Europa wil aandacht voor verdwenen kids

In Portugal verdween dit jaar het Britse meisje Maddy.

Nu spreken ministers van Justitie over een Europees alarmeringssysteem voor kinderontvoeringen.

Het is een succes in Frankrijk, het systeem ‘Alerte Enlèvement’, waar posters van verdwenen kinderen langs snelwegen en andere druk bezochte plaatsen worden geëtaleerd. Griekenland en Portugal hebben recent soortgelijke publieke opsporingscampagnes ingevoerd, afgekeken van de manier waarop in de Verenigde Staten met ‘Amber Alert’ publieke aandacht wordt gevraagd voor verdwenen of ontvoerde kinderen.

Portugal, al maanden in de ban van de verdwenen Britse kleuter Madeleine McCann, gebruikt zijn huidige EU-voorzitterschap om aandacht te vragen voor de rechten van het kind en in het bijzonder voor een Europabreed alarmeringsysteem om verdwenen kinderen onder de aandacht van een breed publiek te brengen.

Daarbij krijgt Portugal steun van eurocommissaris Franco Frattini, zo bleek gisteren tijdens een tweedaagse ontmoeting van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in Portugal. Daar was de wens om te komen tot zo’n breed waarschuwingssysteem aan de orde. Dat varieerde van een EU-lijst van vermiste kinderen op internet tot mogelijkheden om in samenwerking met media en het bedrijfsleven te komen tot grote publieksacties.

Het is de vraag of het voorkomen van misstanden bij kinderen overal de prioriteit heeft die Frattini graag zou willen zien. Eerder besloot de Europese Commissie een Europees telefoonnummer (116000, zie inzet) in het leven te roepen voor het opgeven van vermiste en seksueel misbruikte kinderen. De lidstaten zouden dat telefoonnummer na de zomer nationaal hebben ingevoerd, want dat kan niet vanuit Brussel, was het verzoek. Daar is tot nu toe maar mondjesmaat gehoor aan gegeven. Drie landen hebben het nummer ingevoerd, zeven landen hebben laten weten er langer de tijd voor te nemen, de andere landen moeten nog terug rapporteren aan eurocommissaris Frattini.

Ook is het onduidelijk hoe het afloopt met het voorstel van Frattini en Portugal om te komen tot een Europese lijst van vermiste kinderen en de inrichting van een uitgebreid alarmeringssysteem. Nederland staat positief tegenover voorstellen om zo’n campagne Europees te organiseren, zei minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA). Maar het kan ook lokaal via de radio of sms’jes.

Nederland staat ook positief tegenover voorstellen om ontvoerde kinderen op te nemen in het Schengen Informatiesysteem (SIS), maar wel conform het Haagse Kinderontvoeringsverdrag. De ontvoering moet vastgesteld zijn door een autoriteit. De melding alleen van verdwijning door iemand die in een echtscheiding verwikkeld is, is dan onvoldoende. Het moet onomstotelijk vaststaan dat een kind onvrijwillig onttrokken wordt aan de ouderlijke macht.

Daarbij gaat het op jaarbasis om zo’n 120 kinderen, van wie ongeveer veertig tot vijftig op de langere termijn niet terugkeren. Meer dan zeventig landen hebben dat verdrag ondertekend. Zij hebben de verplichting om mee te werken aan terugkeer van een ontvoerd kind als daar om wordt gevraagd. Maar uitgerekend de landen waar een aantal kinderen naar ‘ontvoerd’ wordt, Egypte en Marokko, zijn geen verdragspartij.

Het afgelopen half jaar werden in Nederland vijftig kinderen tussen vijf en zestien jaar als vermist opgegeven bij de politie, waarvan vijftien onder de twaalf jaar, zo blijkt uit cijfers van het Korps Landelijke Politiediensten. In bijna al die gevallen gaat het om kinderen die door een van de ouders is meegenomen. Echte kinderontvoering door een vreemde komt in Nederland sporadisch voor.

Kinderen van boven de twaalf jaar zijn bijna altijd weglopers. 83 Procent van de tieners tussen tien en veertien jaar is binnen 24 uur terecht. Van de jongeren tussen vijftien en negentien jaar is dat 64 procent.

Bekijk de website van het Franse waarschuwingssysteem via www.alerte-enlevement.gouv.fr/