BV’s bouwers aangepast om veroordeling

De vier bouwbedrijven die in 2005 veroordeeld zijn wegens bouwfraude, bestaan alleen nog op papier. De activiteiten, bezittingen en personeel zijn ondergebracht in andere vennootschappen.

Dat blijkt uit onderzoek van deze krant. De bouwers hebben de activiteiten doorgeschoven naar nieuwe vennootschappen om in de toekomst in aanmerking te kunnen blijven komen voor overheidsopdrachten, zo bevestigen bronnen rond de bedrijven.

Europese aanbestedingsregels verplichten de overheid om bedrijven die voor bepaalde misdrijven zijn veroordeeld uit te sluiten. De uitsluiting dient te gebeuren als een vonnis onherroepelijk is.

Voor drie van de vier bedrijven – NMB Noordwest BV, Heijmans Infrastructuur BV en Koop Tjuchem BV – is dat inmiddels zo. Vorige week bleek dat zij afzien van hoger beroep. Daarmee komt hun veroordeling, voor deelname aan een criminele organisatie, vast te staan. Alleen KWS BV gaat in hoger beroep.

De veroordeelde bedrijven blijken alleen nog op papier te bestaan. Zo is het complete management van NMB Noordwest, inclusief de veroordeelde adjunct-directeur J. van V., nu actief binnen BAM Wegen Regio Noordwest.

De activiteiten van Heijmans Infrastructuur zijn doorgeschoven naar Heijmans Wegenbouw BV. Volgens een woordvoerder een gevolg van een reorganisatie: „Die was nodig om in te spelen op de veranderde vraag in de markt. Nu blijkt dat het bijkomend effect zou kunnen zijn dat er bij toekomstige aanbestedingen geen problemen ontstaan”.

De activiteiten van Koop Tjuchem zijn ondergebracht bij Koop GWW BV. Daarna is de onderneming door Koop Holding verkocht. Koop Tjuchem is niet meer actief. De activiteiten van KWS zijn in 2006 overgeheveld naar KWS Infra BV. Adres, telefoonnummer en directie van KWS en KWS Infra zijn identiek.

KWS gaat als enige van de veroordeelde bedrijven in hoger beroep. In een schriftelijke verklaring stelt het bedrijf: „Het OM heeft destijds besloten om uit de vele betrokken bedrijven slechts enkele bedrijven – waaronder KWS – te dagvaarden. Die bedrijven komen in het geval van een veroordeling vanwege het risico van mogelijke uitsluiting voor toekomstige aanbestedingen in een bijzonder nadelige positie ten opzichte van de bouwbedrijven die ook betrokken waren maar niet gedagvaard zijn. (..) KWS had (..) het hoger beroep in willen trekken, maar kan hieraan vanwege de geschetste mogelijke consequenties niet voldoen.”