Superboeren doen nooit poenerig

Voor aanvang van het seizoen gold De Graafschap als degradatiekandidaat.

Inmiddels staat de ploeg zesde in de eredivisie.

Geen skyboxen boven het veld, geen hekken rondom het veld, geen kunstenaars op het veld. Alleen de ME-busjes langs de chique Lijsterbeslaan verraden dat een heus eredivisieduel op het programma staat: FC Twente is op bezoek bij De Graafschap. „En dan nu de opstelling van de Superboeren!”, schalt een stem over De Vijverberg. De geuzennaam waarmee de fans van De Graafschap ooit de vermeende agrarische achtergrond van de Achterhoek bewierookten, heeft in Doetinchem een officiële status gekregen.

De Graafschap leeft als nooit tevoren, al werd de club voor dit seizoen door kenners in de categorie ‘degradatievoetbal’ geplaatst, zeker nadat Ajax op de eerste speeldag een spoor van vernielingen had achtergelaten op de Vijverberg: 8-1. Maar sindsdien voltrok zich een aantal wonderen waarover nog wordt nagepraat in de cafés van Varsseveld en Wehl. Bezoeken aan de Groningse Euroborg, waar Fiorentina onlangs nog een heel lastige avond had, en aan de Gelredome leverden onverwachte zeges op (beide 2-0) én een plaats in de subtop.

„Die zege op Vitesse was belangrijker dan de titel in de eerste divisie”, zegt Herman Kaiser, burgemeester van Doetinchem. „Een Achterhoeker is niet snel euforisch, daar is hij te nuchter voor. Maar bij De Graafschap wordt dat punt benaderd.”

Directeur Han Berger werd aangetrokken door de positieve uitstraling. „Heel Nederland heeft sympathie voor De Graafschap, zoals voor Heerenveen. Dat komt doordat hier zelden gedoe is, misdragingen. Voetbal is een feest in Doetinchem.”

Volgens Jan Aandewiel, districtschef Achterhoek van de Gelderse politie, veroorzaakt De Graafschap nauwelijks overlast. „Het straalt gezelligheid uit, niet de grimmigheid die je bij andere clubs voelt.” De club speelt een belangrijke rol als bindende factor in een regio waar de mensen van huis uit introvert zijn, zegt Erik Lievers, regiomanager Achterhoek van de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland. „Zo kunnen de mensen hun trots naar buiten brengen: wij van de Achterhoek.”

Het levert de ‘Superboeren’ geen windeieren op. De Graafschap heeft een businessclub van driehonderd leden, het grootste zakelijke netwerk in de streek. Lievers: „De Vijverberg is de plek voor zaken. De Graafschap is de spil in het economische netwerk.” Desondanks straalt de club geen poenerigheid uit. „Ik wil hier geen skyboxen”, zegt voorzitter Sietze Veen. „Dat past hier niet. De mensen willen met z’n allen voetbal kijken.” Volgens Lievers ligt daar een verschil met Vitesse. „Het Gelredome is maar 35 kilometer verderop, maar daar laten ondernemers graag zien dat het goed met hen gaat. Hier is iedereen gelijkwaardig.”

Bij De Graafschap weet men als geen ander hoe betrekkelijk succes is. Pieken en dalen, promoties en degradaties, liggen dicht bij elkaar. De afgelopen drie jaar degradeerde de club twee keer. De club versleet een waslijst aan trainers: Gerard Marsman, Jurrie Koolhof, Peter Bosz, Frans Adelaar en Gert Kruys. Zelfs Leo Beenhakker werd als ‘adviseur’ gehaald in de strijd om lijfsbehoud – tevergeefs.

De supporters hadden er eind 2004, bij het vijftigjarig jubileum, schoon genoeg van. Uit onvrede zetten zij een doodskist op de middenstip, met een overlijdensadvertentie waarin stond dat, „na een lange lijdensweg, onze prachtige club van ons is heengegaan”.

Dat was vlak nadat Sietze Veen voorzitter was geworden. Hij stond jaren in de spits bij De Graafschap en werd vooral bekend door zijn merkwaardige doelpunt, in 1973, nadat ploeggenoot Guus Hiddink een vrije trap tegen Haarlem keihard tegen een reclamebord had geschoten. Veen tikte de terugspringende bal binnen – waarop de scheidsrechter naar de middenstip wees. Burgemeester Kaiser noemt Veen „het geheim” achter De Graafschap. „Hij kent de voetbalwereld, de zakenwereld en de bestuurswereld. Met zijn diplomatieke kwaliteiten houdt hij De Graafschap haarfijn in balans.”

Veen trok twee jaar geleden Han Berger aan als directeur, de oud-trainer van Utrecht, Groningen en AZ. Die schrok van wat hij aantrof. „De Graafschap stond financieel aan de rand van de afgrond. Trainers en beleidsbepalers kwamen en gingen in hoog tempo. Trainers waren passanten, maar ze bepaalden het transferbeleid. Het was ad-hocbeleid, gebaseerd op emoties. Bestuursleden deden De Graafschap erbij. Zo kun je geen club leiden.”

De vele promoties en degradaties betekenden bijna het einde van de club. Berger: „In de eredivisie werden te grote financiële risico’s genomen om erin te blijven, in de eerste divisie werden te veel risico’s genomen om snel terug te keren. Vlak voordat ik kwam werden in de winterstop zeven spelers gehaald. Dan heb je een half jaar eerder iets verkeerd gedaan.”

Veen moderniseerde én saneerde De Graafschap. De vereniging werd een bv, het stadion en de grond werden verkocht aan investeerders.

Berger greep sportief in en schreef De Graafschap een nieuwe huisstijl voor. Een trainer die denkt zich op de Vijverberg met verdedigend voetbal te kunnen wapenen tegen degradatie, botst op Bergers plannen. „Die huisstijl sluit aan bij wat de mensen willen zien. Zij willen spelers zien die alles geven, opportunistisch spelen en aanvallen waar dat mogelijk is. Niet de trainer bepaalt wat onze huisstijl is, dat bepaalt De Graafschap. De club zoekt de trainer en de spelers die daarbij passen.”

Dat werd de nuchtere Drent Jan de Jonge, die zondag tegen FC Twente overigens sterk afweek van de huisstijl. Zijn ploeg hobbelde achter de tegenstander aan en vierde het oersaaie gelijkspel (0-0) als een zege. Dat De Graafschap nu zesde staat is prachtig, vindt Berger. „Maar roepen om Europees voetbal is onzin. Wij verliezen ook nog een keer vier duels op rij.” Daar zit de grootste angst van voorzitter Veen. „Wij willen een stabiele middenmoter worden. Daarvoor moeten wij de begroting verdubbelen tot zo’n 15 miljoen euro. Het zit nu allemaal mee, maar we gaan niet naast onze schoenen lopen.”

Lees meer over de club op www.degraafschap.nl