Een vrij oeverloze brief aan Burny Bos

Toen ik hoorde dat Burny Bos hoofdgast was van het Filmfestival, moest ik aan vroeger denken. Ik heb als kind namelijk jarenlang een wrokje tegen Burny Bos gekoesterd.

Nu zul je denken: wat moest je als kind met die Burny Bos? Nou, ik had samen met mijn broer, zus en buurmeisje aspiraties om iets te betekenen in de wereld van de tv, en wel met ons zelfbedachte, lichtabsurdistische tv-programma Een hoed met touwtjes. Burny Bos was in die tijd de baas van de VPRO-kindertelevisie (hadden we uit allerlei aftitelingen gededuceerd), dus we dachten dat we bij hem terechtkonden met ons plan.

Aan het concept van Een hoed met touwtjes werkten we al tijden in de kelder van ons huis. (Niet dat we wisten wat een concept was, maar we werkten eraan.) We hadden decors gebouwd en scripts geschreven. Een hoed met touwtjes zou volgens onze planning elke week uitgezonden worden, en steeds gaan over een ander soort kind: de kakker, de alternatieveling, de macrobioot. Vooral over de macrobioot hadden we veel materiaal, want we hadden een obsessie voor macrobioten. Het hielp dat we de decorstukken voor deze aflevering zomaar gevonden hadden op het schoolplein: enorme groenten van piepschuim die ooit voor een schooltoneelstuk gebruikt waren. Voeg daaraan toe het dramatische, zelfgeschreven lied Geesten van groenten zijn wij en er was al één aflevering klaar.

Dit schreven wij allemaal met geurstiften in een vrij oeverloze brief aan Burny Bos. Burny Bos schreef terug dat hij interesse had, en dat hij op een bepaalde datum zou komen kijken bij ons in de kelder. Dit vonden wij helemaal niet vreemd, of fantastisch: wij waren zo overtuigd van Een hoed met touwtjes dat we het vooral vreemd vonden dat het programma niet al tijden bij de VPRO te zien was.

Op de bewuste dag zetten we alle piepschuimgroenten op de juiste plekken neer en trokken onze kostuums aan. Toen belde de secretaresse van Burny Bos dat hij helaas verhinderd was, en we hebben daarna nooit meer iets van hem gehoord.

Ik heb vervolgens jaren besteed aan boos zijn op Burny Bos. Ook meende ik in elk VPRO-kinderprogramma een rip-off van ‘Een hoed met touwtjes’ te herkennen. Tegenwoordig denk ik: wat een wonder dat die man bij ons in de kelder wilde langskomen. Ik ben niet meer boos. Een voordeel van 32 zijn.