Pensioengeld riskanter belegd

Beleggen is hun dagelijks brood. De pensioenwereld neemt steeds meer risico’s met de pot van 678 miljard euro. Wat is gevaarlijker? Beurskrach of rentedaling?

Uw geld moet rollen.

Nederlandse werknemers hebben samen 678 miljard euro gespaard voor hun pensioen. Dat is de stand per 30 juni. Al dat geld moet worden belegd.

Het rendement op die beleggingen is de belangrijkste inkomstenbron voor de pensioenfondsen die zorg moeten dragen voor uw huidige of toekomstige pensioen. Werknemers en werkgevers betaalden in 2006 samen bijna 24 miljard euro aan pensioenpremies, maar de pensioenfondsen verdienden vorig jaar het dubbele daarvan op hun beleggingsportefeuille: ruim 50 miljard euro.

En waar rolt uw pensioengeld naar toe?

Naar beleggingen met hogere risico’s. Nieuwe cijfers van De Nederlandsche Bank geven aan dat de pensioenwereld grotere risico’s neemt om die beoogde rendementen ook te realiseren dan tot nu toe publiek bekend was. Eenzesde (120 miljard euro) van de totale beleggingen heeft inmiddels een hoger dan gemiddeld risico. Zo blijken pensioenfondsen voor ruim 15 miljard euro te hebben belegd in leningen met een hoog risico en een hoog rendement, zogeheten junk bonds.

De meer gedetailleerde cijfers over de pensioenbeleggingen komen uit een nieuwe rapportageplicht die De Nederlandsche Bank de pensioenwereld heeft opgelegd. De vermogens van de pensioenwereld zijn inmiddels zo groot dat zij merkbare invloed hebben op de Nederlandse economie. Neem bijvoorbeeld de verdubbeling van de pensioenpremies tussen 2001 en 2003. Dat nam een hap uit de winsten van het bedrijfsleven en drukte de beschikbare inkomsten van werknemers op een moment dat de economie toch al in een malaisestemming zat.

De Nederlandsche Bank wil over meer actuele informatie over de toestand in de pensioenwereld kunnen beschikken. En de centrale bank deelt die informatie, op geaggregeerd niveau, met de lezers van haar Statistisch Bulletin, een kwartaaluitgave.

Omdat het hier om een nieuwe statistiek gaat op basis van een nieuwe rapportageverplichting zijn volgens een woordvoerder geen vergelijkbare cijfers over de jaren voor 2007 beschikbaar.

Om de gedachte te bepalen: Nederland heeft zo’n 800 zelfstandige pensioenfondsen. Zij worden bestuurd door werknemers (meestal via de vakbonden) en werkgevers. De individuele invloed van werknemers is minimaal. Meer dan 90 procent van de werknemers heeft bij zijn baas een pensioenregeling waarvoor hij verplicht premies betaalt. De bedragen zijn enorm: het belegde vermogen is ruimschoots meer dan de Nederlandse productie van goederen en diensten.

De hamvraag over de financiën van de pensioenfondsen is dezer dagen: welke invloed heeft de kredietcrisis op hun rendement en op hun financiële positie?

Zij blijken niet zo kwetsbaar te zijn voor een aandelenkrach. Iets meer dan de helft van hun beleggingen is gevoelig voor de koersen op de beurs en op de vastgoedmarkt, zegt De Nederlandsche Bank. En 43 procent van hun beleggingen is gevoelig voor wijzigingen in de rente. Dat zijn de beleggingen in obligaties en andere leningen. Als de rente daalt, stijgen de koersen van hun obligatiebeleggingen.

Het meest kwetsbaar zijn de pensioenfondsen dan ook niet bij hun beleggingen, maar bij hun toegezegde pensioenen. Zij moeten deze verplichtingen tegenwoordig becijferen op marktwaarde. Als de rente stijgt, is het gemakkelijker om de toezegging in de toekomst na te komen en daalt de huidige waarde van de pensioentoezegging.

Dat gebeurde bijvoorbeeld in het tweede kwartaal. De verhouding tussen de beleggingen en de waarde van de pensioenverplichtingen (de zogeheten dekkingsgraad) steeg toen met 11 procentpunt naar 152 procent per eind juni. Tegenover elke euro toegezegd pensioen stonden toen beleggingen van meer dan 1,50 euro. Dat is niet alleen genoeg om de pensioenen uit te betalen, maar er is ook geld over om de pensioenen te verhogen met de prijsstijgingen.

Bijna de hele verbetering was overigens het gevolg van de rentestijging. Het behaalde rendement droeg nauwelijks bij.

Over een week of twee komen diverse grote pensioenfondsen met hun cijfers over het afgelopen derde kwartaal. De laatste maanden vertoont de rente weer een dalende tendens, wat slecht is voor de dekkingsgraad. Hoe de beleggingen zich hebben gehouden tijdens de koersval en het herstel op de aandelenmarkt, de crisis bij sommige hedgefondsen en rentedaling is nog onduidelijk.

Maar de uitkomsten spelen een belangrijke rol. In oktober en november moeten de grote pensioenfondsen op basis van de laatste cijfers twee beslissingen nemen voor de koopkracht van de burgers en de winsten van de bedrijven. Wat doen we in 2008 met onze pensioenpremies en met de prijscompensatie (indexatie)?