Vrijheid als valkuil bij regelen pensioen

Er komt geen collectieve pensioenvoorziening voor zelfstandigen. Dat lijkt wellicht jammer, maar het kan ook een voordeel zijn voor ondernemers.

Zelfstandigen moeten toch op eigen houtje hun pensioen blijven regelen. Met name de vakbonden hadden gepleit voor een collectieve regeling. Of voor de mogelijkheid voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) om zich bij een bedrijfspensioenfonds aan te sluiten tegen dezelfde voorwaarden als werknemers. Maar het kabinet oordeelde dat de huidige voorzieningen genoeg zijn.

Financieel planner Roelof Meijer van Meijer Personal Finance vindt dat ondernemers niet moeten treuren om het uitblijven van nieuwe collectieve mogelijkheden. „Het past bij het ondernemen dat je zelf allerlei zaken regelt. Een ondernemer kiest voor vrijheid. Die zou beknot kunnen worden door de overheid als die een collectief fonds regelt.”

Zelfstandigen hebben net als werknemers drie pijlers tot hun beschikking om een adequate oudedagsvoorziening te kunnen opbouwen: de AOW, pensioenafdracht bij een (voormalig) werkgever en lijfrente. De eerste pijler spreekt voor zich. De tweede houdt in dat ondernemers kunnen kiezen voor vrijwillige voortzetting van een beroepspensioenregeling waarbij ze eerder waren aangesloten. Volgens de Pensioenwet die sinds 1 januari van kracht is mogen zelfstandigen die voorheen in loondienst waren én hun inkomen uit winst halen, in plaats van drie jaar nog tien jaar pensioen opbouwen bij het pensioenfonds van hun oude bedrijfstak.

De derde pijler is het belangrijkst voor ondernemers: het betalen van pensioen uit eigen voorzieningen. Dat kan door lijfrente, die naar wens bij een verzekeraar kan worden afgesloten. Een andere mogelijkheid is het opbouwen van een zogenoemde fiscale oudedagsreserve (FOR). Dat is een belastingtechnische voorziening die ondernemers kunnen gebruiken om een percentage van de winst opzij te zetten en daarmee belastinguitstel over het bedrag te krijgen.

Voordeel van verzekeren is dat de beschikbare pensioenuitkeringen kunnen worden vastgelegd. Daarmee is het duidelijk wat de ondernemer later per maand ontvangt en – ook belangrijk – wat het nabestaandenpensioen bedraagt. Verzekeren is wel kostbaar; het vastleggen van garanties kost geld. Veel ondernemers hikken tegen de hoge premies aan. Meijer vindt dat een ondernemer zich niet blind moet staren op de fiscale kant van pensioenopbouw. „Als je zelf de opbouw doet voor het ouderdomspensioen en je maakt geen gebruik van fiscale faciliteiten, betekent dit ook dat de fiscus straks niet zijn hand ophoudt.”

Voordeel van zelf doen is dat de ondernemer zijn geld flexibel kan inzetten. Het pensioengeld staat niet vast, zoals bij een verzekeraar. Meijer: „Je kunt dus deeltijdpensioen voor jezelf regelen of eerder of later met pensioen gaan.” Maximale vrijheid zonder fiscale sancties, zegt Meijer Overigens is de flexibiliteit ook een van de valkuilen van de FOR. Omdat het hier gaat om een reserve vanuit de winst op papier, is niet elke ondernemer gedisciplineerd genoeg om het geld daadwerkelijk opzij te zetten.

Wie zelf zijn pensioen regelt en niet alleen leeft, moet zorgen dat minimaal het nabestaandenrisico is afgedekt. Dit zorgt voor een uitkering vanuit de pensioenregeling voor de partner als de ondernemer overlijdt. Dit zogenoemde risicodeel kan tegen relatief lage kosten bij een verzekeraar worden ondergebracht.

Of er nu in eigen beheer of bij een verzekeraar pensioen wordt opgebouwd, nadeel is dat de ondernemer – zeker als hij eerder al in loondienst heeft gewerkt – een lappendeken aan pensioenaanspraken krijgt. Bij een voorgesteld collectief systeem had er sprake kunnen zijn van de waardeoverdracht van opgebouwde pensioengelden.

Gerry Dietvorst, hoogleraar toekomstvoorzieningen aan de Universiteit van Tilburg en verbonden aan verzekeraar Interpolis wees enige jaren geleden al op dit nadeel van de huidige pensioenopbouw van ondernemers. „De ondernemer moet er op een makkelijke manier achter kunnen komen wat hij heeft opgebouwd en wat hij tekort komt”, zegt hij. Reden voor de hoogleraar om te pleiten voor een virtueel pensioenregister, waarin ieder burger – dus ook de ondernemer – informatie kan vinden over zijn precieze pensioenopbouw en mogelijke hiaten. Een dergelijk register is al in Denemarken en Zweden beschikbaar. Zijn visie gaat nu bewaarheid worden in Nederland: in de nieuwe Pensioenwet is bepaald dat een dergelijk register er moet komen. Ondernemers moeten nog wel geduld hebben, vanaf 2011 is het pensioenregister op internet terug te vinden.

Informatie voor ondernemers over pensioen op www.kvk.nl. Zoek op ‘pensioenwet’