Minuscule echo in de hartvaten

Jaarlijks sterven meer dan 22.000 mensen aan een hart- of herseninfarct als gevolg van het scheuren van een vetbobbeltje in de vaatwand. Verreweg de meeste slachtoffers hadden tevoren helemaal geen klachten. Biomedisch technoloog Ton van der Steen werkt aan methoden om de vaatwanden af te tasten met ultrageluid. Deze vorm van echografie (palpografie) spoort de verraderlijke vetbobbeltjes in de vaatwand tijdig op.

Je weet toch wel of je hartpatiënt bent?

„Lang niet altijd. Het dichtslibben van hart- en bloedvaten begint al bij je geboorte. Meestal verschijnen de eerste klachten, zoals kortademigheid en pijn op de borst, niet voor je vijftigste. Dat is meestal niet levensbedreigend. Vroeger werd je gedotterd. Tegenwoordig plaatst men vaak een stent om het zieke bloedvat te “stutten”, een soort penneveertje dat het bloedvat openhoudt en gecoat is met medicijnen die de vaten niet opnieuw laten dichtgroeien. Maar daarnaast bestaat er een ander, veel gevaarlijker soort plaques, die nauwelijks opvallen en geen klachten geven. Zo’n plaque bestaat uit een vetbolletje met een dun schilletje van bindweefsel er overheen. Door ontstekingen kan dat schilletje verweken. Na veel stress of grote inspanning, zoals een avondje sporten, kan zo’n vetbolletje ineens losschieten, zoals een rijpe puist openspringt. Het vet komt in je bloed en afhankelijk van de conditie van je bloed kan door een chemische reactie ineens een prop ontstaan. Die sluit het bloedvat af en veroorzaakt een acuut hart- of herseninfarct.”

Waar zoekt u het probleemgebied?

„Als de patiënt al met klachten op de behandeltafel ligt, kunnen we een ultrageluidelementje op de punt van een katheter, een flinterdun buigzaam buisje, prikken en via de lies door het bloedvat naar het hart brengen om daar rond te kijken. Voor screening werken we met een andere, niet-invasieve techniek. We kijken van buitenaf naar de halsslagader, die groot is en dicht aan de oppervlakte ligt. Die beschouw je als steekproef voor de rest van de bloedvaten.”

En dan?

„Je weet van te voren nooit of dit type plaque echt gaat scheuren, of zal stabiliseren. De dokter zou uit voorzorg een stent kunnen plaatsen. Verder is de techniek waardevol bij het onderzoek naar nieuwe medicijnen. Je kunt nu rechtstreeks aan de vaatwand zien of nieuwe middelen werken. In plaats van tienduizenden proefpersonen zijn er nog maar een paar honderd nodig en de uitslag komt niet na drie jaar, maar na een jaar. Inmiddels zijn twee grote klinische studies gestart, waarbij 40 centra over de hele wereld en grote bedrijven betrokken zijn.”

Hoe bevalt dat nou als Delfts ingenieur in zo’n witte ziekenhuisjas?

„De samenwerking is inspirerend. De artsen weten alles van de klinische problemen en de ingenieurs verzinnen de oplossingen.”