Prinses Máxima maakt denkfout

Wie wil weten wie wij zijn, en wat onze identiteit is, die moet daarvoor bij de geschiedenis te rade gaan, meent

Frank Ankersmit.

Prinses Máxima verklaarde bij gelegenheid van het vorige week verschenen WRR-rapport over de integratiethematiek ex cathedra dat de Nederlandse identiteit niet zou bestaan. Verontwaardigde reacties verschenen in alle kranten. De strekking was steeds dat het niet aangaat om onze nationale identiteit op te offeren omwille van de integratie van onze nieuwe landgenoten. Verwarring alom. En Wilders zal zich tevreden in de handen gewreven hebben. Zijn tegenstanders hadden zich weer eens mooi in de eigen vingers gesneden.

Maar wat is dan toch die nationale identiteit? Wat is het geheim daarvan? Het antwoord daarop is voor historici en geschiedfilosofen niet moeilijk en hun al eeuwen bekend. Prinses Máxima had er daarom goed aan gedaan haar licht op te steken bij haar man, die immers historicus is en zich in Leiden ook met de geschiedfilosofie moet hebben beziggehouden.

Hij had haar kunnen vertellen dat de moderne geschiedbeoefening ontstond aan het einde van de 18de eeuw in reactie op het ahistorische wereldbeeld van de Verlichting. Voor de Verlichting zijn mensen van alle tijden en van alle delen van de wereld in principe gelijk; en dat laat inderdaad weinig of geen ruimte voor nationale identiteit.

Maar een generatie later lagen de kaarten al geheel anders. Het statische wereldbeeld van de Verlichting werd verruild voor het dynamische wereldbeeld van het historisme en van de Romantiek. Men werd zich bewust van hoezeer mens en samenleving door de geschiedenis worden gevormd, hoezeer mens en samenleving een product zijn van de geschiedenis. Anders gezegd, wie wil weten wie wij zijn, en wat onze identiteit is, die moet daarvoor bij de geschiedenis te rade gaan. In één woord: onze identiteit ligt in onze geschiedenis.

Daar ligt de oplossing voor ons huidige getob met onze nationale identiteit. Onze nationale identiteit moet je niet zoeken in een bepaalde set van algemene en onveranderlijke eigenschappen die sociale wetenschappers zouden ontwaren in het gedrag van de Nederlanders. Nee, die komt men pas op het spoor door te letten op de grote lijn in de Nederlandse geschiedenis en op wat historici daarover gezegd hebben.

Nu zullen historici het lang niet altijd eens zijn over wat bijvoorbeeld Oranje, het calvinisme of de Tweede Wereldoorlog voor ons land betekend hebben. Wat onze identiteit is, ligt daarom niet voor eeuwig en altijd vast. Die is altijd inzet van debat. Maar het feit dat we onze nationale identiteit ter discussie stellen, betekent nog niet dat die niet zou bestaan. Dat is de denkfout van prinses Máxima.

Wie zo redeneert, zou ook de geschiedenis moeten afschaffen. En ook alle normen en waarden, want daar discussiëren we ook eindeloos over.

Bovendien, als onze identiteit een product van onze geschiedenis is, dan zal die voor wat ons land in de loop van de tijd overkomt, ook steeds een beetje veranderen. Zoals ook wijzelf niet meer dezelfde identiteit hebben als toen wij nog jaren jonger waren en zoals we in de toekomst ook weer een andere identiteit hebben zullen dan nu. Onze identiteit verkeert daarom in een voortdurende flux.

Maar dat doet aan haar belang niet af. Alle zinvol handelen, zowel van individuen als van naties, en van alles wat daartussen zit, vereist een onderkenning van de eigen identiteit. Wie niet goed weet wie hij is, kan de grootste ongelukken aanrichten. Wie zou zich durven laten opereren door een tandarts die is gaan denken dat hij chirurg is?

En met naties is het niet anders. Denk aan Duitsland. In 1870 ontstond uit een bonte verzameling zelfstandige staten en staatjes het verenigde Duitse Keizerrijk. Dat was een nieuwkomer in het Europese concert van naties en bezat daarom nog niet een geschiedenis die zijn identiteit vastlegde. De catastrofes die Duitsland in twee wereldoorlogen aanrichtte, zijn in belangrijke mate het gevolg van een land dat zijn politieke identiteit niet kende, daarom terugviel op zijn culturele identiteit en cultureel verschil vertaalde in termen van politieke agressie. We hebben er allemaal heel veel last van gehad en het is prettig dat het verenigde Duitsland inmiddels zoveel geschiedenis heeft opgedaan dat zijn politieke identiteit vaste vormen aannam. En daarmee weet waar de mogelijkheden en grenzen liggen voor zijn politieke handelen.

Kortom, de grootste politieke ongelukken staan ons te wachten wanneer sociaal wetenschappelijke kortzichtigheid en historische blindheid ons ertoe zouden verleiden het idee van de nationale identiteit bij het oud vuil te zetten. Het zou onze overheden veranderen in breinloze bruten die onbekend zijn met hun door de geschiedenis gegeven mogelijkheden en beperkingen.

Het grootste onheil kan daaruit voortkomen. De catastrofe van het Amerikaanse optreden in Irak – en waar de kennis van de geschiedenis en de identiteit van dat land voor nul op de balans stond – is er slechts de meest recente illustratie van. Men meende dat er geen wezenlijk en door de geschiedenis bepaald verschil bestaat tussen de Amerikaan en de Irakees, en dat wat Bush goed vindt voor de Amerikanen daarom ook automatisch goed is voor Irak en zijn tragische bewoners. En het valt te vrezen dat het daarbij niet blijven zal: wie van de geschiedenis niet leert, is gedoemd om die te herhalen.

Frank Ankersmit is hoogleraar geschiedfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.