Rapport kritisch over Blackwater

Werknemers van het particuliere beveiligingsbedrijf Blackwater USA zijn sinds 2005 betrokken geweest bij 195 schietincidenten in Irak, blijkt uit interne rapporten van Blackwater. In 84 procent van de gevallen waren het de beveiligers die het vuur openden, terwijl de opdrachtgever van Blackwater, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, voorschrijft dat de bewakers alleen defensief mogen optreden.

Dit blijkt uit een kritisch rapport van een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, die gisteren begon aan een serie hoorzittingen over de uitbesteding van oorlogstaken door Washington. Blackwater kwam vorige maand in opspraak na een schietincident in Bagdad, waarbij zeker elf burgers gedood werden.

Bij de incidenten vielen volgens Blackwater 16 doden. Het rapport vult aan dat „Blackwater in het overgrote deel van de incidenten schoot vanuit rijdende wagens en niet ter plekke onderzocht of er slachtoffers waren”. In de afgelopen drie jaar ontsloeg Blackwater 122 werknemers, onder meer wegens wangedrag met wapens en incidenten met drugs en alcohol. Momenteel heeft het bedrijf circa 850 werknemers in Irak.

Volgens het rapport is het toezicht van het ministerie op Blackwater meer gericht op het afkopen van nabestaanden van slachtoffers dan op onderzoek. Het rapport meldt dat na de dood van een onschuldige Irakees burger het ministerie wilde dat de familie 5.000 dollar kreeg „om deze ongelukkige zaak snel achter ons te laten”.

Ook beschrijft de studie een incident in 2006 waarbij een Blackwater-contractant, in dronken toestand, een bodyguard van de Iraakse vicepremier doodschoot. De man werd binnen 36 uur, met toestemming van het ministerie, uit het land vervoerd en is nooit vervolgd. De zaakwaarnemer van het ministerie in Bagdad stelde voor de familie van de gedode man 250.000 dollar te geven. Dit werd op last van de diplomatieke beveiligingsdienst 15.000 dollar, omdat anders meer Irakezen zouden „proberen gedood te worden”.

Ook is er kritiek op het optreden van Blackwater rond het opstandelingenbolwerk Fallujah in 2004. Het bedrijf ging onvoorbereid, slecht uitgerust en onvoldoende bewapend het gebied in. Rebellen ontvoerden vier beveiligers, staken hen in brand en hingen de verkoolde lijken aan een brug.

Sinds Blackwater in 2001 door de regering werd ingehuurd heeft het voor ruim 1 miljard dollar aan contracten binnengehaald. Het kost 1.222 dollar per dag om een Blackwater-contractant in te huren, een zesvoudige van de loonkosten voor een soldaat. De afgelopen twee jaar steeg het aantal aanbestedingen explosief.

Vandaag getuigt Blackwater-oprichter Erik Prince voor de commissie. Het rapport stelt dat hij en zijn zus in 2004 een ton doneerden aan de campagne van president Bush.