Belle van Zuylentorenis banaal maaksel

Volgens rijksbouwmeester Mels Crouwel moet Utrecht afzien van de bouw van de Belle van Zuylentoren (NRC Handelsblad, 22 september). Ik wil hem hierbij van harte bijvallen.

Hoewel de initiatiefnemers zonder twijfel `praktische` redenen zullen aanvoeren van economie, landgebruik en vervoer, is de motivatie natuurlijk provincialisme: kijk ons eens even! Wij kunnen het ook.

Natuurlijk gun ik iedere stad zijn toren, maar men moet beseffen dat je met zo`n honderden meters hoge toren niet een stad beheerst, maar een stuk van Holland. Wie ooit door de polders ten westen en noorden van Utrecht heeft gereden, weet dat daar nog een mooi stuk Hollands landschap te beleven is. Door de kleine schaal is er niet alleen een menselijke omgeving die bloeit, maar lijkt het land ook groter door voortdurende variatie bij het doorkruisen er van. Iedere toren die dit landschap domineert, maakt de omgeving kleiner en het land voller.

Ik heb ervaren dat buitenlandse collega`s de horizontaliteit van de Nederlandse steden weten te waarderen. Amsterdam is monumentaal door zijn grachten, niet door zijn torens. Dat is een uniek verschijnsel dat blijkbaar alleen vakbroeders van elders kan inspireren. Daar komt bij dat de Belle van Zuylentoren een van de banaalste maaksels is die er te bedenken zijn. Als de Nederlandse architecten zich graag op de borst kloppen omdat ze denken dat Holland een goede naam heeft in de internationale wereld van de architectuur, zal deze toren die reputatie belachelijk maken.