‘Risico’s horen bij het leven in Amerika’ Positie ‘vergelijkbaar met die van Rushdie’

Collega’s van Ayaan Hirsi Ali in Washington denken dat zij snel terugkeert naar de VS. De collega’s beveiligen zichzelf. „Wij hebben wapens thuis.”

Natuurlijk steunen ze Ayaan Hirsi Ali op het American Enterprise Institute (AEI). Nederland heeft haar beveiliging beloofd. En belofte maakt schuld, zeggen ze op het instituut.

Maar gesprekken met collega’s van Hirsi Ali – overtuigde conservatieven – legden gisteren ook bloot dat ze bij het AEI opkijken van de controverse. Risico’s horen bij het Amerikaanse leven, redeneren ze. En persoonsbeveiliging is domweg geen overheidstaak.

„Waar eindigt dat?”, zegt Michael Ledeen, een prominente collega van Hirsi Ali bij het AEI. „Als je één bedreigde burger beveiliging biedt, zul je uiteindelijk honderdduizenden mensen moeten beschermen. Daar zou ik nooit aan beginnen.”

En persoonsbeveiliging, zegt hij, is de foute aanpak in de Oorlog tegen Terreur. Typerend voor de slappe Europese houding in die oorlog.

„Als je iedereen bodyguards geeft, verlies je het initiatief. Het zou betekenen dat de regering elke keer moet betalen voor nieuwe bodyguards zodra een terreurgroep een hatelijke mail stuurt. Dan ben je alleen aan het verdedigen. Maar in de oorlog tegen de terreur moeten wij áánvallen.”

En bij aanvallen horen risico’s. Ledeen zelf heeft een lange geschiedenis op dat vlak. Zijn laatste boek – The Iranian Time Bomb – is in de traditie van het AEI een pleidooi voor een gedwongen afzetting van het Iraanse regime of anders een bombardement op dat land. In de jaren tachtig was hij als consultant van het Witte Huis nauw betrokken bij de Iran/Contra-affaire, een illegale uitruil van wapenleveranties aan Iran en steun aan de Contra’s in Nicaragua.

Maar toen zijn kameraad Oliver North destijds een doodsbedreiging ontving van Abu Nidal, deed de regering-Reagan niets. „North kreeg geen bescherming. De moraal is: je beslist in dit land zélf of je baan het risico waard is.”

De neoconservatieve Ledeen weet dat hij door zijn verleden controversieel is. Aan „smerige brieven, e-mails en dat soort dingen” is hij allang gewend. Maar nooit heeft hij eraan gedacht de overheid in te schakelen voor zijn veiligheid.

„We hebben zelf voorzorgsmaatregelen getroffen. We hebben wapens thuis. We trainen met ze, we gebruiken ze. Dus als het nodig is kunnen we ons beschermen. Dat is natuurlijk een voordeel vergeleken met Europeanen.” Hij kent massa’s (ex-)regeringsfunctionarissen die geen bescherming hebben. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger. Voormalige CIA-directeuren. Senatoren. Ex-stafchefs van de krijgsmacht. „Sommigen betalen zelf veiligheidsmensen. Maar de meesten hébben gewoon geen bescherming. Zij accepteren het risico.”

Bij Hirsi Ali ligt het allemaal iets anders, beaamt hij. Zij heeft een woning in Washington, DC, waar particulier wapenbezit nog verboden is (al loopt er een gerechtelijke procedure waarin de wapenlobby aan de winnende hand is).

[Vervolg Hirsi Ali: pagina 3]

Positie ‘vergelijkbaar met die van Rushdie’

En Hirsi Ali bekleedt mondiaal een unieke positie. „Ze is na de moord op Van Gogh een symbool geworden. Een wereldwijd doelwit, te vergelijken met Rushdie.’’

Al heeft ook Rushdie in de VS nooit persoonsbeveiliging gehad. „Dat is juist.”

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington benadrukte gisteren dat de Nederlandse regering altijd heeft geweten dat de Amerikanen niet voor Hirsi Ali’s veiligheid zouden betalen. Soms worden bezoekende staatshoofden beschermd, zei een woordvoerder, maar burgers krijgen alleen bijzondere bescherming in het geval van een concrete en zeer ernstige terreurdreiging. „Dan wordt de lokale politie ingeschakeld, die afhankelijk van andere prioriteiten bescherming aanbiedt.”

Hij onderstreepte dat het gevaar voor Hirsi Ali al bestond voordat zij naar de VS kwam. Maar een ongespecificeerde dreiging met een terreuraanslag is voor de Amerikanen geen reden Hirsi Ali bijzondere bescherming te geven. „Die dreiging bestaat voor alle Amerikanen.”

Het AEI weigerde gisteren officieel elke reactie. Daarom wilden medewerkers – behalve Ledeen - alleen anoniem met de krant praten. Hirsi Ali is niet bij iedereen geliefd, maar Ledeen prees haar de hemel in. „Ze is fantastisch voor ons instituut. Voortreffelijke collega, scherpzinnige denker.”

Op het instituut leeft de vraag of het AEI, nu Hirsi Ali het zo moeilijk heeft, niet kan bijdragen aan een (financiële) oplossing. Ledeen liet merken dat hij dit geluid kent – maar hij sprak de verwachting uit dat het zo’n vaart niet zal lopen. „Ik heb begrepen dat ze voor even in Nederland is. Ze wil via de rechter de beslissing van de Nederlandse regering aanvechten om haar beveiliging stop te zetten. Maar ik heb in het gehéél niet de indruk dat ze de VS definitief zal verlaten”, vertelde hij.

Waarom dan niet?

„Ik heb een eetafspraak met haar. We hebben haar uitgenodigd bij mij thuis om met familie en enkele vrienden te dineren. Ik kan je niet vertellen voor wanneer precies de afspraak staat. Maar het is spoedig.”

En ze heeft niet laten doorschemeren dat ze mogelijk moet afzeggen? „Volstrekt niet.”

Een andere collega bij het AEI, die anoniem wilde blijven, had gisteravond een soortgelijk verhaal. Deze bevestigde dat Hirsi Ali komend weekeinde te gast is bij een theatervoorstelling in New York. Hij kende de naam van het stuk, het theater en het aanvangstijdstip. „Volgens mij gaat ze gewoon.”