Olieworstelen

Op wie richtte Paolo Bettini zijn pijlen toen hij zondag in Stuttgart zijn wereldtitel prolongeerde? Dit waren zijn doelen: „De stad Stuttgart, het organisatiecomité en de Duitse tv-zender ZDF. Zij hadden de hele week al zo op mij geschoten dat het mijn beurt was. Ik wilde schieten op al wat bewoog, maar ik heb niemand in het bijzonder bedoeld. Zeker Pat McQuaid niet. Wij zullen onze problemen samen oplossen.”

De dag voor het WK kondigde Bettini bij monde van zijn advocaten al aan gerechtelijke stappen te ondernemen wegens laster tegen Stuttgart, het organisatiecomité en de ZDF.

Ik hoop dat die gerechtelijke stappen er komen.

Maar waarom wordt McQuaid door Bettini opeens uit de wind gehouden? De Ierse voorzitter van de UCI was toch de grote initiator achter het mombaksel, genaamd het anti-dopingcharter, waarin renners akkoord gaan één jaarsalaris verbeurd te verklaren aan de UCI bij overtreding van de dopingwet. En was het niet Bettini die, bij monde van zijn advocaten, liet weten dat hij geen trek had in dit amateuristisch breipatroon?

Kijk, de koers was prachtig, slopend, en met een schitterende boog van suspense als ruggengraat, maar als Bettini werkelijk een statement had willen maken dat er toe doet dan had hij op het podium die regenboogtrui geweigerd.

„Wij zullen onze problemen samen oplossen.”

Sentimenteel handjeklap.

De wielersportfamilie heeft nooit, nimmer enig probleem op het dopingterrein zelfstandig weten op te lossen. Het blootleggen van de goddelijke preparatiesystemen geschiedde door inmenging van buitenaf: de Franse en Italiaanse razzia’s. Korter geleden wierp de Spaanse Operación Puerto enig licht op het reilen en zeilen der kampioenen die hun hoop, heden en toekomst in handen hadden gelegd van de bloedtransfusiekunstenaar Fuentes. Hoe dan, Paolo Bettini, zullen we „onze problemen samen oplossen?”

Door het aanspannen van rechtszaken tegen de stad Stuttgart, het organisatiecomité en de ZDF? Dat is mooi, maar het is niet genoeg. Door opeens te heulen met de vijand omdat die toevallig ook met de stad Stuttgart en het organisatiecomité verwikkeld is geraakt in iets wat veel lijkt op een partijtje Turks olieworstelen? Door het lozen van gemeenplaatsen als „wanneer je Italianen in hun trots krenkt, leer je ze pas echt kennen?”

Ik hoop toch zo dat Paolo Bettini ook wereldkampioen is geworden namens de Maarten den Bakkers van het peloton.

Maarten den Bakker had de pech te debuteren in een tijdperk waarin epo als een dodelijke bacterie zich in het grondwater begon te verspreiden. En later trof hij de megalomane Fuentes-kliek op zijn pad. Het interview met Den Bakker, zaterdag in deze krant, laat zich lezen als de kroniek van een generatie. Steeds duidelijker wordt het dat zijn depressie van 2002 („Ik wou gewoon van de wereld af, klaar.”) voor een niet onbelangrijk deel zijn oorsprong had in de mores van zijn peloton.

Over zijn genezing zei Den Bakker ruim vier jaar geleden: „Ik zag ’s ochtends de fietsen blinken en mijn hart ging sneller slaan.”

Daar houd ik mijn ogen niet droog bij, Bettini. Jij?