De langzame toenadering van de Korea’s

De Koreaanse leiders ontmoeten elkaar vandaag in de Pyongyang. Zuid-Korea wil dat Noord-Korea zich met financiële steun langzaam ontwikkelt, voor het tot een hereniging kan komen.

Foto AP This combo photo shows North Korean leader Kim Jong Il photographed in Pyongyang, North Korea, during the 2000 summit, left, with then South Korean President Kim Dae-jung and the 2007 summit with South Korean President Roh Moo-hyun Tuesday, Oct. 2, 2007. The North Korean leader greeted Roh in Pyongyang Tuesday to begin only the second summit between the two countries since the peninsula's division after World War II. Kim Dae-jung's wife, Lee Hee-ho, is seen partially in the left photo. (AP Photo/Yonhap) **KOREA OUT** Associated Press

George W. Bush kwalificeerde de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il ooit als „pygmee” en diens land als lid van de As van het Kwaad. Hij wijst met regelmaat op de Noord-Koreaanse nucleaire dreiging. Maar het ‘harde’ beleid van de regering-Bush ten aanzien van Noord-Korea is niet meer dan een klein obstakel in de verzoening tussen beide Korea’s. En die verzoening, die al begonnen was voor Bush president werd, is hooguit iets vertraagd.

Vanochtend ontving de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il in Pyongyang de president van Zuid-Korea. Roh Moo-hyun kwam per auto vanuit Seoul. Bij de grensplaats Panmunjon stak hij de gedemilitariseerde zone van 240 kilometer lang te voet over, als eerste Koreaanse leider ooit.

Het is de tweede keer dat Kim Jong-il een bezoeker uit het zuiden kreeg, na de baanbrekende top in 2000 met toenmalig president Kim Dae-jung (1998-2003), die met het vliegtuig kwam. Het bezoek werd op 8 augustus tegelijkertijd door de Noord- en Zuid-Koreaanse regeringen aangekondigd. De Amerikaanse regering werd slechts enkele uren voor de aankondiging ingelicht.

Zoals Scott Snyder van de Asia Foundation opmerkt: „De twee Korea’s zoeken een centrale positie bij het vorm geven van hun eigen toekomst.” En Bruce Klingner, onderzoeker van The Heritage Foundation, stelt in een recent artikel: „[Het is] een signaal dat Seoul onafhankelijk opereert [...] en het beleid niet coördineert met de belangrijkste bondgenoot.”

Zuid-Korea heeft een moeilijke relatie met de VS. Enerzijds geniet Zuid-Korea Amerikaanse militaire bescherming: de VS garanderen met tienduizenden manschappen de Zuid-Koreaanse veiligheid. Anderzijds beschouwt Seoul de VS als veroorzaker van de opdeling van het schiereiland en obstakel bij hereniging.

De eerste die werkelijk concrete stappen in het verzoeningsproces zette, was de eerste progressieve, verzoeningsgezinde president van Zuid-Korea, Kim Dae-jung. Hij startte een beleid van actieve interactie met het noorden op elk mogelijk vlak. Zo marcheerden bij de laatste Olympische Spelen sporters uit beide Korea’s gezamenlijk het stadion binnen.

De voortgang van het verzoeningsproces blijkt helemaal uit de financiële steun die het zuiden aan het noorden geeft. In het jaar van Kim Dae-jungs aantreden, 1998, bedroeg de totale financiële steun 78 miljoen dollar. In 2006 was dit gegroeid tot 714 miljoen dollar. De groei van dit bedrag is zeer gelijkmatig, alsof er nooit een nucleaire dreiging uit het noorden was en George W. Bush niet heeft bestaan. Het meest tastbare bewijs van de toenadering is het industriële complex in Kaesong in Noord-Korea, waar Zuid-Koreaanse fabrieken profiteren van lage Noord-Koreaanse lonen.

