Gemiste kans

Elke balsport kent zijn vogelslachtoffers, maar ze zijn zeldzaam. Afgelopen vrijdag was het raak tijdens een golftoernooi.

Golftalent Joost Luiten trof tijdens het golftoernooi ‘The Dutch Futures’ in Halfweg een meeuw – nadat de bal zo’n 175 meter weg was. Volgens het AD was de vogel op slag dood ‘en viel loodrecht naar beneden’. Dit golfslachtoffer zou een mooie aanwinst zijn voor de kleine, maar groeiende collectie opgezette, dramatische vogeldoden in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Daarom informeerde ik bij Golfclub de Houtrak, waar het toernooi plaatsvond, naar het kadaver. De caddymaster sprak de berichtgeving in het AD tegen: „De vogel is geraakt maar uiteindelijk weer doorgevlogen.” Geen golfbalmeeuw dus.

Wel dodelijk was golfbal van acteur Rob Lowe, afgelopen juni. Op de Glen Oaks Country Club in West Des Moines in de Amerikaanse staat Iowa raakte hij een ‘goldfinch’ (Carduelis tristis), in goed Nederlands treursijs genaamd. De 43-jarige acteur, bekend geworden door zijn rol in de tv-serie The West Wing, was voor het eerst op bezoek in Iowa en riep nadat hij het levenloze jonge zangvogeltje van de green opraapte: „Ongelofelijk, wie komt er nu hier en vermoordt nota bene de state bird, dat overkomt mij alleen.”

De kans dat een vogel in volle vlucht met een golfbal in aanraking komt, is inderdaad uiterst klein. Ik ken twee ongedateerde, met videofilmpjes gedocumenteerde gevallen waarbij een vogel van korte afstand onopzettelijk door een golfbal wordt gedood, een meeuw en een niet nader te identificeren bruine vogel. Tennis kent minimaal twee officiële vogelslachtoffers, een onbekende soort die over het net vloog tijdens een herendubbel van de Australian Open in 1992 en een witte kwikstaart die in mei van dit jaar op de tennisbaan van Hardinxsveld-Giessendam dodelijk werd getroffen en mij keurig diepgevroren door de dader werd overhandigd voor opname in de collectie van het Natuurhistorisch Museum.

Honkbal is goed voor twee dramatische vogeldoden, een meeuw en een duif. De meeuw kwam aan zijn eind in Toronto op 4 augustus 1983 door een worp van New York-Yankeesspeler Dave Winfield die na de wedstrijd direct werd ingerekend door de politie en een bekeuring van 500 dollar kreeg wegens ‘wreedheid tegen dieren’. Het duurde bijna achttien jaar voordat het volgende (en voorlopig) laatste honkbalslachtoffer viel: op 24 maart 2001 raakte de gevreesde worp van Arizona Diamondbacks pitcher Randy Johnson een duif, vermoedelijk een gewone stadsduif die – volgens het videofragment op internet – in een grote wolk van veren de dood vond. Uiteindelijk zijn er maar twee gevederde slachtoffers van een balsport bewaard gebleven als museumstuk: de kokmeeuw die in 1970 door een doeltrap van Feyenoordkeeper Eddy Treytel om het leven kwam en een huismus doodgegooid in 1936 in Londen tijdens een cricketwedstrijd.

De Glen Oaks Country Club had de kans om geschiedenis te schrijven door de treursijs als eerste goed gedocumenteerde slachtoffer van een golfbal te conserveren, maar niets wees erop dat het vogellijkje is diepgevroren. Het management van de Country Club beschouwde mij vermoedelijk als krankzinnig, want een antwoord op mijn simpele vraag „Heeft u de treursijs bewaard?” bleef uit, ondanks telefonisch contact en herhaald aandringen. Uiteindelijk gaf ik David Brenzel, collega-conservator van het Iowa Museum of Natural History, de gouden tip en wees hem erop dat wij in Rotterdam de mensheid en (vooral) onszelf een dienst bewezen hebben door de Dominomus op te zetten. Hij achtte het zeer onwaarschijnlijk dat de vogel veilig gesteld was en reageerde geamuseerd: „Ik ben bang dat de golfsport in Iowa – zelfs als er beroemdheden bij betrokken zijn – hier niet zoveel passie losmaakt als domino stenen omgooien bij jullie.” Gemiste kans, denk ik dan.