Máxima en WRR verdienen applaus

Op 5 februari 1982 ben ik naar Nederland gekomen. Ik was twintig. Ik woonde met mijn vader in Montfoort, in woonbarakken van zijn baas. Er woonden alleen Turken en Marokkanen; geen enkele Nederlander.

Toch heb ik me kunnen ontwikkelen tot een gelukkige, wel bijzondere Nederlander. Bijzonder omdat ik uit vrije wil voor Nederland heb gekozen. Ik ben niet, zoals Wilders, van geboorte een Nederlander. Bijzonder ook omdat ik een Nederlander ben met heel wat plusjes. Naast mijn Nederlandse cultuur, ken ik een aantal niet-Nederlandse culturen.

Graag luister ik naar Wim Sonneveld, heb zelfs een video van hem. Ik houd erg veel van drop. En ik ben fan van Van Kooten en De Bie. Hoe is dat gekomen?

Wim Sonneveld heb ik leren kennen door collega Rob bij ABN-Amro. Hij zat altijd mooie liedjes te zingen. Die bleken van Sonneveld te zijn. Ik kocht meteen een cd en een video. Van drop heb ik leren houden van weer een andere collega, Milika, toen ik bij het GAK werkte.

Paul Scheffer had zijn beroemde essay, Het multiculturele drama, nog niet geschreven. Wat ben ik blij dat toen de huidige discussie over identiteit er nog niet was. Ik denk dat ik dan me juist had verzet. De houding en stijl van Wilders c.s. zijn als viagra voor mijn afweersysteem.

Waarom vertel ik dit allemaal?

Minister Hirsch Ballin nam vorige week in aanwezigheid van prinses Máxima het eerste exemplaar van het rapport Identificatie met Nederland van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in ontvangst uit handen van de voorzitter van de projectgroep, prof. dr. P.L. Meurs.

De WRR bepleit in het rapport een perspectiefwisseling bij nationale identiteit. De huidige eendimensionale aandacht voor nationale identiteit is te veel op het verleden en te weinig op de toekomst gericht. Door over te schakelen naar een toekomstgericht perspectief komt het omgaan met verschillen veel meer tot zijn recht.

De WRR verdient felicitaties met dit rapport wegens het moedige perspectief die zijn onderzoekers hebben gehanteerd. Ook de titel, Identificatie met Nederland, geeft direct aan waar het echt om gaat.

Ook prinses Máxima verdient applaus omdat zij in een geweldige toespraak, haar persoonlijke ervaring, haar zoektocht, met ons heeft gedeeld.

De sfeer ten opzichte van nieuwkomers is op dit moment niet uitnodigend, maar sommerend. Op hoge toon wordt de aanvaarding van ‘de basiswaarden van onze samenleving’ opgeëist.

Wanneer je merkt dat je taal wordt geminacht, je godsdienst wordt bespot, je cultuur omlaag wordt gehaald, is je onmiddellijke reactie de dingen die je anders maken te benadrukken; wanneer je daarentegen merkt dat je wordt gerespecteerd, wanneer je merkt dat je een eigen plek hebt in het land waar je besloten hebt te gaan wonen, reageer je anders.

Ooit heb ik een prachtige verhaal gelezen, dat hierop van toepassing is. De zon en de wind spelen een spelletje. Het spel bestaat uit het ontkleden van de mensen. De wind begint als eerste. Zijn eerste pogingen lopen op niets uit. Dan wordt hij boos en gaat harder en guurder waaien. De mensen klampen zich nu juist veel meer aan hun kleding vast. Hoe harder de wind gaat waaien hoe krachtiger de mensen zich verzetten. Hierna mag de zon proberen. De zon schijnt voorzichtig. Mensen beginnen het warm te krijgen. De eerste knop is los. Daarna gaat de zon ietsje feller schijnen. Het eerste kledingstuk is uitgetrokken. U begrijpt hoe dit afloopt. De zon wint.

„Want waar een mens van houdt vindt ie het mooiste / Je moet toch ergens heen met je aanhankelijkheid / Al is ‘t oud, al is ‘t saai of lelijk / Waar een mens van houdt, dat raakt ie niet graag kwijt”, heeft mijn held, Sonneveld gezongen. Juist, ik kan ook niets aan doen dat ik als Koerdische kind op het platteland van Turkije geboren ben. Dus ik houd van waar ik geboren ben maar ik houd ook van waar ik woon en leef.

Haci Karacaer was directeur van de Turkse sociaal-culturele moslimorganisatie Milli Görüs.