Zuid-Korea wil dat Noord-Korea zich op deze manier langzaam ontwikkelt, voordat er ooit een hereniging komt. De reden is simpel: Seoul heeft de ontwikkelingen in Duitsland gezien en vindt dat het land te klein is om een dergelijke eenwording aan te kunnen. De West-Duitse bevolking was vier keer groter dan die van het oosten. Zuid-Korea heeft slechts twee keer zo veel burgers als het noorden. Het spreekt voor zich dat men een plotse ineenstorting van het noorden met grote vluchtelingenstromen helemaal niet wil.

De vriendelijke houding van recente Zuid-Koreaanse regeringen ten opzichte van het noorden heeft daarnaast te maken met een politiek conflict tussen progressieven en conservatieven in Zuid-Korea zélf. Dat conflict gaat terug tot de jaren kort na de Japanse nederlaag in 1945. De Zuid-Koreaanse elite raakte toen in diskrediet. Veel Koreanen wilden een sociale omwenteling.

Door de opsplitsing van Korea in een communistisch en een pro-Amerikaans deel kwam elke sociale verandering echter in het kader te staan van de Koude Oorlog. De Russen steunden een totale omwenteling in hun deel, terwijl de Amerikanen elke roep om verandering zagen als communistische agitatie. De VS steunden daarom een mengeling van oude elite en collaborateurs die een nieuwe beschermheer zochten.

De progressieven kregen met Kim Dae-jung in 1998 eindelijk de macht in handen. Ze begonnen onmiddellijk met het herschrijven van de geschiedenis. Kim, en nu Roh, werken consequent aan eerherstel van mensen die zich hebben verzet tegen de dictaturen die na de Tweede Wereldoorlog Zuid-Korea hebben bestuurd. Deze mensen werden ooit genegeerd. Nu worden hun daden in geschiedenisboekjes opgenomen.

In 2004 kondigde president Roh een onderzoek aan naar collaborateurs uit de Japanse tijd. Deze kwestie ligt gevoelig omdat hun nazaten sterk zijn vertegenwoordigd in het conservatieve kamp. Het bekendste voorbeeld is oppositieleidster Park Geun-hye. Haar vader, Park Chung-hee, was ooit officier in het Japanse leger, stapte over naar het nieuwe Zuid-Koreaanse leger, pleegde in 1961 een staatsgreep en regeerde het land met harde hand tot hij in 1979 werd vermoord.

De progressieven die nu in Zuid-Korea heersen, zijn dus bezig met het vereffenen van oude rekeningen, zowel binnenslands als in de relatie met het noorden. Dat het huidige Noord-Korea wordt overheerst door een dictator is daarbij van minder belang dan het gegeven dat beide delen door Koreanen worden bewoond en in één staat horen.

In héél Korea was er in 1945 een beweging voor sociale verandering. De grootmachten splitsten het land echter op – en het leiderschap in beide delen verhardde in de polarisatie van de Koude Oorlog. Die polarisatie moet worden omgekeerd, zo is de redenering van progressief Zuid-Korea, en dat kan alleen door actief toenadering te zoeken.

Het aantreden van de havik Bush in Washington in 2001 was dus, zacht gezegd, vervelend voor de Zuid-Koreaanse regering. Bush beschuldigde Noord-Korea van clandestiene nucleaire activiteiten en staakte de steun die zijn voorganger Clinton gaf aan het zuidelijke verzoeningsbeleid.

Sindsdien is er veel geschreeuwd – de Amerikaanse oud-onderhandelaar met Noord-Korea, John Bolton, noemde Kim Jong-il ooit „menselijk vuil” – en weinig bereikt. De VS en Noord-Korea sloten eerder dit jaar een overeenkomst die nauwelijks verschilt met een akkoord dat Clinton in 1994 al had bereikt: bevriezing van nucleaire activiteiten in ruil voor economische tegemoetkomingen. Bush geeft nu olie aan Noord-Korea, net als Clinton deed.