Met warme stem stort David Sylvian onheil over ons uit

Gehoord: David Sylvian, 1/10 Muziekcentrum Philips Eindhoven. Herhaling: 2/10 Rai, Amsterdam en 4/10 Oosterpoort, Groningen.

Zijn gezicht is voller geworden, zijn buik boller. Maar voor het overige is David Sylvian nauwelijks veranderd. Zijn haar hangt nog altijd sluik langs het hoofd, de scheiding strak in het midden, en de kleding is nog altijd stemmig en van goede snit. Zijn stem is evenmin veranderd. In het Eindhovense Muziekcentrum had hij gisteren één nummer nodig om op te warmen. Daarna klonk zijn zo herkenbare stem als vanouds: warm, donker en vooral geruststellend.

Dat laatste is wel nodig want Sylvian, die in de jaren tachtig groot werd met zijn new-wave band Japan, stort een bak onheil over zijn publiek uit. In de liedjes die Sylvian en consorten ten gehore brengen, hebben de vlinders geen vleugels en beginnen de meisjes bij het krieken van de dag al te huilen, zonder dat ze weten waarom.

In al dit onheil stemt Sylvians stem gerust; als hij zingt „come with me”, dan ben je bereid hem te volgen, dwars door het donkere bos dat op een groot doek achter hem werd geprojecteerd. David Sylvian als de moderne rattenvanger van Hamelen.

Het had een ‘best of’-show kunnen worden. Immers, Sylvian heeft een indrukwekkende carrière achter de rug. Hij scoorde in de jaren tachtig hits met Japan, ging daarna solo met het album Brilliant Trees en maakte nog vele albums met jazz, ambient en electronische muziek. Twee jaar geleden bracht hij met onder anderen broer en voormalig Japan-lid Steve Jansen (bij de burgerlijke stand staan de broertjes ingeschreven als Batt) het prachtige album Snow Borne Sorrow uit, onder de bandnaam Nine Horses. Ook Jansen drumde gisteravond mee.

Maar Sylvian trapt niet in de reunieval. Gelukkig, de Japan-klassieker Ghosts kwam langs, maar deze was bijna onherkenbaar tot een popliedje omgevormd. De kenmerkende piepjes en bliepjes uit dat nummer waren verdwenen. Dat gold voor meer liedjes gisteravond; ondanks de aanwezigheid van twee laptops op het podium werd er opvallend veel ‘echte’ muziek gemaakt.

Die muziek bleef ingetogen, evenals de muzikanten. Pas na een nummer of vijf mompelde Sylvian iets in de microfoon dat klonk als ‘thank you’. Een enkele bezoeker werd al die onheilspellende inertie te veel. Maar het gros van de zaal, dat met een langdurig applaus een tweede toegift afdwong, was bereid de rattenvanger van Hamelen tot in het oneindige te volgen.