met een Jordaanachtige achtergrond die in de mooiste villa’s wonen – maar die oerbeelden, dat zag Freud toen meteen heel goed, die blijven hangen.

Dat verklaart ook de schok die ik voelde toen Nova afgelopen maandag stukjes liet horen van gesprekken die Endstra in zijn keuken had gevoerd met een platpratende (!) potentiële omlegger, witwasser, belastingontduiker, en die Holleeder ter zitting had willen inbrengen om aan te tonen dat Endstra – ik herhaal: nil nisi bene – ook geen lekker dier was geweest.

De rechtbank doorzag de luie truc van verdachte onmiddellijk, maar dat zou me verder een zorg wezen. Zorgelijker was dat er op crimineel niveau, met ook nog een ergens verstopte taperecorder, ordinair en op bijna Jordanese toon is geconverseerd in de keuken van een duur pand aan de Apollolaan.

Dan mag je toch zeggen dat een vertrouwde oude wereld is ingestort.