Europese posterijen

Na twintig jaar duwen en trekken door de Europese Commissie hebben de lidstaten gisteren een akkoord gesloten over de liberalisering van de posterijen per 2011. Dan moeten de staatsmonopolies zijn afgeschaft. Luxemburg en tien andere landen die wat achterlopen krijgen nog twee jaar respijt. De goedkeuring van dit akkoord door het Europese parlement is slechts een kwestie van tijd. Het is een grote stap, waar zelfs de op het punt van liberalisering uiterst kritische Franse regering zich goed mee kon verenigen. De posterijen en het toezichtssysteem in Frankrijk zijn zelfs al goed op liberalisering voorbereid. Ondanks alle hindernissen rolt de Europese liberalisering gewoon door.

Liberalisering van de posterijen ligt voor de hand maar is tegelijkertijd een politiek riskante operatie. In één Europese markt hoort de postbezorging niet meer door vele staatsmonopolies te worden bediend. De concurrentie moet dwars door de landsgrenzen gaan. Daar komt bij dat internet veel post overbodig heeft gemaakt. Tegelijkertijd is door bestellingen via het toetsenbord de bezorging van pakketpost belangrijker geworden. In de zwaardere stukken is in Nederland de concurrentie begonnen. Vanaf 1 januari moet het geprivatiseerde Nederlandse staatsbedrijf TNT concurreren in brieven beneden de 50 gram.

Toch zal de politici de mislukkingen van de liberalisering worden aangerekend en die zullen zich hier en daar zeker voordoen. Postbezorging is ingewikkelder dan bijvoorbeeld de levering van stroom of van telefoonservice omdat stukken met de hand moeten worden gebracht.

Voor TNT was het gemakkelijk om met privatisering voorop te lopen, omdat Nederland praktisch één grote stad is. Postbodes hoeven hier zelden, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk of in Griekenland, vele kilometers rijdend of varend af te leggen om een enkel adres te bereiken. Voor iemand die afgelegen woont, hoort in zulke gevallen niet de volle kostprijs te worden betaald. Anders verdwijnt de infrastructuur.

Het akkoord staat overheden toe om de vereiste service via subsidies of via gemeenschappelijke financiering door postbedrijven te garanderen. Want die garanties horen er wel te zijn. In Nederland wordt op veel adressen de post al later op de dag bezorgd. Het zou een te grote achteruitgang zijn, ook economisch gezien, als de bezorging van minder lucratieve stukken vele dagen op zich zou laten wachten. Maar als de staat hier een te grote rol in speelt, is het de vraag of er wel van echte liberalisering sprake is.

Liberalisering hoort arbeidskrachten te sparen door grotere efficiency. Alleen al het Nederlandse TNT schrapt voor 2010 tussen de 6500 en 7000 banen. Niet alle Europese postbodes zullen de ontslaggolven en lagere lonen in gesaneerde bedrijven lijdzaam accepteren. De prijzen voor de postbezorging kunnen na liberalisering dalen, maar de service moet overeind blijven en de tarieven horen uniform te zijn om de liberalisering te laten slagen.