Toen vonden we eten en poepen nog heel gewoon

Je kunt pas goed zien wanneer je afstand neemt.

Kunstenaars geven daarom hun visie op het landschap van nu, in de tentoonstelling Panorama Zuidvleugel.

Door afstand te nemen kun je pas goed zien. Dat geldt vooral voor alledaagse dingen. Dingen zo normaal dat we blind zijn voor het bijzondere ervan. Het landschap om ons heen bijvoorbeeld. Bossen, duinen, stranden, watertjes. Een akkerland met aan de horizon een hoekig omhoog klauterende stad.

Het Rotterdamse mediacollectief Hootchie Cootchie – bekend van de animatieserie Purno de Purno – en Willem de Ridder bedachten een oplossing voor deze blinde vlek. Ze maakten de site Vleesreizen.nl, een toekomstig reisbureau met bestemming: terug naar nu. Het is het jaar 2879. Alle reizen zijn uitverkocht, behalve de reis naar de Randstad, in het jaar 2007.

De autorit brengt de reiziger terug naar de eeuw dat ‘Nederstad’ nog Nederland heette, dat mensen nog van vlees waren, dat ze nog moesten eten en poepen. (Toiletpapier is te koop bij de online shop, 8,95 euro.) Een stem geeft informatie over de omgeving en instructies voor de route: „Let op. We gaan van deze weg af. Linksaf. We hebben genoeg van deze bebouwde kom gezien. We gaan naar wat ze vroeger ‘parken’ noemden.”

Dit werk is tot en met 4 november te zien in Scheltema in Leiden als onderdeel van de tentoonstelling Panorama Zuidvleugel. Een tentoonstelling over moderne landschapskunst. Zittend in een oude Volkswagen Kever – de stem van de gids klinkt uit de boxen en de route is te zien op een groot videoscherm – krijg je een voorproefje van de audiotour.

„We hebben kunstenaars gevraagd hun visie te geven op het landschap van nu. En dan specifiek het gebied tussen Dordrecht, Den Haag, Leiden en Gouda, ofwel de Zuidvleugel.” Cathy Jacob is een van de samenstellers van de tentoonstelling in de voormalige wollendekenfabriek Scheltema.

Met de tentoonstelling wordt het werk van de denktank Atelier Zuidvleugel – een initiatief van de Provincie om ideeën te genereren voor het gebied de Zuidvleugel – afgesloten. Bij de oprichting in 2005 kreeg deze denktank een levensduur van twee jaar mee. Stedebouwkundigen, architecten en planologen hebben in Atelier Zuidvleugel nagedacht over het snel veranderende landschap. Ze signaleerden problemen en bedachten oplossingen. Hoe het landschap beter kan worden benut, bijvoorbeeld. Of hoe nieuwe spoorlijnen de bestaande verbindingen tussen de steden kunnen optimaliseren.

„Kunstenaars kijken anders dan stedebouwkundigen, en dat werkt verfrissend. Vandaar deze tentoonstelling”, zegt Cathy Jacob. „Kunstenaars zijn niet met beleid bezig, maar met de ervaring. Bovendien, het landschap wordt al vanaf de late Middeleeuwen door kunstenaars in beeld gebracht. Kunst maakt het landschap concreet.”

De twee andere exposerende kunstenaars, de Fransman Philippe Terrier-Hermann en de Pool Mateusz Herczka, pakken het onderwerp op meer klassieke wijze aan. Fotograaf Terrier-Hermann interviewde 93 mensen uit elf verschillende beroepsgroepen: van architecten, kooplieden, boeren tot zakenlieden. Hij vroeg hun naar hun mooiste plek, en fotografeerde die. Met als resultaat uiteenlopende beelden van golfbanen, weilanden, boerderijen, woontorens en braakliggende terreinen.

Mateusz Herczka’s inbreng is een video-installatie. Een vloeibaar, haast trillend panorama. Hij maakte opnames van straten, wegen, spoorlijnen en rivieren die parallel lopen aan de kustlijn. Vervolgens bewerkte Herczka de beelden, rekte ze uit, kneep ze samen, waardoor de tijd langzaam van links naar rechts verglijdt.

Op de expositie zijn ook drie projecten te zien van studenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Het werk van Helgi Kristinsson (IJsland) springt daarbij het meest in het oog.

Vijfentwintig kleine speakers liggen op de grond, aan elk van hen een lange slinger koperdraad. Twee televisieschermen tonen foto’s van het landschap. Hou een speaker tegen je oor en hoor geluiden: een fietsbel rinkelt, een vrachtwagen toetert, of enkel het ruisen van bladeren.

„Ik heb op uiteenlopende plekken geluiden opgenomen, om te onderzoeken hoe mensen geluiden tot zich nemen”, vertelt Kristinsson. „Ik wilde weten of mensen bepaalde geluiden associëren met een specifieke locatie, maar dat blijkt erg lastig. We zijn niet meer gewend om goed te luisteren.”

„Maar wat me nog het meeste opviel”, vertelt hij, „is dat het eigenlijk nergens helemaal stil is in Nederland.” Samensteller Cathy Jacob: „Het is waarschijnlijk door zijn buitenlandse blik dat Kristinsson zo ongedwongen en met meer afstand naar de omgeving kijkt. Dat is precies wat we wilden.”