Het lichaam als container

De tweede film van de Hongaar Pálfi, Taxidermia, raakt de kijker vooral in het hoofd en de onderbuik.

Gulzigheid is volgens hem de grootste zonde.

György Pálfi moet hebben besloten dat bescheidenheid een waardeloos principe is voor een tweede film. Na zijn succesvolle debuut Hukkle – een subtiele en humoristische kijk op het leven in een afgelegen Hongaars dorpje – kwam de regisseur vorig jaar met een bizarre visuele allegorie die zo volgestopt zit met beelden en ideeën dat zij bijna explodeert.

Dé mens, voor minder doet Pálfi het hier niet, is stof en geest tegelijk, is ingenieus én kan niet aan zijn driften ontsnappen, is eindig én weet dat einde te overstijgen.

Uitgaande van de korte verhalen van de Hongaarse schrijver Lajos Parti Nagy sleurt Pálfi ons het walgelijke universum binnen van drie generaties Morosgoványi. Grootvader Vendel, een militair in de Tweede Wereldoorlog, kan alleen nog loskomen van de werkelijkheid door te masturberen. Dat doet hij dan ook waar hij kan. Op een nacht vrijt hij met de vrouw van zijn officier maar Pálfi filmt het zo dat zij net zo goed een varken kan zijn. Geilheid is hier gulzigheid. Maar waar Vendel iets van zichzelf achterlaat door zijn zaad over de wereld te verspreiden, wil zijn zoon Kálmán – met krulstaart – diezelfde wereld jaren later juist verslinden als wereldkampioen overeten. Hij stopt zich vol met de wereld en rekt zijn lichaam daarmee uit tot voorbij de grenzen van het werkelijke.

De een geeft, de ander neemt. Kálmán wordt de verpersoonlijking van de gulzigheid, net als het Monty Python-personage dat in een restaurant vreet en groeit en vreet en groeit en uiteindelijk explodeert – net als het slachtoffer in Se7en dat langzaam – gedwongen – sterft aan overeten. Gulzigheid lijkt voor Pálfi de grootste van de zeven doodzonden, de zonde die alle andere zonden voortbrengt. Je zou zelfs kunnen denken dat de regisseur commentaar levert op zijn eigen visuele gulzigheid in deze film maar dat oordeel is aan de kijker.

Taxidermia beweegt zich tussen de slachthuizen en de keukens en de toiletten. Het lichaam is onze container, en alles draait erom die aan de gang te houden. Pálfi brengt het allemaal zo aards in beeld dat je het gaat voelen, dat je er misselijk van wordt. Volwassenen zijn geel, alleen baby’s hebben nog een roze huid. Schoonheid is nergens te vinden, alles vreet en rot. Alles is onderbuik.

En dan is er naast Vendel en Kálmán de derde generatie Morosgoványi. De taxidermist Lajos – niet voor niks krijgt hij dezelfde naam als de auteur van deze verhalen, die net als zijn personage de wereld naar zijn eigen idee te reconstueren – stelt zijn leven in dienst van de droom en nachtmerrie van elke preparateur: het opzetten van zijn eigen lichaam.

Waar het lichaam voor zijn vader en grootvader onmisbaar en allesoverheersend was, wil Lajos daarvan juist loskomen en dat lichaam overbodig maken. Hij wil weten wat er met hem gebeurt als hij zijn container achter zich laat. Dat doet hij op een nogal drastische manier. En met succes.

Want Lajos mag in tegenstelling tot zijn voorvaderen dan niet voor nageslacht hebben gezorgd op het moment dat het laatste oordeel zich voltrekt, hij overleeft in de hoofden van het in smetteloos wit gehulde publiek dat aan het eind van de film naar het verhaal over zijn leven luistert. En in de hoofden van het publiek dat naar deze film kijkt. En daarmee zijn wij zelf het bewijs dat Lajos kan bestaan zonder een lichaam. Net als de regisseur, wat dat betreft.

Net zoals Hukkle geen geijkt verhaal vertelde – er werd niet gesproken in de film en er was geen plot – speelt Taxidermia niet in op klassieke emoties. Als al van emoties sprake is, dan eerder van afkeer dan van herkenning of plezier of verdriet.

De film is leeg op de plek waar de meeste andere films hun publiek proberen te raken. Waar ze hun hart hebben zitten, om het pathetisch te stellen. En dat is precies de bedoeling. Taxidermia mikt juist daarboven en daaronder, en raakt met zijn verbanden en visuele poëzie inderdaad vooral hoofd en onderbuik. Daarin doet de film denken aan 4 van Ilya Chrzjanovski of sommige producties van Peter Greenaway.

Want net zoals in die films zijn de personages hier verbeeldingen van ideeën, los van de wereld, bewegend in een zonderlinge tijd en ruimte. En of het Pálfi nou gaat om een bijtend commentaar op de recente Hongaarse geschiedenis of om een kritiek op de lichaamscultus van de laatste decennia, dat, opnieuw, is aan de kijker. De ingrediënten zijn er, en ieder voor zich kan beslissen wat hij eet.

DVD

Taxidermia

Regie: György Pálfi.Met: Csaba Czene, Gergely Trócsányi, Piroska Molnár, Adél Stanczel.

2007 (Filmfreak)

Film: ****

Extra’s: **