‘Het Westen heeft de Egyptenaren verraden’

Hoofdredacteur Ibrahim Eissa stond gisteren in Kairo terecht wegens publicatie van geruchten over de gezondheid van de president. Het proces werd tot 24 oktober verdaagd. ‘Ze maken elke opponent monddood.’

Ibrahim Eissa op zijn kantoor in Kairo, op de dag van het proces. Foto AP Ibrahim Eissa, editor of the independent Al-Dustor newspaper, laughs as he talks with a journalist in his office, while the first court session of his trial begin, Cairo, Egypt, Monday, Oct. 1, 2007. Eissa is on trial on charges of disturbing the peace and harming national economic interests, resulting from articles that his newspaper ran about rumors that Egyptian President Hosni Mubarak was ill. (AP Photo/Amr Nabil) Associated Press

Een korte opleving van de persvrijheid in Egypte wordt met harde hand weer ongedaan gemaakt. Journalisten krijgen celstraffen wegens belediging van staatssymbolen. Hoofdredacteur Ibrahim Eissa van het populaire dagblad Al-Dustour (De Grondwet) moest gisteren in Kairo voorkomen omdat hij schreef over de kwakkelende gezondheid van de president en de verwachte opvolging door zijn zoon.

Twee weken geleden werd Eissa al veroordeeld tot een jaar gevangenis wegens zijn berichtgeving over de zoon van Mubarak. Hij is nog vrij in afwachting van zijn hoger beroep.

Hoe verklaart u uw recente veroordeling en die van drie andere hoofdredacteuren?

„Onder druk van de Amerikanen en de Europeanen heeft president Mubarak in 2005 beloofd hervormingen te zullen doorvoeren en democratische vrijheden toe te staan. Nu de internationale druk volledig is weggevallen gaat het vernisje er weer af. Het Westen maakt er geen punt van omdat het bang is dat anders de Moslimbroeders Egypte zullen overnemen. Jullie hebben ons verraden.”

Waarom nu?

„Mubarak is wegens zijn leeftijd (79) en gezondheidsproblemen aan het eind van zijn Latijn. Binnen de presidentiële huishouding, met name bij zijn vrouw en kinderen, leeft daarom de wens om de macht aan zijn zoon Gamal over te dragen nu de president nog leeft. Als de opvolging niet geregeld is voordat hij sterft, lukt het hun niet meer.

Iedereen die in de weg staat, wordt monddood gemaakt. Daarom pakken ze niet alleen journalisten op, maar ook Moslimbroeders en rechters. De reguliere oppositiepartijen staan al sinds jaar en dag onder controle van het regime. Door een paar hoofdredacteuren op te pakken die de president niet afschilderen als een god, maar als een mens van vlees en bloed, proberen ze andere journalisten te intimideren. En als je journalisten kritisch ziet schrijven over een politicus, dan doet hij dat waarschijnlijk op instigatie van het regime. Het regime wil niet dat journalisten op eigen houtje achter verhalen aangaan.”

Op welke grond bent u veroordeeld?

„Ik had een stuk geschreven over Gamal Mubarak met de kop, ‘Zo vader, zo zoon’. De rechter heeft me veroordeeld voor het belasteren van de zoon van de president als een symbool van de staat, wat zou kunnen leiden tot negatieve gevoelens onder het volk jegens de regering. Verder word ik vervolgd voor het schrijven over de geruchten over de slechte gezondheid van de president. Ze verzinnen gewoon iets om opponenten het zwijgen op te leggen.”

Maar er is toch veel meer persvrijheid nu in Egypte dan ooit tevoren?

„Er bestaat nog steeds vrije pers ondanks het gebrek aan persvrijheid, niet dankzij het bestaan daarvan. Het is te danken aan moedige journalisten die weigeren te buigen voor de repressie van het regime. Zij profiteren van de ongekend vrije beschikbaarheid en uitwisselbaarheid van informatie via internet, mobiele telefoon en satelliettelevisie. Nu het regime de informatie niet langer kan beteugelen, vragen mensen zich af waarom wij in campagnetijd geen debatten hebben tussen de kandidaten in de aanloop naar presidentsverkiezingen, om maar een voorbeeld te noemen. Mubarak is nu meer dan 25 jaar aan de macht. De mensen zijn hem zat. Er is een opeenhoping van woede en frustratie over de slechte economie.”

De regering zegt dat de economie juist vooruitgang boekt.

„Hoe kunnen ze dat zeggen als de werkloosheid explodeert, 40 procent van het volk onder de armoedegrens leeft, meer dan 16 miljoen van de 75 miljoen Egyptenaren aan psychologische stoornissen lijdt, een ongekend aantal dorpen in opstand is gekomen omdat ze geen water ontvangen en links en rechts massale stakingen uitbreken? Het regime zal u mooie cijfers kunnen laten zien, maar ze vertellen u nooit de echte feiten.

In het Westen denken ze graag dat het hier economisch beter gaat. Maar trekken we nu echt zo veel buitenlandse investeringen aan? Als we echt nieuwe investeringen kregen, zouden we dat terugzien in het werkloosheidscijfer, maar dat is niet het geval. Ook het feit dat de grond- en huizenprijzen almaar stijgen moet niet begrepen worden als een teken van economische groei. Het betekent alleen dat bedrijven en mensen uit de Golfstaten ons land opkopen. Zijn we echt zoveel beter aan het exporteren? Nee, want we importeren drie keer zoveel. Als we ze daarmee confronteren dan zeggen ze dat de vruchten van hun beleid pas over vijf jaar te plukken zijn.”

Toch menen veel westerse regeringen dat Egypte op de goede weg is.

„Omdat het Westen naïef is. Jullie denken dat Egypte wordt overgenomen door de Moslimbroederschap als jullie Mubarak niet steunen. Jullie denken dat er een islamitische revolutie uitbreekt zoals destijds in Iran. De Moslimbroeders zijn populair, maar niet zo populair als jullie denken. De enige reden waarom ze sterker worden, is omdat Mubarak geen enkele vorm van oppositie toelaat. Door Mubarak te steunen, stimuleert het Westen een islamitische beweging die veel erger is dan de Moslimbroeders. Jullie maken dezelfde fout als toen in Iran. Jullie steunden de sjah en kregen er Khomeiny voor terug.”

Soms lijkt de berichtgeving in Egyptische dagbladen op moddergooien. Is het dan vreemd dat sommigen zich het slachtoffer voelen van karaktermoord?

„Het is waar dat de bewijzen vaak ontbreken, maar dat is niet het gevolg van onprofessionele journalistiek maar van slechte toegang tot betrouwbare informatie. Wij kunnen bijvoorbeeld niet te weten komen in welke bedrijven de familie Mubarak een belang heeft. Daarom proberen we alleen maar de vraag op te werpen. Dat is al genoeg om de mensen aan het denken te zetten.”

Maakt uw werk enig verschil?

„Ik geloof van wel. Egyptenaren hebben een kwart eeuw onder president Mubarak in een soort coma geleefd. Wanneer je iemand daaruit wakker schudt, dan ziet hij niet meteen alles scherp. De vrije pers toont de Egyptenaren hoe het land er werkelijk aan toe is en tegelijkertijd laten we hun zien dat de problemen niet hun schuld zijn. Daarom hebben we demonstrerende onderwijzers, artsen en vuilnisophalers. Maar de acties zijn geïsoleerd en chaotisch. Er zit nog geen structuur in.”